Zandwinningsproject Over de Maas ANP

BNNVARA erkent niet langer de Raad voor de Journalistiek. De omroep reageert daarmee op een uitspraak van de Raad dat onderzoeksprogramma Zembla onzorgvuldig heeft gehandeld in berichtgeving over de betrokkenheid van Rijkswaterstaat bij een storting van granuliet.

De omroep zegt zich hier "volstrekt niet in te kunnen vinden". Volgens de omroep bevestigt de uitspraak dat de Raad onvoldoende is uitgerust om onderzoeksjournalistieke producties te beoordelen.

"Zembla is zelf de luis in de pels en we vinden het dan ook belangrijk dat onze journalistieke programma's op een laagdrempelige manier ter verantwoording kunnen worden geroepen", zegt Gert-Jan Hox, directeur content van BNNVARA. "Maar procedures bij de Raad worden te vaak gebruikt om met advocatenteams juridische geschillen uit te vechten, waarbij grote belangen en hoge schadeclaims op het spel staan."

'Eenzijdig, onevenwichtig en tendentieus'

BNNVARA vindt dat de Raad daar niet voor bedoeld is. "Daarom hebben we, na overleg met de journalistieke redacties, besloten om de Raad voorlopig niet meer te erkennen, ook niet voor onze andere journalistieke programma's", aldus Hox.

In de uitzending van Zembla werd gesteld dat de top van Rijkswaterstaat een vergunning verleende aan een Amsterdams bedrijf om 100.000 ton granuliet, een zandachtig restproduct, te storten in een natuurplas in Gelderland. De berichtgeving hierover, zo oordeelde de Raad voor de Journalistiek, was "eenzijdig, onevenwichtig en tendentieus". Ook de NOS schreef over de onthullingen van Zembla.

De omroep vraagt de Raad nu om "verbeteringen door te voeren" zodat de omroep in de toekomst de instantie weer kan erkennen.

De Raad voor de Journalistiek behandelt klachten. Dat moet er onder meer toe leiden dat een gang naar de rechter wordt voorkomen. BNNVARA is niet het eerste mediabedrijf dat de Raad niet erkent. Ook De Telegraaf erkent de Raad niet.

STER reclame