Winkelend publiek in het centrum van Utrecht, afgelopen maandag ANP

Grote winkelketens gingen deze week tóch open en het was verschillende dagen druk op Schiphol. Is het gek om er toch op uit te gaan ondanks het advies om zoveel mogelijk thuis te blijven? Nee, helemaal niet. Wetenschappers herkennen het gedrag.

"Je zoekt de gaatjes op binnen de geest van de regels", zegt Lars Tummers, hoogleraar bestuurs- en organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar gedrag van Nederlanders tijdens de coronacrisis. "Dat heeft alles te maken met wat we cognitieve dissonantie noemen: je weet dat je gedrag niet helemaal in orde is, maar maakt jezelf wijs dat het tóch kan."

Zo kan het zijn dat je de afgelopen dagen toch de Hema uitliep met een pak papier onder je arm, ondanks dat printpapier geen essentiële levensbehoefte is. "Als het open is, is het open", zei een man gisteren die voor de Action stond kortweg. En als de vliegtuigen gaan, waarom zou je dan níet gaan?

"Ik kan die hele situatie niet meer volgen", zei een consument gisteren. "De ene doet dit, en de ander doet dat":

Een dag vol verwarring in de winkelstraat: 'Ik denk dat Rutte iets anders moet verzinnen'

Dat eigenwijze gedrag heeft volgens Tummers niet met de Nederlandse volksaard te maken, zoals weleens geclaimd wordt. "Bij de eerste lockdown hielden we ons enorm goed aan de regels. Daarnaast zie je dat bijvoorbeeld België en Duitsland tijdens de tweede golf met hetzelfde probleem kampen."

Aannemelijker vindt hij dat we inmiddels van de situatie weten waarin we ons bevinden. "Het virus is redelijk besmettelijk, maar we weten nu dat het voor veel mensen niet fataal is. Daarom maken we een afweging. We willen terug naar een normaal leven. We willen weer contact met elkaar."

Vervolgens zoeken we de grenzen van het toelaatbare op, en praten dat voor onszelf goed. "Mensen hebben vaak een heel positief beeld van zichzelf als het gaat om redelijk gedrag. Ze denken dat ze een situatie goed in kunnen schatten, maar overschatten zichzelf", zegt Tummers.

Dichtbij

"90 procent van de mensen denkt bijvoorbeeld dat zij bovengemiddeld goed kunnen autorijden, maar dat is natuurlijk niet mogelijk", zegt hij. "Bij corona-onderzoek zien wij consistent dat men het gevaar voor zichzelf lager inschat dan het gevaar voor de ander."

Dat beaamt Bas van den Putte, hoogleraar gezondheidscommunicatie aan de UvA en lid van de wetenschappelijke adviesraad van de RIVM-corona-gedragsunit. "Je denkt: ik houd afstand. Ik ga niet naar plekken waar het druk is, maar ondertussen komt 33 procent toch op plaatsen waar mensen te dichtbij komen."

Mensen in de rijen op Schiphol gingen naar Tenerife en Suriname: "We denken dat het veilig is":

Met code oranje naar Tenerife: 'We denken dat het veilig is'

Hij geeft een voorbeeld: bij een lezing een half jaar geleden, in een zaal waar afstand gehouden werd, vroeg hij: wie komt er zelf weleens dichter bij dan 1,5 meter bij iemand anders? Twee mensen staken hun hand op. Toen vroeg hij: Bij wie komt iemand anders weleens dichterbij 1,5 meter van jou? Toen stak bijna iedereen zijn hand op.

Van den Putte grinnikt. "Het maakt niet of het door jou komt of door een ander. De schuldige maakt voor het virus niet uit. Jij brengt jezelf in de positie dat de ander dichtbij kan komen."

Zo kan het goed dat je straks met het Kerstdiner toch met een paar extra gasten aan tafel zit. Net íets meer dan de regels voorschrijven. Een groot probleem, ziet van den Putte. "Die volle hallen op Schiphol, daar ligt het probleem niet. Het percentage van de bevolking dat daar staat is klein. De meeste besmettingen vinden in de huiselijke omgeving plaats. Dat is zorgwekkend richting de feestdagen, waar ook drank in het spel is."

STER reclame