In meerdere verpleeg- en verzorgingshuizen werken nog altijd tientallen militairen om personeel bij te staan bij de zorg voor coronapatiënten. Eind vorig jaar was de druk op verschillende verpleeg- en verzorgingshuizen zo hoog, dat zij defensie om hulp vroegen. Vooral in het noorden van het land sprongen militairen bij op plekken waar de besmettingen opliepen en het personeelstekort groeide.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Defensie zijn er tijdens de tweede golf zo'n 500 militairen ingezet, voor verschillende logistieke en medische doeleinden. Op dit moment zijn dat er nog 220. In zorg- en verpleeghuizen kwamen deze week meerdere hulpacties ten einde; nu werken daar nog zo'n 60 militairen.

Drie van hen blikken terug. "Het was geen oorlog, maar voelde toch als een missie."

Camouflage als herkenning

Adjudant Ingrid Dijkhuis (49) en zestien andere militairen kwamen op Oudejaarsdag aan in verzorgingstehuis De Veldspaat in Groningen. "Ik ben naar Bosnië en Zuid-Soedan geweest. De spanning die daarbij in het begin komt kijken, was vergelijkbaar. We werden een dag van tevoren opgeroepen en kwamen ineens in een onbekende, ellendige situatie terecht."

In het tehuis wonen dementerende ouderen, van wie de helft op dat moment besmet was. "Je merkt dan wel dat je bent getraind je snel aan te passen en te handelen. We zijn begonnen met observeren, prioriteren en stroomlijnen. Na twee dagen hebben we toen een aparte covid-afdeling opgezet en extra hygiënemaatregelen genomen."

Adjudant Ingrid Dijkhuis (rechtsvoor) en haar team in Groningen Privéfoto

Tijdens hun tijd in het tehuis hielden de militairen hun uniform aan onder de beschermende kleding. Dat onderscheid is volgens Dijkhuis belangrijk. "Wij zijn er om te ondersteunen. Vaste medewerkers weten beter de weg, dus die moet je snel kunnen vinden." Legerschoenen en een klein streepje camouflagebroek werden de belangrijkste herkenningsmiddelen.

Sinds deze week is er weer enige rust en zijn de militairen vertrokken, maar de indrukken blijven. In een week tijd overleden er zo'n twaalf bewoners. "Wij hielden in sommige gevallen hun handen vast, waren er tot in de laatste minuten bij. Ook omdat dat voor familie helaas niet altijd was weggelegd."

Laatste groet

Voor adjudant Robert Westenberg (48) was het niet de eerste 'coronamissie'. In de eerste golf werd hij al ingezet op de IC-afdeling van het calamiteitenhospitaal in Utrecht. "Het was natuurlijk geen oorlog daar, maar toch voelde het als op missie gaan: je begeeft je op onbekend terrein."

De eerste week in Utrecht kende Westenberg dan ook meer spanning dan tijdens zijn uitzendingen naar Afghanistan en Irak, zegt hij. "Daar heb ik amputaties en schotwonden meegemaakt. Maar we zijn gedrild daarop te reageren, net als op een bermbom of vijandelijk vuur."

Op de IC moest hij handelingen verrichten waar hij niet voor was opgeleid. "En mensen gingen dood door een onbekende besmettelijke ziekte. Maar er waren geen andere opties, dus doe je dat."

Adjudant Robert Westenberg aan het werk Privéfoto

De ervaringen die hij toen opdeed kwamen van pas toen hij zich begin deze maand meldde bij verpleeghuis De Liberein in Enschede. "Toen we binnenkwamen zat het personeel erdoorheen. We probeerden te helpen door te ordenen, de hygiëne te verbeteren en extra handen aan het bed te bieden."

Ondanks de inspanningen overleden in anderhalve week drie covid-patiënten. Dat maakte veel indruk op de jonge ploeg militairen. "Die moesten ineens de patiënt die ze dagen hadden verpleegd in een bodybag helpen. Dat is heftig en daar moet je goed over blijven praten met elkaar."

Een van Westenbergs collega's in het verpleeghuis in Enschede Privéfoto

Toch ziet Westenberg ook de schoonheid in wat je juist in die laatste momenten kunt bieden. Zelf bouwde hij een band op met een oud-militair van 95 die hij verzorgde. "Toen we de nacht ingingen, zag ik de dood naderen. Ik heb toen door de bekleding heen zijn hand kunnen vasthouden en uiteindelijk zijn familie gebeld, die tot het laatst bij hem kon zijn. Zo is hij niet alleen gestorven."

Met een collega heeft hij de man ook nog de militaire eer kunnen bewijzen met een laatste groet. "Deze man was veteraan, hij hoorde bij ons."

Rollator met herkenningsplaatje

Korporaal Rianne (25) werd ingevlogen in verpleeghuis De Bolder in Huizen. De nood was daar hoog: een kwart van de bewoners was besmet en het personeelstekort hoog. Ze werd ingezet op een geïmproviseerde covid-afdeling waar zo'n vijftien ouderen lagen, veelal dementerend.

Dat was even wennen. Normaal gesproken werkt ze als ziekenautochauffeur, tot oktober nog op uitzending in Litouwen. "Dit is natuurlijk een heel andere omgeving. Normaal werk je met heel fitte mensen, hier zijn mensen verzwakt en soms in de war. Dat vraagt een andere omgang."

Naast wassen, uit bed halen en eten geven was aandacht geven dan ook het belangrijkste wat zij en haar teamgenoten konden doen. "Gewoon een praatje, rustig bij ze op bed zitten en hen gerust stellen."

Korporaal Rianne (derde van links) en haar mede-militairen Privéfoto

Met een van de bewoners ontstond op die manier een speciale band. "Eén man had lang in het leger gezeten, had zijn herkenningsplaatje zelfs om zijn rollator hangen. We hebben mooi over het militaire leven kunnen praten."

Ondanks alle inspanningen kwam ook in Huizen een aantal bewoners te overlijden. "Dat is natuurlijk zwaar en daarvoor zijn gelukkig nazorggesprekken."

Dat de rust met hun hulp nu enigszins is weergekeerd in De Bolder doet haar goed. Net als de waardering die zij en haar team ontvingen. "Mensen die langskwamen bij een terminaal familielid namen toch de moeite om door het raam 'duim omhoog voor jullie' te roepen. Dat was bijzonder."

STER reclame