Een school in Tuebingen, Duitsland laat scholieren regelmatig zelf testen met een antigeensneltest AFP

De inzet van coronasneltesten en -thuistesten moet een belangrijk hulpmiddel worden bij de geleidelijke heropening van de maatschappij. Nu in onderzoek is gebleken dat de testen goed genoeg zijn, gaan op korte termijn tien grote pilots van start om te kijken of de testen in de praktijk bruikbaar zijn.

Acht van de pilots vinden plaats bij onderwijsinstellingen verspreid over het land, een bij de brandweer op Schiphol en de laatste bij een bedrijf. Alle pilots worden begeleid vanuit universiteiten en ziekenhuizen. Er lopen al pilots bij leraren in het primair onderwijs en een in het voortgezet onderwijs.

Zodra de Medisch Ethische Commissie toestemming geeft kunnen de nieuwe pilots daadwerkelijk van start. De verwachting is dat die toestemming er binnen enkele dagen is. Bij een deel van de pilots worden thuistesten, eigenlijk zelftesten, ingezet. Bij andere bijvoorbeeld ook de ademtest en de speekseltest.

Bij de HAS Hogeschool in Den Bosch lieten de onderzoekers zien hoe dit testen in de praktijk gaat:

Pilots voor thuistest van start: 'Hoe vaker je test, hoe beter'

Twee thuissneltesten zijn de afgelopen tijd gevalideerd in een onderzoek van het Amphia Ziekenhuis in Breda en de GGD West Brabant in Tilburg. Ruim 3200 mensen die naar een coronateststraat in Tilburg kwamen hebben nadat ze een PCR-test hadden ondergaan een thuistest uitgevoerd.

De helft van die groep de ene thuistest, de andere helft de tweede thuistest van een ander merk. Beide testen presteerden vergelijkbaar. De specificiteit van de testen is hoog: ze haalden 99,4 procent van de gevallen eruit die met de PCR-test ook positief waren bevonden. "Als je zelftest positief is dan ben je dus ook in vrijwel alle gevallen écht positief."

"De sensitiviteit is met 78 procent ook relatief hoog", zegt onderzoeksleider Jan Kluytmans, arts-microbioloog in het Amphia Ziekenhuis in Breda. "Maar je hebt toch te maken met een aantal fout-negatieve testen, mensen bij wie de PCR-test het virus aantoont maar de thuistest niet."

De vals-negatieve resultaten van de zelftest kwamen vooral voor bij ouderen, bij mensen die aangaven dat ze het zelftesten lastig vinden en als het aantal virusdeeltjes laag was.

Begeleiding

"Als de uitslag van de thuistest negatief is kunnen studenten weer relatief veilig naar school", zegt Kluytmans, "maar vanwege de fout-negatieve uitslagen moeten ze wel de gedragsregels blijven volgen. Afstand houden, handen wassen, niezen in de elleboog en een mondkapje dragen waar dat voorgeschreven is."

Het aantal vals-negatieve zelftesten kan verlaagd worden door de testen gericht in te zetten bij jongeren en jongvolwassenen. De zelftest is dus bij uitstek geschikt voor studenten en oudere scholieren. Verder daalt het aantal vals-negatieve testen door begeleiding te geven bij het uitvoeren van de zelftest.

Dat is precies wat er gaat gebeuren in een pilot in Den Bosch waaraan 2500 studenten en leerlingen van Avans Hogeschool, HAS Hogeschool en het Koning Willem I College gaan deelnemen. Vanuit een ruimte in de HAS, een hogeschool voor agrarische opleidingen, krijgen studenten via een beeldverbinding instructie hoe de zelftest correct uit te voeren.

De instructie krijgen de studenten groepsgewijs. Na het uitvoeren van de test wachten ze elk in een aparte digitale wachtruimte een kwartiertje op hun eigen testuitslag.

Testbewijs

Als de test positief is moeten de studenten dat melden bij de GGD en in quarantaine. Is de uitslag negatief dan mogen ze naar school, maar moeten daar dus wel de coronaregels respecteren. Elke zelftest heeft een unieke barcode. Studenten moeten hun studentnummer en de testdatum invoeren voor ze de test doen.

Gewapend met de barcode en de ingevoerde gegevens krijgen ze vervolgens twee dagen toegang tot de lessen. Dus een negatieve test op maandag geeft diezelfde dag en dinsdag toegang tot de lessen. Maar voor de lessen op woensdag moet een nieuwe test gedaan worden.

Coördinator Carla Nagel hoopt de pilot volgende week met 25 tot 30 studenten te beginnen. De week erna gaan 100 studenten meedoen, de week daarna 500 en in de vierde week 2500 studenten en leerlingen. Als die allemaal vier zelftesten hebben gedaan is de pilot voorbij en worden de resultaten geanalyseerd.

De andere pilots die op korte termijn van start gaan vinden plaats in de regio's Groningen, Delft, Amsterdam, Nijmegen, Eindhoven, Utrecht en Rotterdam.

STER reclame