Minister Eric Wiebes van Economische Zaken, Minister Wopke Hoekstra van Financien en Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken. ANP/Editorial

Het kabinet volgt bij het verstrekken van leningen en garantiestellingen in de coronacrisis niet consequent de regels, concludeert de Algemene Rekenkamer in een nieuw rapport. Ook heeft de Rijksoverheid onvoldoende reserves gecreëerd om de risico's van deze transacties te dekken en wordt het parlement in veel gevallen niet tijdig geïnformeerd.

De afgelopen maanden heeft de overheid voor 62,7 miljard aan garanties en leningen verstrekt, met name aan het bedrijfsleven en de zorgsector. Sinds de kredietcrisis in 2008 zijn de regels aangescherpt en mag de overheid niet zomaar grote financiële risico's nemen.

"Wij vinden dat de ministers van Economische Zaken, Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid moeten melden hoe groot het risico is", zegt Joost Aerts van de Rekenkamer. "Er gelden spelregels en daar hebben zij zich niet altijd aan gehouden."

Staat loopt risico

Aerts: "Het is ons opgevallen dat als je alle garantiestellingen en leningen bij elkaar optelt, dat je op het niveau van blootstelling zit van de piekperiode van de kredietcrisis. En de leningen die na eind augustus zijn verstrekt, zijn in dit rapport nog niet meegenomen."

Met blootstelling doelt Aerts op het risico dat de staat in het ernstigste geval loopt. Dat zou betekenen dat alle partijen ineens hun lening of rente niet kunnen betalen en zij een beroep moeten doen op de garantiestelling. Dat is zorgwekkend, vindt de Rekenkamer.

Ook schieten de ministers volgens de Rekenkamer tekort in het creëren van reserves. Reserves zijn belangrijk zodat een ministerie financiële tegenvallers - bijvoorbeeld als een partij de lening niet kan terugbetalen - kan opvangen. Maar uit het onderzoek blijkt dat er nauwelijks reserves zijn gecreëerd, terwijl het kabinet schat dat de verwachte schade van de garantiestellingen 2,6 miljard euro is.

Aerts: "Dat betekent dat er geen speciaal potje is om dat geld uit te halen als het misgaat. En dat gaat dan ten koste van andere potjes. Welke potjes dat dan zijn, is in veel van de gevallen nu niet duidelijk."

Dat zou betekenen dat als er schade wordt geleden er ander beleid voor moet sneuvelen. Aerts: "De minister houdt dat nu een beetje in het midden en dat is niet goed. Dit is publiek geld dat wordt uitgegeven en daarin zijn we afhankelijk van de minister. De minister moet de Kamer veel beter informeren."

Controlerende taak

Want ook dat informeren is niet goed gegaan, ziet de Rekenkamer. Aerts: "Voor elke lening moet worden voldaan aan een zogeheten toetsingskader. De minister zet dan de praktische informatie op papier: welk bedrag wordt geleend, voor hoelang, met welk doel, wat is de verwachte schade, enzovoort."

Dit toetsingskader wordt vervolgens naar de Kamer gestuurd voordat die met de lening of garantiestelling instemt. Daarna mag de minister pas geld uitgeven. In crisistijden geldt de uitzondering dat een minister wel geld mag uitgeven voordat er goedkeuring is, maar een belangrijke voorwaarde is dat de Kamer daar vooraf over wordt geïnformeerd.

De Rekenkamer concludeert dat dit in 10 van de 22 gevallen niet is gebeurd en dat de informatie pas werd verstuurd nadat de Kamer al had ingestemd. Hierdoor kan de Kamer volgens de instantie niet goed haar controlerende taak uitvoeren.

In een reactie op het rapport zegt de minister van Financiën een evaluatie van de regels toe en om zorgvuldiger gebruik te maken van het toetsingskader.

STER reclame