De reconstructie van Krijn Rijksmuseum van Oudheden

Niet meer dan een schedelfragment is er van hem bewaard gebleven, maar toch kunnen we hem vanaf vandaag weer in de ogen kijken: de neanderthaler Krijn. Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden heeft een reconstructie laten maken van onze oudste landgenoot.

Conservator Luc Amkreutz denkt dat het fossiel voor bezoekers meer gaat leven door het beeld. "Ik vind het gaaf om zo'n oud fossiel te zien, maar als ik het beeld aankijk voel ik een zekere verwantschap. Dit is helemaal niet een soort die zo ver van ons afstond als dat ze tot voor kort nog dachten."

Kijk hier zelf Krijn in de ogen:

'Hier kijk je iemand recht in de ogen, ik voel verwantschap'

Krijn leefde 50.000 tot 70.000 jaar geleden in het gebied dat nu de Noordzee is. Omdat het waterpeil toen 50 meter lager stond, was dat toen de koude steppevlakte Doggerland, waar Krijn mammoeten, rendieren en wolharige neushoorns kan zijn tegengekomen.

Rond zijn twintigste moet Krijn zijn gestorven. Millennia later vond een amateur-paleontoloog een bescheiden stukje bot van deze oermens op de Zeeuwse kust, opgezogen van de Noordzeebodem door een schelpenzuiger. Deze wenkbrauwboog was in 2001 het eerste stukje neanderthaler dat uit de Noordzee werd opgediept en ook de eerste keer dat deze mensensoort in Nederland werd teruggevonden.

Gepuzzel

Voor de tentoonstelling Doggerland besloot het RMO 'Nederlanderthaler' Krijn zijn gezicht terug te geven. Daarvoor werden de paleo-artiesten Alfons en Adrie Kennis gevraagd, een Nederlandse tweeling, die al eerder reconstructies van oermensen maakte.

Zo toonden de broers hoe ijsmummie Ötzi eruitgezien moet hebben, maakten ze een reconstructie van de Man van Tollund (een beroemd veenlijk) en produceerden ze verschillende beelden voor het Neanderthaler Museum, in de Duitse vallei waar in 1856 de eerste resten van deze mensensoort werden gevonden.

Omdat er van Krijn maar een fragment van 10 bij 6 centimeter terug was gevonden, was het nog een hele puzzel om zijn gezicht te reconstrueren. De broers namen een Franse neanderthalerschedel als uitgangspunt, maar omdat die van een ouder, tandeloos individu afkomstig was, gebruikten ze ook gebitsfragmenten van een jongere soortgenoot uit Kroatië. Dat werd allemaal samengevoegd met Krijns botje.

"We hebben heel veel vergelijkingsmateriaal, een grote garage vol afgietsels", leggen de broers uit. "Bovendien is het gevonden stuk heel markant. Echt een neanderthaler met die grote richel. Een stukje achterhoofd is al veel moeilijker."

Guitig

Bij het eindresultaat heeft Krijn van de broers een benaderbaar uiterlijk gekregen, met een uitgesproken lach en een twinkeling in zijn ogen. "We wilden niet zo'n heel stijf oermens-stereotype, we wilden een gewone jongen maken die je ook op straat kan tegenkomen. En een neanderthaler kan ook ergens om gelachen hebben."

De guitige uitdrukking is niet helemaal uit de lucht gegrepen, verzekeren de broers. "Het is deels fantasie, maar we hebben ook veel naar oude antropologische films gekeken, over inuits en papua's, om dichter bij de oermens te komen. Dan zie je bijvoorbeeld een bepaalde stand van de mond, omdat ze constant hun mond gebruiken om leer te bewerken. Zo'n onderbeet hebben we bij Krijn ook gedaan."

Daarnaast heeft Krijn een uitgesproken bult op zijn voorhoofd gekregen, omdat er aan het schedelstuk af te lezen viel dat hij op die plek een tumor moet hebben gehad. Die ontdekking maakt Krijn uniek: nooit eerder was zo'n aandoening bij een neanderthaler vastgesteld.

Krijn is vanaf morgen in het museum te bewonderen. De tentoonstelling Doggerland over verdronken prehistorisch gebied loopt nog tot eind oktober.

STER reclame