Bondscoach Loes Gunnewijk tijdens de Olympische Spelen in Tokio Pro Shots

Ze was niet te benijden, vorige maand in Tokio. Alle ogen waren op bondscoach Loes Gunnewijk gericht, nadat de Nederlandse wielerploeg, met de vier topfavorieten in de gelederen, géén goud pakte bij de olympische wegwedstrijd.

De rensters staken ook een hand in eigen boezem, ook hen trof schuld. Niemand had kunnen voorspellen dat de Oostenrijkse Anna Kiesenhofer vooruit zou blijven.

Toch was de communicatie, en vooral het gebrek daaraan, het voornaamste pijnpunt. Had het Oranje-kwartet eerder geweten dat Kiesenhofer nog vooruitreed met een dergelijke voorsprong, had de uitkomst anders kunnen zijn. Hoe gaat de ploeg dat op de EK in Italië, waar er wéér zonder oortjes gereden gaat worden, oplossen?

"Dit is een andere wedstrijd. Ze hebben hier weer geen oortjes in, net als in Tokio, dat klopt. Maar we rijden hier met acht rensters in plaats van vier", noemt Gunnewijk gelijk het grootste verschil met de olympische wedstrijd.

Makkelijker te controleren

De wedstrijd is met acht rensters makkelijker te controleren; Nederland heeft meer knechten in de ploeg die een eventuele achterstand nog kunnen goedmaken.

"En hier rijd je een rondje, waar je acht keer doorkomt. Dat is qua communicatie naar de rensters toe makkelijker te regelen. We zullen op meer dan één plek iemand neerzetten. Bij de Spelen waren er veel beperkingen door coronamaatregelen. Je kon niet met pakweg vijftien man aan staf de wedstrijd ingaan."

Ook Chantal Blaak, één van die acht rensters, ziet het niet als een probleem dat er geen normale communicatie is tussen de bondscoach en de rensters.

"Nee. Zonder oortjes rijden doen we elke keer op het EK en het WK en het is één keer fout gegaan volgens mij."

Ook zij wijst op het feit dat Nederland met het dubbele aantal rensters aan de start verschijnt. "En we kunnen alle acht heel hard fietsen. We hebben ook al heel vaak koersen gereden, ook zonder communicatie. Dus als de neuzen dezelfde kant op staan, zie ik echt geen probleem."

Blaak wil met goed EK gemiste Spelen compenseren: 'Was moeilijk om te zien'

Veel kan en wil Blaak verder niet over Tokio zeggen. Ze was er niet bij. "Ik zag het op tv. Ik kan moeilijk zeggen wat er fout ging."

Ze moest accepteren dat ze niet geselecteerd werd. "Ik vond het moeilijk om ernaar te kijken. Ik was er héél graag bij geweest. Iedereen zat daar en ik zat thuis. Ik denk dat ik mijn steentje had kunnen bijdragen, maar zo kan ik nog wat namen opnoemen (die dat ook hadden gekund, red.). Ik moest het accepteren en dat heb ik gedaan."

Blaak bereidde zich sinds begin juli, na de Giro - "Een leuke ronde, waarin we eerste, tweede en derde werden" - voor op doelen in het najaar.

EK, WK en Parijs-Roubaix

Met name de EK, de WK en de eerste Parijs-Roubaix staan omcirkeld op haar kalender. De eerste wedstrijd waarin ze weer opstapte, de Simac Ladies Tour vorige week, won ze gelijk. "Ik sta er best wel goed voor denk ik. Ik heb veel vertrouwen gekregen van de Ladies Tour."

Of de koers van zaterdag rond Trento op haar lijf geschreven is, weet ze niet. "Ik heb het parcours nog niet gezien, alleen het profiel en een stukje van een filmpje. Ik denk dat het wel heel lastig gaat zijn, want het is op en af."

"Wij hebben zoals gewoonlijk een heel sterk team, dus ik denk dat wij de koers naar onze hand moeten gaan zetten en dat dan de sterkste overblijft."

Annemiek van Vleuten denkt in Tokio goud gewonnen te hebben, maar al snel dat het zilver is AFP

De vrouwen komen in acht rondjes tot 'slechts' 107 kilometer. "Het is kort, maar dat hoeft niet minder zwaar te zijn."

Blaak, die bezig is aan haar voorlaatste seizoen als profrenster alvorens ze ploegleidster wordt bij haar team SD Worx, kijkt stiekem al vooral uit naar het WK in Leuven, dat meer lijkt op haar favoriete Vlaamse koersen.

"Ik ben er geweest en ik werd er wel blij van. Van Roubaix ook. Daar heb ik heel veel zin in. Het gaat de eerste keer zijn, dus ik weet niet hoe het gaat lopen. Maar de sterkste gaat overblijven."

Streep onder Tokio

Gunnewijk kijkt ondertussen nog niet te ver vooruit. Ze is bezig met de kampioenschappen in Trentino. Terugblikken doet ze liever ook niet meer. Onder Tokio gaat een dikke streep. Al probeert ze er positief op terug te kijken.

"Heel Nederland heeft die wedstrijd gezien en dat is eigenlijk een positief iets. Het wielrennen leeft. En dat zorgt ervoor dat je 17 miljoen bondscoaches hebt, die allemaal een mening hebben. Dat is alleen maar positief, dat is in het voetbal niet anders."

Het EK wielrennen bestaat sinds 2016. In de eerste vijf edities ging de titel vier keer naar een Nederlandse: Anna van der Breggen (2016), Marianne Vos (2017), Amy Pieters (2019) en Annemiek van Vleuten (2020).

De enige grote naam onder de Oranje-routiniers die nog geen EK-titel won? Chantal Blaak.

STER reclame