ANP

Twee Haagse horecaondernemers hebben recht op 50 procent huurkorting over de maanden dat ze vanwege corona gesloten waren, heeft de rechtbank in Den Haag bepaald. De huurbaas heeft wel recht op de helft van de huur die nog niet is betaald.

Er is al vaker een kort geding geweest over dit soort zaken, maar dit is de eerste keer dat een rechter definitief uitspraak doet in een zogeheten bodemprocedure. Dat geeft de uitspraak extra gewicht voor toekomstige zaken, zegt Koninklijke Horeca Nederland.

Pijn delen

De zaak was aangespannen door de huurbaas, die vond dat hij vanwege de overheidssteun aan de ondernemers recht had op achterstallige huur. Ook eiste hij dat de horecaondernemers uit het pand werden gezet, maar de verhuurder krijgt "nu het deksel op de neus", zegt directeur Dirk Beljaarts van Koninklijke Horeca Nederland in het NOS Radio 1 Journaal.

Volgens Beljaarts is de uitspraak "van grote betekenis", want "duizenden ondernemers zitten in hetzelfde schuitje." Volgens hem kunnen ook andere ondernemers nu makkelijker huurkorting afdwingen, omdat deze rechter zegt dat de pijn gedeeld moet worden.

Experts zeggen in het FD hetzelfde, en ook de branchevereniging van winkeliers, Inretail, verwacht dat deze uitspraak impact zal hebben op winkeliers.

Niet automatisch

Maar met deze ene uitspraak is niet gezegd dat alle ondernemers automatisch recht hebben op 50 procent kwijtschelding van de huur, zegt Wendela Raas, vastgoedadvocaat van advocatenkantoor Dentons, die zowel huurders als verhuurders bijstaat. "Rechters zullen ook bij toekomstige zaken blijven kijken naar de specifieke omstandigheden van het geval", zegt zij.

"Bijvoorbeeld hoeveel overheidssteun een huurder heeft gehad, en hoeveel internetomzet die nog heeft. Als een ondernemer nog redelijk wat omzet draait kan het zijn dat een rechter een lagere huurkorting geeft. Een hogere korting of helemaal geen korting kan ook de uitkomst zijn, het hangt allemaal af van de situatie." Horecaondernemers, die al langer dicht zijn, hebben daarmee ook een andere positie dan winkeliers, verwacht Raas.

Specifiek

Deze casus is ook vrij specifiek, zegt Raas. "De verhuurder ging in deze zaak vrij ver in wat hij wilde: ontbinding van het huurcontract, volledige huurbetaling en ook nog boetes. In dit geval stelde hij zich niet heel coöperatief op. We weten niet wat het vonnis was geweest als de houding van de verhuurder anders was geweest."

Er lopen nog meer zaken. Wanneer de uitspraak in een eerstvolgende bodemprocedure volgt, is onduidelijk.

STER reclame