Demonstranten houden borden van de Civil Disobedience Movement (CDM) omhoog EPA

Sinds het leger van Myanmar op 1 februari de macht overnam, gaan dagelijks duizenden mensen de straat op voor luide protesten. Maar een deel van het protest is minder zichtbaar: om het aantal doden, gewonden en arrestaties zo laag mogelijk te houden, zetten de demonstranten vooral in op burgerlijke ongehoorzaamheid: de zogenoemde Civil Disobedience Movement.

In belangrijke sectoren leggen mensen hun werk neer, of werken ze zo inefficiënt mogelijk. Automobilisten blokkeren de snelweg met hun motorkap open, omdat ze "allemaal pech hebben". "Het land moet onbestuurbaar worden," zegt activist Hnin Nu Hlaing. "Dit systeem moet instorten, zodat de militairen met de demonstranten aan tafel gaan zitten."

Invloedrijke mensen die de protesten openlijk steunden, zoals bekende figuren en influencers, werden al snel opgepakt. Daarom werkt het verzet als een lichaam zonder hoofd: er is geen centrale leiding, maar kleine groeperingen die op eigen initiatief de beweging steunen. "Zo voorkom je dat het niet in elkaar zakt als het hoofd wordt afgehakt", zegt Hnin, lid van één van de naar eigen zeggen veertig tot vijftig organisaties in de grootste stad, Yangon.

Samen met zo'n zeven kennissen geeft Hnin financiële en juridische steun aan demonstranten die worden gearresteerd of ontslagen. "We kunnen mensen alleen overtuigen om hun werk neer te leggen als we ze blijven doorbetalen. Daarom zorgen we voor vervangend inkomen en desnoods voor nieuwe banen."

Posters op straat roepen ambtenaren op om zich aan te sluiten bij de ongehoorzaamheidsbeweging. EPA

De communicatie van dergelijke groepen verliep eerst vooral via Facebook, maar na geruchten dat de militaire regering met de hulp van China het internet monitort kwam daar een einde aan. "Mensen die de internetprovider van de staat gebruikten, kregen Chinese tekens te zien, dus we krijgen het gevoel dat ze ons in de gaten houden." Belangrijke informatie wordt nu via versleutelde apps verspreid.

Raken in de portemonnee

Verschillende sectoren worden in Myanmar gerund door het leger. De Civil Disobedience Movement wil dat mensen in die beroepen het werk neerleggen, met de gezondheidszorg, het onderwijs en het bankwezen in het bijzonder. Vooral via de banken hopen zij de Tatmadaw financieel hard te raken.

"Als de geldstromen opdrogen, kunnen zij de salarissen en pensioenen van militairen niet betalen," zegt Soe Yu Naing, die vanuit Nederland de beweging probeert te steunen. "Dat zorgt hopelijk voor een interne crisis."

Volgens Soe kan de militaire regering op drie manieren worden geraakt. Burgerlijke ongehoorzaamheid is hiervan de belangrijkste, maar de internationale gemeenschap kan helpen door sancties op te leggen aan legerleiders en hun families. "En ook door bedrijven te boycotten die banden hebben met het leger kunnen we geldstromen stilleggen."

De betogers kiezen deels voor deze vorm van protest uit angst voor meer geweld. Op 9 februari werd een 20-jarige betoger door de politie in haar hoofd geschoten. Vandaag overleed zij. In de tussentijd zette het leger pantservoertuigen in, en worden troepen van de grensgebieden naar de steden verplaatst.

"Nadat de studente werd neergeschoten gebeurde er relatief weinig, er wordt vooral geschoten met rubberen kogels," zegt Hnin. "Maar de demonstranten krijgen wel de waarschuwing: zodra er met stenen wordt gegooid, beginnen we met schieten." Hnin vreest voor een situatie als bij de coup van 1988, waarbij het leger het vuur opende op demonstranten. "We moeten niet dezelfde fouten maken als toen."

Ook Soe is bang voor meer geweld. "Het leger houdt zich nu inderdaad nog in, maar vooral op het platteland lijkt het grimmiger te worden. Ze willen dat het volk gewelddadig reageert, zodat zij hun machtsovername kunnen rechtvaardigen. Daarom kiezen we voor een geweldloze aanpak."

Lange adem

De vraag is hoe lang deze manier van protest is vol te houden. Een beweging zonder hoofd brengt problemen met zich mee. "Nu is het chaos", zegt Soe. "Ik heb geen idee met wie in Myanmar ik contact moet opnemen. De verschillende groepen zouden meer moeten samenwerken, met elkaar en met internationale organisaties."

Hnin vreest dat de beweging zonder duidelijke richting doodbloedt. Volgens haar is er zo'n 12 miljoen euro per maand nodig om alle werkweigeraars financieel te ondersteunen. "Nu gaat het goed, maar is geen plan voor de lange termijn. Over twee à drie maanden zijn de mensen uitgeput en is het geld op. Het leger geeft niet zomaar op, dus we moeten misschien nog wel een jaar door."

STER reclame