Een stroom bij De Lier in Zuid-Holland, afgelopen weekend en het weekend daarvoor ANP / Hollandse Hoogte / Thierry Schut

Februari is een maand van uitersten. Was er in de eerste helft van de maand een week van vrieskou, sneeuw en schaatsen, nu is het druk aan het strand en schieten de voorjaarsbloemen de grond uit. Vandaag werd het in De Bilt 17,8 graden. Nooit eerder sinds het begin van de metingen was het in februari vier dagen op rij 15 graden of meer. Morgen wordt dit record naar verwachting al weer verbroken, naar vijf zachte dagen achter elkaar.

Waarschijnlijk wordt het morgen de warmste dag van de week en ook donderdag zal nog erg zacht zijn voor de tijd van het jaar. Veel mensen vinden dat prettig. Ze gaan lunchen in de natuur, eten een ijsje of zwemmen zelfs al in de buitenlucht. Anderen maken zich zorgen over de snelheid waarmee het klimaat verandert en de ingrijpende consequenties daarvan.

Het KNMI laat weten dat het Nederlandse klimaat steeds meer lijkt op dat van Frankrijk van enkele decennia geleden. De jaargemiddelde temperatuur in De Bilt van nu is te vergelijken met die in het Franse Lille van vijfentwintig jaar geleden en met die in Parijs van vijftig jaar geleden.

Grafiek jaartemperatuur: Nederland nu zelfde klimaat als Parijs 50 jaar geleden NOS

De snelle overgang van het koude winterweer naar het zeer zachte weer van nu is opvallend, zegt meteoroloog en NOS-weerman Gerrit Hiemstra. Voorheen was zo'n grote temperatuurtegenstelling in februari zeldzaam en was dit een echte wintermaand. "Als zo'n tegenstelling voorkwam, dan gebeurde dat vooral in maart en ook nog wel in april. Daar komen ook de weerspreuken vandaan: 'Maart roert zijn staart' en 'April doet wat hij wil'."

Door klimaatverandering lijkt het erop dat deze grote weersveranderingen zich vaker al in februari gaan voordoen, zegt Hiemstra. "In de poolstreken is het nu nog erg koud, terwijl het in het Middellandse Zeegebied al flink warmer wordt. Komt de wind uit het noordoosten dan kan koude poollucht ons land nog bereiken. Maar draait de wind, dan kan er al warme lucht uit het zuiden onze kant op komen."

Records wel of niet van belang

Intussen leiden de hoge temperaturen tot discussie: wat zegt het als er opnieuw records gebroken worden? Is dat bij uitstek een signaal dat het klimaat verandert of zegt het eigenlijk niet zoveel? Weerplaza meldde gisteren dat opnieuw een record gebroken werd: het was de warmste 22 februari ooit gemeten en ook eergisteren was er een record.

Maar het KNMI heeft het bewust niet over dit soort records. Onder het kopje 'Waarom het KNMI geen dagrecords vermeldt' wordt dit op de website uitgelegd. De temperatuur in Nederland wordt sinds 1901 gemeten. Sinds die tijd is dus bekend wat elke dag de hoogste en de laagste temperatuur is geweest. Zelfs al wordt zo'n getal met maar een tiende overschreden, is er al sprake van een dagrecord.

Het betekent ook dat iedere datum in de metingen dus 'pas' 120 keer is voorgekomen. Daardoor is de kans redelijk groot dat de temperatuur hoger of lager is dan die 120 keer eerder voorgekomen waardes. "Als we eenmaal in een koude- of hittegolf zitten, kan op deze manier dagen achtereen het ene na het andere dagrecord worden overtroffen", aldus het KNMI.

Meer warmterecords

Gerrit Hiemstra vindt ook dat dagrecords niet zoveel zeggen. Wel is het opmerkelijk dat er inmiddels veel vaker warmterecords dan kouderecords worden gebroken. Volgens klimaatwetenschappers is dat wel degelijk een teken dat het klimaat opwarmt, want zonder klimaatverandering zou het aantal warme en koude dagrecords ongeveer gelijk moeten blijven.

Streepjescode die aangeeft hoe de temperatuur oploopt in Nederland KNMI

Wat de kou van begin deze maand betreft, heeft het KNMI uitgerekend dat zo'n periode van vorst eens in de twee à drie jaar voorkwam voordat de aarde opgewarmd raakte door de menselijke uitstoot van broeikasgassen. Dit soort koude periodes in de winter is inmiddels twee à drie graden warmer geworden.

Kou twee keer zeldzamer

"Zo'n koude week met schaatsen komt tegenwoordig gemiddeld nog eens in de ongeveer zes jaar voor. Dat is twee keer zeldzamer dan voor de opwarming van de aarde. Het goede nieuws", aldus het KNMI, "is dat ze nog steeds redelijk vaak voorkomen en we nog steeds af en toe kunnen schaatsen."

STER reclame