Een huisartsassistente zet een prik met AstraZeneca ANP

Huisartsen zijn verbaasd over uitspraken van RIVM-vaccinatiecoördinator Jaap van Delden over het AstraZeneca-vaccin. In een interview dat vandaag in het AD staat, stelt hij dat het AstraZeneca-vaccin binnenkort waarschijnlijk niet meer nodig zal zijn voor de vaccinatiestrategie. Halverwege mei verwacht het RIVM dat er voldoende doses van andere vaccins beschikbaar zijn, zoals bijvoorbeeld dat van BioNTech/Pfizer.

De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) is daarover ontstemd. Volgens de LHV is het AstraZeneca-vaccin de komende periode "juist erg belangrijk". In een reactie schrijft de vakvereniging: "Wat ons betreft is het duidelijk: als de keuze is tussen AstraZeneca nu of mogelijk een ander vaccin op een later moment, dan moet de keuze absoluut voor AstraZeneca nu zijn."

Volgens de LHV heeft het interview met Van Delden tot "verontwaardiging en onrust" geleid onder huisartsen, die het AstraZeneca-vaccin toedienen. "Door de beleidswijzigingen rondom dit vaccin kost het huisartsen al meer moeite dan daarvoor om een goede vaccinatie-opkomst te krijgen. Dit helpt daar absoluut niet in". De LHV pleit dan ook voor heldere voorlichting over AstraZeneca.

RIVM betreurt ontstane onrust

Naar aanleiding van de verklaring van de LHV zegt het RIVM de ontstane onrust onder huisartsen te betreuren. "Het is niet de bedoeling om hen ongerust te maken. We hebben elkaar namelijk heel hard nodig", aldus een woordvoerder van het RIVM tegen de NOS.

Het RIVM wijst er daarnaast op dat AstraZeneca voor de huidige fase in het vaccinatieschema wel degelijk belangrijk is. "Veel mensen moeten hun tweede prik nog krijgen en we gaan het gewoon gebruiken." Het RIVM raadt - net als de LHV - mensen van 60 tot 64 jaar dan ook niet aan te wachten tot de andere vaccins breder beschikbaar komen.

De LHV wijst ook op een oproep van een huisarts en internist. Zij pleiten in een open brief bij het ministerie van Volksgezondheid voor een "duidelijke voorlichtingscampagne" over het vaccinatieprogramma. Ook moet daarin aandacht komen voor bewoners van achterstandswijken.

De twee schrijven dat een "grootschalige publieke informatiecampagne" nodig is, waarin onder meer informatie is opgenomen over de kansen op bijwerkingen, kansen op het voorkomen van sterfte en langdurige covid-klachten. De oproep van het tweetal wordt in de sector breed gesteund door medici en medische instellingen.

De LHV sluit zich aan bij de oproep van de huisarts en internist: "De zorgen over de lage opkomst in sommige gebieden is een zorg van ons allemaal". Volgens de LHV worden via de gebruikelijke kanalen zoals de persconferenties van premier Rutte, nu veel bewoners van achterstandswijken niet bereikt.

Daarnaast wil de LHV ook meer publieksvoorlichting om huisartsen te ontzien. Een woordvoerder stelt tegenover de NOS: "Veel huisartsen krijgen nu heel veel vragen over het vaccins, maar moeten daarnaast ook nog prikken en hun gewone werk doen. Die druk kunnen zij niet meer aan."

RIVM: wisselende verhalen over opkomst

Het RIVM steunt het voorstel van de huisarts en internist, maar wil wel het beeld nuanceren dat de vaccinatie-opkomst nu erg laag zou zijn. "Wij hebben ook contacten met huisartsen. Bij de een is de opkomst 20 tot 30 procent, bij de ander 90 tot 100 procent", zegt een woordvoerder. "Wij horen allebei de verhalen, het is moeilijk om daaraan een conclusie te verbinden."

De eerdere beslissing om vanwege gezondheidsrisico's mensen onder de 60 jaar niet meer te vaccineren met AstraZeneca, lijkt effect te hebben op oudere Nederlanders. Meer dan vier op de tien 60-plussers (42 procent) die nog gevaccineerd moeten worden, zeggen deze specifieke prik niet meer te willen. 55 procent is nog wel bereid AstraZeneca te nemen. Dat bleek uit onderzoek van I&O Research in opdracht van NOS van half april.

STER reclame