ANP

Vanaf volgende week gaan de scholen weer open, maar de buitenschoolse opvang (BSO) blijft dicht voor mensen met een niet-cruciaal beroep. Toch lijken de meeste werkende ouders allang blij dat ze hun kinderen weer naar school en de opvang kunnen brengen.

Volgens directeur Emmeline Bijlsma van de Brancheorganisatie Kinderopvang is het beroep op de opvang al groot, maar ze verwacht niet dat dit enorm gaat toenemen door ouders die hopen op noodopvang. "We zitten nu op 42 procent van de reguliere bezetting van de opvang en we gaan richting de 50 procent. Maar meer gaat het waarschijnlijk niet worden."

Volgens Bijlsma zullen er ouders zijn die misschien in de problemen denken te komen doordat de BSO niet voor hun kinderen beschikbaar is. "Maar uiteindelijk zijn de scholen open en ik denk dat de opening van de kinderdagverblijven vooral voor veel blijdschap heeft gezorgd. Want jonge kinderen kunnen natuurlijk voor afleiding zorgen voor thuiswerkers."

Begrip van ouders

Directeur Lobke Vlaming van Ouders en Onderwijs, een organisatie die ouders van schoolgaande kinderen adviseert, sluit zich daarbij aan. "Nu is er helemaal geen opvang, straks kunnen kinderen vijf dagen per week naar school. Dat is natuurlijk al een hele stap vooruit. Daarbij is de keuze om BSO's dicht te laten een bewuste medische keuze geweest. Daar hebben ouders doorgaans begrip voor, merken we."

Het liefst zien we dat de BSO weer volledig opengaat, maar dat moet natuurlijk wel veilig kunnen.

Loes Ypma, voorzitter Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang

Loes Ypma, voorzitter van de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang, zegt ook blij te zijn dat dat kinderopvang en gastouders weer open mogen. "Het liefst zien we dat de BSO ook weer volledig opengaat, maar dat moet natuurlijk wel veilig kunnen."

Dat er geen opvang is na school zorgt mogelijk wel voor logistieke problemen, erkent Ypma. "En dan zeker bij scholen waar er met halve dagen wordt gewerkt. Dat betekent aanpassen, niet alleen voor de ouders maar ook voor personeel dat eerder of langer moet werken."

Een school die zo te werk gaat, is OBS de Rietendakschool in Utrecht. Directeur Akkie Buijs legt uit waarom. "We gaan de komende twee weken halve dagen open doordat we anders in de knel komen met de algehele coronarichtlijnen. Het is anders niet veilig voor de leerlingen en leraren."

Daarnaast zegt Buijs dat de kinderen zo rustig opstarten en weer wennen op school te zijn. "Het liefst zouden we alle kinderen tegelijk ontvangen, maar dat is niet verantwoord", vindt Buijs, die van mening is dat dit geen problemen hoeft op te leveren voor ouders die moeten halen en brengen.

"We hebben het de eerste lockdown ook zo gedaan, in overleg met de ouders, en dat is iedereen toen goed bevallen." Toch is er een wezenlijk verschil. "Bij de eerste lockdown hadden we twintig kinderen bij de noodopvang, nu zijn dat er tachtig, op 300 leerlingen in totaal."

Korte lontjes

Buijs denkt dat het vooral te maken heeft met het weer en de reeks andere maatregelen die nu van kracht zijn. "Toen scheen de zon en konden mensen nog ergens naartoe. Nu is het winter, er is een avondklok en hebben kunnen mensen minder hebben, waardoor we soms te maken hebben met ouders met korte lontjes."

Woordvoerder Rob van Ooijen van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) voegt daar aan toe. "Het is nog steeds de bedoeling dat ouders zoveel mogelijk thuis blijven werken. Scholen zijn niet verantwoordelijk voor het verzorgen van noodopvang en de BSO gaat nog niet open. Ook ouders in vitale beroepen moeten het eerst proberen in eigen kring op te lossen. Dat is een beslissing van de minister."

STER reclame