Hij kon niet meer bewegen. Geen krimp. Had Jeffrey Hoogland de olympische sprintfinale tegen Harrie Lavreysen even daarvoor wél gewonnen, dan was hij niet eens in staat geweest te juichen. Ruim een kwartier na de slopende derde race zei hij: "Ik heb vaak pijn gehad, maar dit was weer een nieuwe dimensie. Wow."

Voor de duidelijkheid: Hoogland doelde op de fysieke pijn die hij moest ondergaan, nadat hij drie razendsnelle maar loodzware heats had gereden in het Izu Velodrome.

Vóór de finale was er nog niets aan de hand. Hij liep topfit de baan op vrijdag. "Ik kwam hier zo sterk. Ik had geen enkel pijntje. Ik heb gewoon Dimitriev uitgeschakeld alsof het niets was."

Maar in de finale wachtte de zwaarste opgave voor Hoogland deze week en dat wist hij. Hij moest de drievoudig wereldkampioen verslaan. De man die hij door en door kent, met wie hij dagelijks traint, met wie hij bovendien op één kamer ligt.

Dezelfde man die in onderlinge duels net de overhand had tot aan de finale (6-5).

In zijn poging er 6-6 van te maken, begon Hoogland voortvarend. Lavreysen maakte een fout in de eerste race en Hoogland reed zonder problemen naar de finish: 1-0. "Maar die tweede race... Op topsnelheid had-ie het gewoon. Ik zat op een maximale cadans, ik kon niet meer. Misschien had ik een tandje groter moeten zetten. Hij vloog er echt nét overheen."

In plaats van een huldiging, moest hij zich opmaken voor nog een derde race tegen Lavreysen. "Daarin maakte ik nog een fantastische move, maar het was op. Ontzettend klote dat ik hier net naast het goud pis", uitte Hoogland eerlijk zijn gevoelens.

"Uiteindelijk zal ik hier vast ontzettend blij mee zijn."

STER reclame