ANP

De basisscholen moeten in de week van 8 februari weer open, is de bedoeling. De knoop moet nog worden doorgehakt, maar volgens demissionair minister Hoekstra moet "er iets heels raars gebeuren" om de scholen toch langer dicht te houden.

Uitgerekend vandaag pleiten een kleine vijftig organisaties op initiatief van Jantje Beton, KidsRights en Unicef ervoor om de basis- én middelbare scholen weer te openen. Over hoe dat moet is een tienpuntenplan opgesteld, dat is aangeboden aan demissionair minister van Onderwijs Arie Slob. Het plan komt voort uit een oproep twee weken geleden om te kijken naar alternatieven voor de gehele sluiting van scholen.

Lege concert- of sportzalen zouden uitkomst kunnen bieden, zeggen de bedenkers. In de video zie je hoe dat zit:

School te klein? Dan maar les in een concertzaal

Is het plan mosterd na de maaltijd na de opmerkingen van minister Hoekstra? Marc Dullaert, voormalig kinderombudsman en bestuursvoorzitter van KidsRights, vindt alvast van niet. "Het is heel positief dat er over opening wordt gesproken. Alleen is het 'hoe' heel belangrijk. Bovendien wordt er over het basisonderwijs gesproken en niet het voortgezet onderwijs, en daar zijn de sociaal-emotionele problemen bij leerlingen even groot zo niet groter."

Toch houdt Dullaert nog een slag om de arm. "We moeten het overleg over het rapport van het Outbreak Management Team naar de Britse variant afwachten." Een woordvoerster van Unicef sluit zich daar bij aan. Die zegt ook verrast te zijn over het voornemen van het kabinet. "Het lijkt wel alsof de scholen als een aan- of uitknop worden beschouwd. De duidelijke argumentatie ontbreekt."

Daarnaast verwacht de woordvoerster dat niet elke scholen blij zijn met een snelle volledige opening. "Het zou ons ook niet verbazen als schoolraden bezwaar gaan maken. Eerst was er nog een klein wonder nodig als basisscholen voor 8 februari open zouden gaan, en nu willen ze sowieso helemaal open op 8 februari. Dat is nogal een kentering."

Bubbels

Volgens de organisaties achter het plan zijn er goede plannen te bedenken om alle scholen, dus ook de middelbare scholen deels te openen. Dat bewijzen ze in Vlaanderen, zegt Dullaert. "In België wordt in het primair en voortgezet onderwijs gewerkt met bubbels, waardoor leerlingen wel gedeeltelijk naar school kunnen. Vanaf het derde jaar middelbare school krijgen leerlingen om de week les op school."

De situatie in Vlaanderen kan goed met Nederland worden vergeleken. "Dat is ook een relatief dichtbevolkt gebied en de infrastructuur is ook goed vergelijkbaar. En als het misgaat wordt er wel ingegrepen. In Vlaanderen zijn vijftig scholen gesloten na een corona-uitbraak, maar de rest blijft gewoon open."

Sport op (of door) school

Esther Polhuijs, kinderrechtenspecialist van Unicef, benadrukt dat de organisaties ook niet pertinent tegen een gedeeltelijke schoolsluiting zijn. "Maar er is veel mogelijk, en we vragen de overheid dan ook om te helpen wat er voor scholen organisatorisch geregeld kan worden." Als voorbeeld noemt Polhuijs het organiseren van sportactiviteiten onder schooltijd.

"Het is niet altijd even makkelijk voor jongeren om zich te motiveren naar buiten te gaan en te bewegen. Als ze lid zijn van een sportclub dan helpt dat natuurlijk enorm. Zo niet, dan kan de school dat organiseren." Hebben scholen het te druk, dan kan er volgens Polhuijs ook iemand aangewezen worden die de organisatie in de gaten houdt. "Denk dan bijvoorbeeld aan iemand die goed is in logistiek."

Les in het buurthuis?

Een ander punt om de scholen te helpen is om grote locaties in Nederland zoals concert- en sportzalen beschikbaar te stellen aan het onderwijs. Plekken waar veel ruimte is om scholieren onderwijs op afstand te bieden. Polhuijs: "Ieder dorp heeft wel een buurthuis of sportzaal. We zijn ons ervan bewust dat de praktische uitvoering heel ingewikkeld kan zijn, maar er zijn veel bedrijven die hun locaties en logistieke ervaring ter beschikking willen stellen."

Ons plan heeft echt indruk gemaakt in Den Haag.

Marc Dullaert

Zowel Dullaert als Polhuijs pleit ervoor dat de overheid de belangen van kinderen en jongeren nadrukkelijker laat meewegen. Daarvoor verwijst Polhuijs ook graag naar punt 10 van het document: "Betrek de kinderen en jongeren bij de besluitvorming. Hun ideeën moeten gehoord worden, zij weten heel goed wat ze nodig hebben en hoe dat geregeld kan worden."

Ondanks de verrassing van de uitspraken van Hoekstra, vat Dullaert het toch positief op. "Dat het kabinet zich uitspreekt over de sociaal-emotionele gevolgen van de maatregelen is echt een nieuwe ontwikkeling. Er lijkt een opening te ontstaan en ik denk dat de advertentie en ons plan van vandaag echt indruk hebben gemaakt en zijn doorgesijpeld naar Den Haag."

STER reclame