ANP

De Zweedse regering gaat de wet aanpassen die het verbiedt om te duiken bij de gezonken veerboot Estonia, zodat er onderzoek kan worden gedaan naar een mogelijk andere oorzaak van de veerbootramp. In september was in een documentaire te zien dat er een gat in de romp van het schip zit.

De Estonia zonk in september 1994 in de Oostzee, ten zuiden van de Finse kust. Het schip was van de Estse hoofdstad Tallinn op weg naar Stockholm. Van de 989 opvarenden werden er niet meer dan 137 gered. Het geldt als de grootste scheepsramp in Europa van na de Tweede Wereldoorlog.

In 1997 werd het onderzoek naar de ramp afgesloten. De conclusie was dat de Estonia was gezonken doordat de boegdeur was afgebroken, waardoor het zeewater vrij spel had om het schip in te stromen.

Bekijk hier een terugblik op de grootste naoorlogse scheepsramp van Europa:

De grootste naoorlogse scheepsramp van Europa

Omdat veel van de slachtoffers niet geborgen konden worden, bestempelde de Zweedse regering de plaats van de ramp als de officiële laatste rustplaats. Bij wet werd het iedereen verboden er nog in de buurt te komen.

Die wet wil de regering nu aanpassen, zodat de Zweedse ongevalleninstantie er onderzoek kan doen. Aanleiding daarvoor is een documentairefilm uit september over de ramp, waarin de makers laten zien dat er een tot dusver onbekend gat van vier meter in de romp zit.

Ze hebben dat ontdekt door bij de Estonia een duikrobot naar de zeebodem te laten afzinken. In het officiële rapport over de oorzaak van de ramp staat dat er geen gaten in de romp zijn aangetroffen.

De Zweedse minister Damberg van Binnenlandse Zaken denkt dat er in het parlement een meerderheid is om de wet aan te passen. Zijn prognose is dat dat voor de zomer van 2021 geregeld kan zijn.

Beeld uit de documentaire van het gat in de romp ANP

STER reclame