EPA

Taxichauffeurs die via Uber hun diensten aanbieden in Nederland zijn geen zelfstandige ondernemers, maar werknemers. Dat heeft de rechtbank in Amsterdam vandaag geoordeeld. "De toon is gezet", zegt platformeconomie-expert Martijn Arets.

"Wat dit betekent voor andere zogeheten gigeconomy-bedrijven is nog lastig te zeggen. Je kan deze uitspraak niet zomaar knippen en plakken, omdat elk bedrijf nét anders is. Maar er is hoe dan ook wat aan het veranderen", denkt hij.

Uber moet zijn chauffeurs per direct in dienst nemen en betalen volgens de taxi-cao. In bepaalde gevallen kunnen chauffeurs ook aanspraak maken op achterstallig salaris. Verder moet de taxidienst aan FNV een schadevergoeding van 50.000 euro betalen vanwege het niet nakomen van de cao-taxivervoer (FNV had een half miljoen euro geëist).

Uber vindt de uitspraak verrassend en zegt zeer teleurgesteld te zijn.

Zodra de chauffeurs gebruik maken van de app zijn zij onderworpen aan de werking van het algoritme van Uber, zo luidt de uitspraak. Dat algoritme kan alleen door Uber worden aangepast en niet door de chauffeurs. Dus vallen de chauffeurs daarmee onder "modern werkgeversgezag".

Waarschijnlijk gaan ze wat tijdrekken en tegenstribbelen en het hoger beroep afwachten.

Martijn Arets, expert platformeconomie

De vraag is volgens Arets hoe Uber op de uitspraak gaat reageren. "Waarschijnlijk gaan ze wat tijdrekken en tegenstribbelen en het hoger beroep afwachten. Als ze dat verliezen zullen ze misschien uit Nederland verdwijnen, of het model aanpassen. Een andere optie is het via onderaannemers te regelen."

Een erg verrassende uitspraak is het niet, vindt arbeidsrecht-promovendus aan de Universiteit van Amsterdam Niels van der Neut: "Het past in een ontwikkeling die we al langer zien." Toch zijn er wel verschillen met rechtszaken die FNV al voerde tegen maaltijdbezorger Deliveroo.

"Toen ging het alleen over de mensen die zich hadden aangesloten. In deze zaak is het op alle chauffeurs van Uber in Nederland van toepassing. Het is voor het eerst binnen de platformwereld dat dat gebeurt."

'Juridisch meer ruimte'

Volgens Arets wordt het lastig te bepalen waar de chauffeurs recht op hebben als ze in aanmerking komen om met terugwerkende kracht loon te krijgen. "Hoe zit het bijvoorbeeld met het berekenen van de wachttijd? Een chauffeur in loondienst krijgt daar geld voor, maar wat als je tegelijkertijd drie apps had aanstaan bij het wachten op een nieuwe klant, telt dat dan ook?"

De Nederlandse markt is volgens Arets voor Uber niet heel groot. Naar schatting van FNV werken er voor Uber Nederland zo'n 4000 chauffeurs. Het internationale hoofdkantoor van de taxi-app wordt momenteel in Amsterdam gebouwd. Dat hoeft volgens Arets niet per se te betekenen dat ze hier ook hun diensten blijven aanbieden, of dat ze daar bijvoorbeeld mee stoppen en kiezen om uit te breiden naar landen waar ze juridisch meer ruimte hebben.

Als ze wel besluiten in Nederland te blijven rijden, kan het zijn dat de prijs van de ritten omhoog gaat. "Die kans is groot", zegt Arets, "Maar de vraag is of dat erg is. Ergens in de keten betaalt iemand daar de rekening voor."

Deze taxichauffeur van Uber is blij met de uitspraak:

Uberchauffeur: 'Je moet 50 uur werken om er wat aan te verdienen'

FNV en Uber blijven erbij dat zij het beste met de chauffeur voorhebben. Beide partijen hadden dan ook chauffeurs meegenomen naar de rechtszaak. Zakaria Boufangacha, vicevoorzitter van FNV, zegt dat Uber-chauffeurs in dienst willen komen: "Deze uitspraak laat zien wat wij al jaren zeggen: Uber is een werkgever en de chauffeurs zijn werknemers, dus moet Uber zich aan de cao taxivervoer houden."

Maurits Schönfeld, General Manager Noord-Europa bij Uber, vindt het juist een verlies voor de chauffeurs: "We weten dat het overgrote deel van de chauffeurs graag zelfstandig wil blijven werken. In het belang van chauffeurs gaan we daarom in beroep tegen de uitspraak van de rechter."

Bewijslast omdraaien

Volgens Arets is FNV deze zaak begonnen omdat er nog veel onduidelijkheid is in het debat over zzp'ers en schijnzelfstandigheid. "Tot die er vanuit Den Haag is, blijven vakbonden en bedrijven elkaar tegenkomen in de rechtszaal." Hij vraagt zich af wie er uiteindelijk heeft gewonnen. "Is het de vakbond of zijn het de chauffeurs? Dat weten we pas als over een paar jaar het stof is neergedaald."

Ook op Europees niveau gaat het over de bescherming van platformmedewerkers. PvdA-Europarlementariër Agnes Jongerius: "Platformwerkers moeten dezelfde bescherming krijgen als elke andere werknemer en de platforms moeten dezelfde regels volgen als elk ander bedrijf. In mijn voorstel draaien we de bewijslast om. Platformwerkers worden automatisch werknemer en zullen niet langer individueel hun rechten moeten opeisen. Niet langer de platformwerker moet naar de rechter, maar het platform."

Woensdag stemt het Europees Parlement over dit voorstel.

STER reclame