Een windturbine van windpark N33 RTV Noord

Vaak wordt het als argument genoemd door tegenstanders van een windmolenpark: het risico op gezondheidsschade bij omwonenden door laagfrequent geluid, oftewel 'bromtonen'. Maar daar is nog veel onduidelijkheid over.

RTV Noord heeft in kaart gebracht welke conclusies wetenschappers tot dusver hebben getrokken. Aanleiding voor het verhaal is de uitkomst van een recent geluidsonderzoek bij een nieuw groot windpark in het oosten van de provincie Groningen. Daar bleken een aantal windturbines "een onverwachte hoeveelheid" laagfrequent geluid te produceren.

De gemeenten Veendam, Oldambt en Midden-Groningen, betrokken bij de aanleg van dit nieuwe Windpark N33 en verantwoordelijk voor de geluidsmetingen, hebben de bouwers daarop gevraagd actie te ondernemen.

"De producent van de molens heeft inmiddels zijn technische specialisten ingezet om te achterhalen waar dit laagfrequent geluid vandaan komt", aldus de drie gemeenten.

Windpark N33 bestaat uit 35 grote windturbines, met een zogeheten tiphoogte van 200 meter. Samen zijn ze goed voor een vermogen van meer dan 150 megawatt, dat is genoeg groene stroom voor circa 140.000 huishoudens.

RIVM: er zijn geen harde bewijzen

Frits van den Berg is onderzoeker bij het RIVM en kent de verhalen van mensen die bij windparken wonen. "Dit kan stress veroorzaken. Dat is niet gezond. Die hinder kan dan weer zorgen voor een hoge bloeddruk en het risico op bijvoorbeeld een hartaanval vergroten".

Volgens Van den Berg blijkt uit de wetenschappelijke literatuur dat dit soort klachten in de nabijheid van windparken kunnen voorkomen. "Maar", zegt hij met nadruk, "het heeft óók met andere dingen te maken".

Vaak worden stress en bijbehorende klachten ook veroorzaakt door het ingewikkelde proces rond de bouw van een windpark, een negatieve verandering van het landschap en het feit dat omwonenden zich vaak niet gehoord voelen. Volgens Van den Berg is dat iets wezenlijks anders dan dat de klachten het gevolg zijn van laagfrequent geluid.

Ook het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) is bezig met een studie naar de mogelijke effecten van windturbinegeluiden op de gezondheid.

Volgens klinisch fysicus en audioloog Jan de Laat heeft een aantal landen, waaronder Duitsland, de regel ingevoerd dat de turbines op minimaal tien keer de tiphoogte van de bebouwde kom moeten staan. Dat is het hoogste punt dat een molen bereikt, inclusief de bladen. Dus als de tiphoogte 200 meter is, dan moet de afstand tot de bebouwde kom minimaal 2000 meter zijn. "Met deze afstanden komt het windmolengeluid 's nachts niet boven de 35 decibel uit (vrijwel stil, red.), is een conclusie van ons onderzoek."

'Politiek moet een keuze maken'

Frits van den Berg van het RIVM vindt dat wetenschappers niet op de stoel van de politiek moeten zitten. "Hoe hoog geluidsnormen liggen is een politieke vraag. Want uiteindelijk zijn windmolens ook nodig voor de energietransitie. Je kunt de normen wel strenger maken, maar dat brengt het aantal plekken waar windmolens nog gebouwd zouden kunnen worden aanmerkelijk omlaag."

Uiteindelijk moeten, volgens Van den Berg, de nadelige effecten van windmolens altijd worden afgewogen tegen de voordelen ervan. "Het is een illusie dat allerlei besluiten die de overheid neemt voor niemand overlast veroorzaken. Je weegt altijd af wat aanvaardbare overlast is. En waar die grens moet liggen, dat is niet aan de wetenschap, maar aan de politiek."

STER reclame