ANP

Mensen met een lichamelijke beperking kunnen nog altijd niet deelnemen aan de samenleving zoals mensen zonder een lichamelijke beperking dat doen. Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in nieuw onderzoek.

Nederland bond zich in 2016 aan het VN-verdrag Handicap met als doel een samenleving "op voet van gelijkheid", maar de praktijk blijft achter.

Vooroordelen en onwetendheid

Volgens Lotte Vermeij van het SCP worden mensen met een lichamelijke beperking vaak normaal en vriendelijk behandeld. "Maar ze krijgen ook te maken met starende blikken, worden genegeerd, krijgen onbeleefde vragen, of ze worden aangesproken alsof ze een kind zijn."

En ze moeten ook vaak de strijd aangaan om gelijk te worden behandeld. "Als ze een blindengeleidehond mee naar binnen moeten nemen bijvoorbeeld, of om in het theater een goede zitplaats te krijgen. Dat komt omdat ze dan met mensen te maken krijgen die handelen vanuit vooroordelen en onwetendheid."

Ook schort het nog steeds aan de toegankelijkheid van gebouwen. "Soms is het ontwerp wel goed, maar is het in het gebruik toch ontoegankelijk doordat er bijvoorbeeld dozen worden opgestapeld op een onhandige plek", weet Vermeij.

Concrete richtlijnen

Hoewel Nederland het VN-verdrag ondertekend heeft, ziet de onderzoeker in recente cijfers niet terug dat er veel is verbeterd. "Dat zien we aan hoe vaak mensen op bepaalde plekken komen en hoe ze de mogelijkheden waarderen om te participeren in de samenleving zoals ze willen."

Echte verbetering moet komen uit concrete richtlijnen die meer meetbaar en toetsbaar en dus minder vrijblijvend zijn. Eisen die de regering stelt aan gemeenten bijvoorbeeld. "Dat zou het zeker makkelijk maken", zegt Vermeij.

De voortgang wordt nu gemeten aan de hand van enquêtecijfers. "Maar je zou ook richtlijnen kunnen opstellen voor bijvoorbeeld toegankelijke toiletten. Dat is echt een belangrijk punt en dat is nu niet goed in beeld."

Toch is er wel een lichtpuntje. "In de media worden mensen met een beperking veel meer zichtbaar en praten ze meer mee, ook over het beleid dat volgt op het VN-verdrag. Dat zijn wel indicaties dat er iets aan het veranderen is, maar we zien dat nog niet terug in de mogelijkheden die mensen zelf ervaren."

Sancties

Als voormalig 'minister van Gehandicaptenzaken' praat Rick Brink mee over de uitvoering van het beleid. Zo helpt hij met zijn adviesbureau gemeenten met hun zogenoemde inclusie-agenda, die voortkomt uit het VN-verdrag.

Ook hij herkent de vrijblijvendheid waar de SCP het over heeft. "Gemeenten moeten dan wel een inclusie-agenda opstellen, maar als ze niets doen, dan zijn er geen gevolgen. Daarom roep ik het nieuw te vormen kabinet op om hier wat aan te doen."

Dat kan volgens Brink door sancties op te leggen. "We kunnen nu wel zeggen dat er de afgelopen vijf jaar te weinig is gebeurd. Dus dan moet het maar op een andere manier."

Hoewel we er nog lang niet zijn, is het wel al beter dan dat het geweest is.

Rick Brink

Het moet volgens de gehandicaptenbeleidsadviseur gaan om zaken waar mensen echt wat aan hebben. "Ik heb bijvoorbeeld een nieuw huis gekocht. Om zelfstandig te wonen met een handicap zijn bepaalde voorzieningen nodig. Dan is het handig als er één loket is waar je met je zorgvraag terechtkunt."

Brink wil overigens niet zeggen dat zijn werk als minister van Gehandicaptenzaken voor niets is geweest. "Ik ben van de positief kritische houding. Er zijn mooie stappen gezet, maar de bewustwording is nog steeds beperkt. Hoewel we er nog lang niet zijn, is het wel al beter dan dat het geweest is."

STER reclame