Jaap van Dissel (links) en Jacco Wallinga NOS

Net nu de coronapandemie op de terugtocht is, slaat een nieuwe, besmettelijkere variant van het coronavirus toe. De Indiase variant, intussen herdoopt tot deltavariant zal naar verwachting rond augustus de Britse (alfa)variant verdreven hebben.

Hoe verhouden de overal doorgevoerde versoepelingen zich met de opkomst van de deltavariant? Wat betekent die nieuwe variant voor de vaccinatiecampagne? Is er reden tot zorg?

Daarover sprak de NOS met Jaap van Dissel, directeur van het Centrum voor Infectieziektenbestrijding van het RIVM, en Jacco Wallinga, hoofdmodelleur bij dat instituut.

Juist nu de veel besmettelijkere deltavariant zich snel verspreidt voert Nederland allerlei versoepelingen door. Dat lijkt vreemd.

Jaap van Dissel: "Personen met de deltavariant besmetten binnen een gezin 15 procent van de andere gezinsleden. Dat zogeheten secundaire aanvalspercentage was bij de Britse variant 9 procent. Uit Engels onderzoek weten we dus dat in gezinnen lang niet iedereen besmet wordt als daar iemand het virus heeft, ook niet als het om de deltavariant gaat. Voor nauwe contacten met niet-gezinsleden zijn die getallen 7 en 5 procent. Dat is echt niet te vergelijken met de mazelen of de waterpokken waarbij te verwachten is dat 100 procent van de bevattelijke mensen in zo'n situatie besmet raakt. Maar de deltavariant is zeker besmettelijker en daarom is iedereen daar beducht voor."

Israël voerde gisteren de mondkapjesplicht weer in vanwege een stijgend aantal besmettingen met de deltavariant, ondanks een hoge vaccinatiegraad. Is dat vanwege de aanzienlijke groep orthodoxe joden die vaccinatie afwijst?

Van Dissel: "Je wilt natuurlijk anticiperen op de situatie dat je groepen hebt die nog niet gevaccineerd zijn. Als je in Nederland naar de 65-plussers kijkt, dan zie je dat er een hoge vaccinatiegraad bereikt is die redelijk egaal, homogeen over het land verspreid is. Toch zijn er altijd regio's, dorpen of stadswijken waar die wat lager is. Dan kan spelen dat gevaccineerde mensen, die zich in Israël niet meer aan afstandsregels hoeven te houden, mogelijk dat virus nog wel bij zich dragen, zonder zelf ziek te worden, maar het intussen soms wel doorgeven. Daarom ziet het OMT graag dat die anderhalvemeterregel hier nog even gehandhaafd blijft, om dat soort effecten af te wachten. In zijn algemeenheid gaan gebieden waar te veel niet-gevaccineerde mensen bij elkaar komen de komende tijd een risico vormen. Dat kan op scholen zijn of in bepaalde regio's. Als het virus daar oplaait, zeker als er geen algemene maatregelen meer gelden, kan het tussen niet-gevaccineerden makkelijk worden doorgegeven. Ik kan me voorstellen dat zoiets in Israël speelt."

Het ECDC, zeg maar het Europese RIVM, roept op sneller te vaccineren vanwege de deltavariant. Moet Nederland dat doen?

Van Dissel: "In Nederland is het afgestemd op de binnenkomst van nieuwe vaccins. De snelheid is optimaal binnen de mogelijkheden. Als je mensen eerder hun tweede prik geeft, dan moeten anderen langer wachten op hun eerste."

Jacco Wallinga: "Het is wel heel belangrijk om ervoor te zorgen dat mensen hun tweede vaccinatie ook gaan halen. Juist vanwege de deltavariant, want één prik beschermt daar duidelijk minder tegen. We schatten dat de deltavariant in Nederland ongeveer 40 procent besmettelijker is dan de Britse variant. We verwachten dat in de winter de R van die deltavariant hoger dan 1 zal zijn. Dat maakt het belang duidelijk van snel vaccineren én van het halen van de tweede prik."

Wat doen vaccinaties tegen overdracht van het virus?

Van Dissel: "Vaccinaties remmen de verspreiding van het virus, maar niet tot nul. In de laatste briefing voor de Tweede Kamer heb ik voorlopige resultaten getoond van Nederlands onderzoek. Een niet-gevaccineerd persoon draagt het virus over aan meer dan 30 procent van zijn of haar niet-gevaccineerde gezinscontacten. Een gevaccineerde aan minder dan 20 procent. Als de contacten ook gevaccineerd zijn ligt dat cijfer op tien procent of minder."

De Engelsen hebben versoepelingen uitgesteld vanwege de deltavariant. Moeten wij ons zorgen maken?

Wallinga: "De Britse situatie is niet zomaar te vergelijken met die in Nederland. De deltavariant is daar al langer. De Britse variant verspreidde zich overal in Europa op dezelfde manier, maar de deltavariant doet het in alle landen net even anders. Net als het vaccinatieprogramma overal net iets anders gaat. In het Verenigd Koninkrijk waren ze heel vroeg met vaccineren en kreeg iedereen snel een eerste prik. Wij zijn later begonnen, maar ons tempo is nu heel hoog. We zitten echt niet in dezelfde film als de Engelsen, maar het is moeilijk precies te voorspellen hoe het zal lopen. Het is een ingewikkeld samenspel van de verspreiding in Nederland van de deltavariant, van de import ervan met reizigers, van de versoepelingen en van de snelle vaccinaties."

Van Dissel: "Het is goed om te bedenken dat in het Verenigd Koninkrijk in februari 40.000 covid-patiënten in het ziekenhuis lagen en meer dan 4.000 op de IC aan de beademing. Nu zijn dat er 1.500 en 246."

Uit het laatste OMT-advies blijkt dat het OMT vaccinatie van 12-17-jarigen als een belangrijke middel ziet om de deltavariant in te tomen.

Wallinga: "De Gezondheidsraad gaat over het vaccinatieprogramma, maar het OMT gaat over de virusbestrijding. Vaccins dragen daaraan bij. De impact van vaccinaties van de 12-17-jarigen zou best groot zijn. In de meeste gunstige scenario's, zonder de deltavariant, ligt het reproductiegetal in de winter rond de 1. Met de deltavariant komt het zelfs in de meest optimistische scenario's hoe dan ook boven die 1. Er zijn dus maatregelen nodig. Vaccinatie van 12-17-jarigen zou zo'n maatregel kunnen zijn."

Moet de te bereiken vaccinatiegraad omhoog nu de deltavariant het overneemt?

Van Dissel: "Het gaat niet alleen om de vaccinatiegraad, maar ook over de gelijkmatige verdeling ervan over het land. Zelfs bij een hoge vaccinatiegraad van 85 procent, houd je een grote groep ongevaccineerden. Dat kan nog tot flinke aantallen besmettingen leiden als die personen clusters vormen. Het mooiste zou natuurlijk 100 procent zijn, maar er zijn mensen die om gezondheidsredenen niet gevaccineerd kunnen worden of bij wie het vaccin minder goed werkt."

Wallinga: "We hebben berekend dat als alles volgens plan verloopt in september 68 procent van de totale bevolking sero-immuniteit zal hebben (in bloed meetbare antistoffen tegen het virus, redactie). Als we de 12-17-jarigen vaccineren loopt dat op naar 71 procent. We weten niet hoe lang die immuniteit aanhoudt. In verschillende seizoenen kan meer of minder immuniteit afdoende zijn. Dus een vaccinatiegraad die in september volstaat om de epidemie in bedwang te houden kan in de winter te laag zijn, omdat het virus zich dan makkelijker verspreidt."

STER reclame