Het Markkanaal bij Den Hout, waarin het lichaam van Freddy Janssen in stukken werd teruggevonden Google Earth

De politie zou sporen hebben gewist van een operatie met een informant, die in mei 2015 dood werd teruggevonden. Dat schrijft het AD op basis van politiebronnen.

Het lichaam van voormalig No Surrender-lid Freddy Janssen werd in vijf stukken gesneden en gedumpt in het Markkanaal bij Den Hout in Brabant. De rechtbank oordeelde na een onderzoek dat Janssen zelfmoord had gepleegd.

Wapenleverancier van de onderwereld

Op de dag van zijn verdwijning was Janssen met Brabander Jan B., die bekendstaat als 'wapenleverancier van de onderwereld', naar het Belgische Turnhout gereden. B. was naar eigen zeggen getuige van de zelfmoord van Janssen. Janssen zou zichzelf hebben doodgeschoten, toen hij een wapen van B. aan het testen was.

B. belde na de zelfmoord geen hulpdiensten of politie, vanwege zijn strafblad en omdat hij wapens op zijn terrein had liggen, zo zei hij in de rechtszaal. Hij zei dat "anderen" Janssens lijk hadden weggemoffeld.

Toch kreeg B. in 2017 een celstraf van twee jaar voor het laten verdwijnen van een lijk. Twee jaar later schrapte het gerechtshof in hoger beroep die straf vanwege gebrek aan bewijs.

Maar zowel de rechtbank als het hof wist volgens het AD alleen niet dat Janssen een informant was van het Team Criminele Inlichtingen (TCI), waarmee een mogelijk motief voor moord is verzwegen.

'Bel me even'

Janssen zou onder meer foto's van wapens van B. hebben doorgestuurd naar de politie. Kort voor zijn dood stuurde hij nog een noodbericht naar zijn TCI-contacten: "Bel me even met de grootste spoed amigo".

Verder zou er cruciale informatie zijn uitgewist, zoals twee kritische rapporten en berichten die zijn uitgewisseld tussen Janssen en het TCI. Uit die informatie blijkt dat de agenten die contact hadden met Janssen adviseerden niet langer met hem samen te werken. Hij zou een "ongeleid projectiel" zijn, die vaak zelf betrokken was bij de zaken die hij aandroeg.

Deze operatie is één grote cover-up.

Een politiebron tegen het AD

Toch besloot het TCI door te gaan met Janssen, alleen dan wel met andere contactpersonen. Die zouden berichten hebben gestuurd naar Janssens privételefoon. "Informatie uitwisselen via mail en sms, dat doe je niet. Je stuurt hooguit een bericht: koffie om vier uur? En dan wissel je nog twee keer van locatie om te zien of je niet gevolgd bent. Er is onprofessioneel gewerkt. Het is de vraag of TCI medeschuldig is aan zijn dood", zegt een van de politiebronnen tegen het AD.

"Deze operatie is één grote cover-up", meent een andere bron. "Er was paniek bij TCI. Het vermoeden bestond dat Janssen was ontmaskerd via zijn telefoon. Vervolgens heeft men een schoonmaakactie gehouden, alle informatie over Janssen moest weg. Dit is een doofpot met IRT-achtige kenmerken", stelt de bron, refererend aan een affaire in de jaren 90, toen bleek dat er door criminele burgerinfiltranten grote partijen drugs waren ingevoerd onder de ogen van politie en justitie.

De Landelijke Eenheid van de politie, waaronder het TCI valt, zegt tegen het AD een onderzoek te zijn gestart naar de feiten die door de krant naar voren zijn gebracht. Inhoudelijk kan de politie niet reageren, "vanwege de vertrouwelijkheid en gevaarzetting van het werk van TCI".

Maar uit een eerder onderzoek blijkt dat rond de dood van Janssen "op geen enkele wijze verwijtbaar gedrag is gebleken door medewerkers van DLIO (Dienst Landelijke Informatie-organisatie, red.) of dat er iets fout is gegaan door toedoen van DLIO", zo benadrukt de politie.

STER reclame