Een stille tocht in 2019 ter herdenking van de slachtoffers van de tramaanslag ANP

Radicalisering van verschillende groepen is een toenemend probleem in Utrecht. Daarom gaat de gemeente de aanpak op dat gebied evalueren en intensiveren, schrijft burgemeester Sharon Dijksma in een brief aan de gemeenteraad.

Zo moet er beter contact komen tussen zorginstellingen en de gemeente. Ook komen er extra trainingen voor medewerkers om radicalisering beter te herkennen. Daarnaast wordt de werkwijze van de driehoek van burgemeester, politie en de officier van justitie herzien en wordt de handleiding voor noodsituaties tegen het licht gehouden, schrijft RTV Utrecht.

Dijksma benadrukt ook in haar brief dat het aantal signalen dat de gemeente binnenkreeg over radicalisering in een jaar is verdubbeld. Tussen juni 2020 en februari 2021 ging het om 67 meldingen. Het gaat daarbij onder andere om mensen met psychische problemen en extreme standpunten. "De coronacrisis heeft als een katalysator gezorgd voor een toename van complotdenken en anti-overheidssentiment. De ontstane polarisatie kan een voedingsbodem zijn voor radicalisering", schrijft de burgemeester.

'Te weinig communicatie'

De brief volgt op het gisteren verschenen rapport over de tramaanslag in 2019. Daarin concludeerde de Inspectie Justitie en Veiligheid dat de politie, gemeente, GGZ en andere instellingen de problematiek van schutter Gökmen T. niet goed genoeg met elkaar hebben besproken. Zo wisten de gemeente Utrecht en de reclassering bijvoorbeeld helemaal niet van zijn problemen af.

Wel benadrukte de inspectie dat niet kan worden gesteld dat een aanslag voorkomen had kunnen worden als de informatie beter was gedeeld. "Risico's zijn nooit uit te sluiten, maar ze moeten wel zo klein mogelijk worden gemaakt. Dat hebben politie, het OM en DJI hier onvoldoende gedaan."

STER reclame