Arno Kamminga juicht het uit nadat hij als tweede heeft aangetikt. ANP

Thuis, in zijn Amsterdamse appartement, ligt in de koelkast al maanden een mooie fles champagne voor hem klaar. Het eerste dat Arno Kamminga doet zodra hij terugkeert uit Japan, zo nam hij zich al ruimschoots voor vertrek voor, is het laten ploppen van de kurk om te toosten op zijn eerste Olympische Spelen. Ongeacht het resultaat waarmee hij thuis komt.

Het kostelijke vocht zal hem als zeer gematigd drinker bij die gelegenheid meer dan voortreffelijk smaken, weet de specialist op de schoolslag inmiddels. Het zilver op de 100 meter, achter de al jaren ongenaakbare Adam Peaty, voelde maandag immers als een overwinning. Al was het alleen maar omdat de 25-jarige Katwijker erin slaagde de titelverdediger tot een uiterste krachtsinspanning te dwingen. De geblokte Brit pijn doen, het is het hoogst haalbare op de 100 school.

Zilverruggen

Geheel zeker van zijn zaak was Peaty ogenschijnlijk niet. Veelzeggend in dat opzicht was het mentale gevecht dat zich voor de race op en rond de startblokken 4 en 5 afspeelde. Peaty en Kamminga keken elkaar vanachter de zwembrillen diep in de ogen en klopten zich daarbij flink op de borst, als twee zilverruggen die strijden om het territorium waar olympisch goud klaarlag voor de grootste macho.

Dit was het moment waarvoor hij naar Japan was gekomen, wist Kamminga. Jarenlang droomde hij van deze twee banen schoolslag in het Tokyo Aquatic Centre. Dit was het beeld dat hij zich inprentte tijdens een van die vele trainingen, waarin hij standaard in opperste concentratie tot het uiterste van zijn kunnen ging en de armen en benen leken te ontploffen van het opgehoopte melkzuur.

"Als ik het weer eens zwaar had en wilde toegeven aan die vermoeidheid en pijn, was er in mijn hoofd altijd die ene vraag: denk je soms dat Peaty voor de gemakkelijke weg kiest? Het antwoord was steevast hetzelfde. Nee, dus. Dat laadde me op zulke momenten op en daagde me juist uit om een extra tandje bij te zetten. Hoe kapot ik ook was."

De Japanse vlag die sinds 2016 aan de deur van zijn slaapkamer ging, was toen al verdwenen in een lade. De Hinomaru, het witte dundoek met de karakteristieke rode bol die de rijzende zon verbeeldt, vormde jarenlang een bron van inspiratie en stond symbool voor de doelen die hij zich stelde.

"Het stond voor hetgeen ik voor ogen had: mogen meedoen aan de Olympische Spelen van Tokio. Jarenlang leek dat iets onbereikbaars. Het was ver weg, voor mijn gevoel iets ongrijpbaars. Toch heb ik nooit opgegeven. Toen ik dat onhaalbare doel toch bereikt had, was die vlag niet meer nodig om me iedere dag 's ochtends vroeg uit mijn bed te krijgen."

Zevenmijlslaarzen

Kamminga stapt met zevenmijlslaarzen door de wereld van de schoolslag, het enige zwemnummer waarbij de armen door het water worden bewogen in plaats van erboven. Vijf jaar geleden, tijdens de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro, zat hij nog met de pest in het lijf thuis.

"Eerlijk gezegd heb ik toen geen seconde van het zwemtoernooi gezien. Ik was er zo ziek van dat ik er niet bij was, ook al zat ik meer dan een seconde van de tijd die nodig was om mee te mogen doen, dat ik geen enkele behoefte had om te kijken."

Zijn trainer Mark Faber overtuigde hem ervan in de trainingen meer arbeidsethos aan de dag te leggen. De gevolgen daarvan lieten zich al snel zien. In 2018 was zijn persoonlijk record 59,76, twee jaar later stond er al 58,43 achter zijn naam.

In de series van Tokio 2020 bracht hij zijn eigen nationale record, dat dateerde van april van dit jaar, met 0,10 seconden terug tot 57,80. Hij is daarmee, buiten Peaty, de enige zwemmer die ooit de magische barrière van 58 seconden slechtte. Met dien verstande dat de Brit inmiddels al door een andere grens, die van de 57 tellen, is gegaan. Tijdens de wereldkampioenschappen van 2019 in Gwangju klokte de man uit Uttoxeter, die als kind aan watervrees leed, een onwaarschijnlijke 56,88.

Wie Peaty het vuur na aan de schenen kan leggen, geldt in de wonderlijke wereld van de schoolslag als een grote meneer. Kamminga slaagde daar in Tokio in met een vooraf zorgvuldig uitgedacht strijdplan. Ofschoon de zenuwen hem in de voorstartruimte door de keel gierden, liet hij zich niet van de wijs brengen.

Kamminga concentreerde zich slechts op de race die hem wachtte en de muziek die in zijn koptelefoon klonk. Keiharde metal die hem na een intensieve warming-up van een uur de broodnodige agressiviteit moest bezorgen. Ook ditmaal bestond zijn playlist uit nummers van bekende bands als Metallica, AC/DC, Wolfmother en System of a Down.

Eenmaal op het startblok wist hij wat hem te wachten stond. "Gebruik maken van de start van Peaty." De Brit ging als vanouds hard van start en keerde in 26,73, Kamminga hoefde daar slechts 0,31 seconden op toe te geven. In de tweede baan waren het echter Peaty's imposante armen die het verschil maakten. Met een verschroeiende uithaal klokte de Brit 57,37, Kamminga liet de tijd stoppen na exact 58 seconden. De vreugde-explosie van de Katwijker liet zien wat een tweede plek achter Peaty waard is.

Mensonides en 'Vdh'

Na Wieger Mensonides, tijdens de Spelen van 1960 in Rome goed voor brons op de 200 vrij, en Pieter van den Hoogenband (goud op de 100 en 200 vrij tijdens Sydney 2000, titelprolongatie op de 100 vrij tijdens Athene 2004) werd Kamminga de derde Nederlandse man die een individuele olympische medaille in de wacht sleepte.

Het jaar uitstel van de Olympische Spelen betaalde zich daarmee in klinkende munt uit voor de pupil van Mark Faber, die later deze week op de 200 school een nieuwe gooi kan doen naar eremetaal.

"Ik ben typisch zo'n sporter die daar veel baat bij heeft gehad. Omdat ik betrekkelijk laat ben begonnen met zwemmen op hoog niveau, maak ik grotere stappen dan mijn concurrenten. Iedere maand die ik extra heb gehad, heeft zich uitbetaald. De tijd is mijn beste vriend gebleken."

STER reclame