Huizen in de stad Mehoni vertonen gaten van granaatscherven AFP

Na de inval van het Ethiopische leger in de regio Tigray begin november zouden duizenden doden zijn gevallen. Bijna een miljoen mensen zouden zijn gevlucht. Maar het is lang onduidelijk gebleven wat er werkelijk is gebeurd. Het gebied was afgesloten van de buitenwereld. Tot vorige week.

VRT-verslaggever Stijn Vercruysse kreeg toestemming van Ethiopië om het gebied in te gaan. Als een van de eersten, misschien wel als eerste. Hij vertelt de NOS over zijn indrukken en die zijn alarmerend. "Ze moeten zichzelf redden en dat lukt nog, maar ze staan echt aan de rand van een enorme humanitaire ramp."

De regio Tigray trok zich het afgelopen jaar steeds minder aan van het centrale gezag in Ethiopië. Premier Abiy zette uiteindelijk het leger in om de controle terug te krijgen. Maar daarbij heeft ook de Amhara-bevolkingsgroep een grote rol gespeeld, blijkt nu. Het westen van Tigray wordt nu gecontroleerd door de Amhara Special Forces, vertelt Stijn Vercruysse. "Die zie je overal." Het zijn oorspronkelijk politie-eenheden uit de aangrenzende Amhara regio, die zijn uitgegroeid tot een legermacht.

Welkom in het Amhara-land

De Amhara-bevolkingsgroep had een deel van het gebied in 1991 verloren aan Tigray, zegt Vercruysse. "Het was in feite gekoloniseerd. En nu hebben de Amhara het hele gebied weer onder controle. Er stond een nieuw bord met de tekst 'Welkom in het Amhara-land'."

Hij zag er veel lege huizen. Het vee van de Tigreërs wordt massaal gestolen. "Ze zeggen dat ze niet weten door wie, maar het zijn aanwijzingen dat ze daar weggejaagd worden. Ik heb het gevoel dat de Tigreërs daar niet meer welkom waren, al zeggen de Amhara zelf dat de Tigreërs wel welkom zijn."

Meer dan 50.000 Tigreërs zijn inmiddels naar buurland Sudan gevlucht, of verder Tigray in. "Dit is land dat we hebben teruggenomen", zei een Amhara-commandant."

Kijk hier naar de eerste reportage uit het gebied. De beelden kunnen als schokkend ervaren worden.

Vlaamse journalist legt de humanitaire crisis in Ethiopië vast

Maar niet alleen de Tigreërs zijn slachtoffer van de oorlog. Vercruysse ging kijken bij een massagraf in Mai Kadra. Daar zouden ruim 700 Amhara-burgers op één dag door de Tigreërs zijn vermoord. Amnesty International sprak daar eerder al getuigen over. De journalist kon ter plekke niet vaststellen wat er precies is gebeurd.

"Er is nog geen onafhankelijk onderzoek gedaan", zegt Vercruysse. "Ik ben daar twee uur geweest. Je zag bij een kerk op verschillende plekken hoopjes stenen, dat waren graven. Op één plek zag je heel veel stenen liggen, daar lagen 62 mensen begraven. We spraken enkele getuigen. Tigreërs waren er niet, die waren gevlucht of zaten in de gevangenis. Ik kon uiteindelijk niet met zekerheid vaststellen wie de slachtoffers waren."

Verlaten ziekenhuis

Het noorden van Tigray leek voor Vercruysse onbereikbaar. Maar via een lange omweg kwam hij er toch. Militairen lieten hem door bij een belangrijke brug. "Ik denk dat we daar geluk hebben gehad dat de commandant er niet was."

Meteen viel op dat de dorpen volledig leeg waren. "Veel mensen waren de bossen ingevlucht. Bij sommige huizen stonden de deuren nog open." Wat Vercruysse het meeste aangreep was een ziekenhuis in Shire. "Dat was één grote puinhoop. Geplunderd, hoorden we, door Eritreërs. Ik zag een meisje dat bomscherven in haar gezicht had gekregen. De wonden waren niet goed verzorgd, ze kon niet eten en alleen een beetje drinken. Het zag er slecht uit. En ik zag een moeder met een diepe snee in haar borst van een kapmes. Ondertussen gaf ze haar baby te drinken."

De meeste artsen en verpleegkundigen waren gevlucht. "Die durfden niet te komen door de voortdurende plunderingen. De mensen lagen daar maar, op zichzelf aangewezen. Na een uur kwam één verpleegkundige om de oorlogswonden te verzorgen. Het stonk er erg. Er was geen water en geen stroom."

Soldaten uit Eritrea

In het noorden was het Ethiopische leger te zien. Maar Vercruysse kreeg sterk de indruk dat het eigenlijk militairen uit buurland Eritrea waren, gestoken in Ethiopische uniformen. "De weinige bewoners die we zagen vertelden dat ze voortdurend werden beroofd door Eritrese soldaten. Ze hoorden dat ze spraken met een Eritrees accent. Ik zag zelf twee militaire pick-uptrucks met Eritrese nummerborden. Iemand liet me een foto zien van een Eritrese tank volgeladen met meubilair. Geplunderd waarschijnlijk. Ze doden niemand maar ze stelen voortdurend," zegt Vercruysse.

Bij een paar scholen zagen ze honderden ontheemden. "Mensen dolen rond door de stad Shire. Mondjesmaat zie je ook hulporganisaties, hier en daar een vrachtwagen, maar dat is lang niet genoeg voor iedereen." Bij sommige kinderen zag Vercruysse tekenen van ondervoeding. "Er is geen hongersnood, ik weet wat dat is. Maar er is wel een voedselcrisis. Het kan een hongersnood worden als er geen hulp komt."

STER reclame