ANP

We hebben in Nederland vorig jaar in relatieve zin meer hernieuwbare energie gebruikt, maar nog steeds niet genoeg om te voldoen aan Europese afspraken. Daardoor moet Nederland zo'n 200 miljoen euro betalen voor energie uit het buitenland.

Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek over het afgelopen jaar. Volgens afspraken die Nederland in Europa heeft gemaakt, moest in 2020 minimaal 14 procent van alle verbruikte energie in ons land komen uit hernieuwbare bronnen als wind, zon, water of biomassa. Nederland kwam uit op 11,1 procent.

Meer windmolens en zonnepanelen

Dat is dus niet genoeg, maar wel ruim een kwart meer dan het jaar ervoor. Die stijging is onder meer te danken aan een toename van het aantal windmolens en zonnepanelen.

Mede door het in gebruik nemen van het windmolenpark op zee bij Borssele steeg het verbruik van windenergie met bijna 30 procent. Door nieuwe zonneparken nam het verbruik van zonne-energie zelfs met bijna 50 procent toe.

Ook zorgde corona ervoor dat er relatief minder fossiele brandstoffen als olie en gas gebruikt werden. Dat hing samen met de afname van het verkeer, dat door de beperkende maatregelen minder was. Alleen was dat bij elkaar opgeteld dus niet genoeg om aan de Europese afspraken te voldoen.

Extra inkoop in Denemarken

Dat Nederland het minimum niet zou halen, werd in de loop van vorig jaar al duidelijk. Om boetes en een dwangsom te voorkomen besloot toenmalig minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat om duurzame energie uit Denemarken in te kopen.

Op dat moment was nog niet duidelijk in welke mate Nederland tekort zou schieten. Daarom werd er een deal gesloten voor een flexibele hoeveelheid tussen de 8 en 16 terawattuur. Dat zou tussen de 100 en 200 miljoen euro kosten.

Uit de voorlopige cijfers van het CBS volgt dat Nederland 16 terawattuur heeft moeten kopen, het maximale dus van de schatting vooraf. De rekening valt daarmee ook het hoogst uit.

Nederland loopt wat duurzame energie betreft achter op andere landen in de Europese Unie, blijkt uit cijfers van Eurostat, het Europees statistiekbureau. De meest recente cijfers laten zien dat meerdere lidstaten, zoals Zweden, Finland, Denemarken, Portugal, Roemenië en Bulgarije in 2019 de drempel al gehaald hebben of erboven zitten. Nederland stond toen op de op twee na laatste plaats.

STER reclame