De Marokkaanse grensstad Fnideq NOS

De Marokkaanse grensstad Fnideq ligt er weer rustig bij. Op de achtergrond ligt de Middellandse Zee waar migranten bijna dagelijks proberen om een overtocht te maken naar de Spaanse stad Ceuta op de Noord-Afrikaanse kust.

In een plotselinge exodus wisten vorige week zo'n 8000 migranten vanuit de grensstad zwemmend of met een rubberboot Ceuta te bereiken, soms zelfs met baby's. Voor de meeste van hen was de overtocht tevergeefs, zij zijn vrijwel meteen teruggestuurd.

Een week later houden Marokkaanse politiemensen in de straten van Fnideq de wacht. Groepjes jongens spelen kat-en-muis met de agenten, door ze van een afstandje uit te dagen. De jongeren proberen alsnog Ceuta binnen te komen, maar de grens wordt inmiddels weer streng bewaakt.

Lopend vuurtje

Toen drugssmokkelaars op 17 mei ontdekten dat de grens die dag niet werd bewaakt door de Marokkaanse grenspolitie, verspreidde dit nieuws zich als een lopend vuurtje. De berichten op sociale media zorgden voor een toestroom van mensen uit het hele land.

Zelfs migranten uit steden als Rabat en Casablanca hadden er een reis van ruim vier uur voor over om hun kans op een makkelijke overtocht naar Europa te grijpen. Naast Marokkanen trokken er ook veel migranten uit andere Afrikaanse landen naar de kustplaats in het noorden van Marokko.

'Snap niet waarom hij is vertrokken'

Een van de migranten die de oversteek waagde is de 19-jarige Saber Azouz. Hij is één van drie migranten die overleed tijdens zijn poging. Zijn moeder Hayat Laftouh is achtergebleven met een hoop vragen. "Mijn zoon heeft het nooit over migratie gehad, dus ik snap niet waarom hij is vertrokken. Zoals je kan zien, zijn we niet rijk. Maar we hebben voldoende."

Laftouh herkende haar zoon op de beelden van een video die circuleerde op het internet. Na vijf dagen werd ze vanuit Spanje gebeld met de mededeling dat haar zoon is verdronken tijdens de oversteek. Het lichaam van Azouz is inmiddels begraven in Ceuta. "Waarom hebben ze mijn zoon niet naar mij teruggestuurd? Op zijn minst had ik hem hier dichtbij mij kunnen begraven."

Grens al jaar potdicht

"Ik snap niet waarom zoveel Marokkanen zijn gegaan," zegt Mohammed Benaissa van de mensenrechtenorganisatie van de Marokkaanse overheid, ONDH. "Er zijn maar twee groepen die een kans maken op een verblijfsvergunning in Spanje. Namelijk kinderen en vluchtelingen uit andere Afrikaanse landen."

Maar de wanhoop in de regio is groot, nu de grens tussen Fnideq en Ceuta al een jaar potdicht zit. De meeste inwoners van de Marokkaanse grensstad halen hun inkomsten uit de smokkel van Spaanse producten, een smokkel die zowel door de Marokkaanse als Spaanse autoriteiten jarenlang is gedoogd.

Maar vanwege de coronapandemie heeft de Marokkaanse overheid de grenzen met de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla gesloten. Dit leidde tot frustraties bij de lokale bevolking met name in Fnideq. Regelmatig gaan inwoners de straat op en roepen ze op tot een heropening van de grens.

Soumaya's zus vertrok tevergeefs met haar twee jonge kinderen naar Ceuta NOS

Die grenssluiting was ook voor de zus van Soumaya reden om de oversteek te wagen. Ze is 22 jaar en heeft door de grenssluiting geen werk meer. "Ze is met haar kind van een jaar en haar baby van een week oud naar Ceuta gegaan", vertelt Soumaya. "Ze had behalve haar kinderen niets bij zich. Inmiddels is ze weer terug naar huis gebracht door de Marokkaanse autoriteiten. Mijn zus is direct vertrokken toen ze hoorde dat mensen Ceuta werden binnengelaten. Maar ja, voor niks dus."

'Leek wel oorlog'

Fnideq staat bekend om de verkoop van levensmiddelen en kleding uit Spanje. Marokkanen elders uit het land komen speciaal hiervoor naar de grensstad. Koffie, chocola of douchezeep kan men hier goedkoper inkopen. Maar de prijzen van toen behoren tot het verleden. "We krijgen niets meer binnen", vertelt een winkeleigenaar. "We hebben hier ook niet meer zoveel toeristen als vroeger. We moeten nu dus wel hoge prijzen hanteren."

Toen de stad vorige week ineens overspoeld werd met mensen uit de rest van het land, sloot een andere winkelier vanwege de explosieve situatie snel zijn winkel. "Het leek wel oorlog", vertelt hij. "De straten waren vol met mensen uit andere steden. Zij hadden confrontaties met de politie. Maar de meeste mensen werden door de autoriteiten met bussen afgevoerd naar de steden waar ze vandaan kwamen."

En daarmee is het in Fnideq nu weliswaar weer rustig, maar de frustratie en onvrede zijn nog altijd even groot.

STER reclame