Minister De Jonge staat de pers te woord over de vaccinatieplannen ANP

Minister De Jonge van Volksgezondheid erkent dat Nederland eerder had kunnen beginnen met vaccineren. In november werd duidelijk dat niet het AstraZeneca-vaccin, maar het middel van Pfizer/BioNTech als eerste op de markt zou komen.

De Jonge vindt dat hij toen had kunnen ingrijpen en de GGD's eerder had moeten vragen om zich voor te bereiden op het Pfizer-vaccin, dat bij veel lagere temperaturen bewaard moet worden. "Het had een aantal dagen kunnen schelen als ik eerder die vragen had gesteld", zegt de minister. "Dat kan ik nu ook niet overdoen. We zijn op dat moment in november onvoldoende wendbaar gebleken."

De Jonge: vaccineren had eerder gekund

In de Tweede Kamer was afgelopen weken veel kritiek op de late start van de vaccinaties. Nederland is het laatste land in de Europese Unie waar de vaccinaties beginnen.

In veel andere landen werd al in de laatste dagen van 2020 de eerste prik gezet. Minister De Jonge toonde zich daar niet van onder de indruk en noemde dat een "symbolische start".

Morgen praat de Tweede Kamer met de minister over de vaccinatiestrategie.

Derde kwartaal hopelijk klaar

Hij hoopt dat de vaccinaties in Nederland in het derde kwartaal van 2021 zijn afgerond. Maar veel hangt af van de leveringen, zegt hij. "Die bepalen de snelheid waarmee je kunt vaccineren. Niet alleen in Nederland, maar ook in de rest van Europa."

De eerste die woensdag in Nederland wordt gevaccineerd is een medewerker van een verpleeghuis. Dat gebeurt in Veghel.

STER reclame