EPA / Bewerking NOS

Vijf dagen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, zetten Facebook, Instagram, Twitter en YouTube zich schrap. Er wordt gevreesd dat de uitslag kan zorgen voor onrust, omdat die dagen of nog langer op zich kan laten wachten.

Waar het bij eerdere verkiezingen in de loop van de nacht of vroege ochtend (Nederlandse tijd) vaak duidelijk was wie had gewonnen, wordt er nu rekening mee gehouden dat de definitieve uitslag van de strijd tussen Donald Trump en Joe Biden pas een stuk later komt. Door de pandemie stemmen veel meer mensen per post en het tellen van die stemmen duurt lang.

Het wordt dus spannend hoe de techbedrijven de laatste dagen van de presidentscampagne doorkomen én vooral hoe het daarna gaat. Hoe reageren de platforms bijvoorbeeld als president Trump zich voortijdig tot winnaar uitroept?

Ik betwijfel of ze controle hebben over andere desinformatie die niet per se direct te maken heeft met de uitslag, maar wel voor sociale onrust kan zorgen.

UvA-onderzoeker Judith Möller over de rol van sociale media rond de uitslag

Zowel Facebook, als Twitter en YouTube hebben aangekondigd bij dergelijke claims een aanvullend blokje informatie te zullen plaatsen, met de boodschap dat de uitslag nog niet definitief is.

"Op wat Trump zegt zijn ze wel voorbereid", denkt UvA-onderzoeker Möller. "Ik betwijfel echter of ze controle hebben op andere desinformatie die niet per se direct te maken heeft met de uitslag, maar wel voor sociale onrust kan zorgen." Bijvoorbeeld als iemand oproept de straat op te gaan of dreigt met geweld.

'Agressieve en exceptionele maatregelen'

Naar verluidt staat Facebook klaar om, als de sociale onrust na de verkiezingen uitmondt in geweld, flinke aanpassingen te doen in wat gebruikers zien in hun nieuwsoverzicht. Dit moet de verspreiding van bepaalde berichten tegengegaan. Facebooks vicepresident Nick Clegg sprak eerder van "agressieve en exceptionele maatregelen".

Iedereen - de platforms, maatschappelijke organisaties en de politiek - staat op dus op scherp. Dat komt ook door ervaring met de presidentsverkiezingen van 2016. Achteraf werd toen duidelijk dat Russische trollen de grote techplatforms hadden misbruikt, met als doel Donald Trump te laten winnen door nepnieuws te verspreiden (welke invloed de trollen uiteindelijk hadden, is lastig te vast te stellen, schreef datawebsite FiveThirtyEight later).

Zowel de platforms als de politiek zeiden daarna: dit moet anders. Platforms moesten meer zicht krijgen op wat er zich afspeelt én sneller handelen als het misgaat.

Gisteren werden de topmannen van Facebook, Google en Twitter nog gehoord in de Amerikaanse Senaat. Net als in de vorige zitting met de ceo's in de zomer, deden ze dat via een videoverbinding:

De maatregelen die sindsdien zijn genomen gaan van het labelen van nepnieuws en het inhuren van factcheckers, tot het (al dan niet tijdelijk) verbieden of beperken van politieke advertenties. Ook werden er grote schoonmaakacties gehouden onder aanhangers van complottheorieën. Toch twijfelen experts of het genoeg is.

"Ze hebben echt wel wat gedaan", concludeert onderzoeker Judith Möller van de Universiteit van Amsterdam (UvA). "Maar ik vind dat ze absoluut meer hadden kunnen doen." Er ontbreekt met name een manier voor wetenschappers en overheden om te onderzoeken hoe het ervoor staat met desinformatie en polarisatie, zegt de onderzoeker. "Maar het is natuurlijk ook niet hun kerntaak om desinformatie te bestrijden, hun kerntaak is om reclame te verkopen. Dat is hoe ze geld verdienen."

Twee botsende waarden

Techbedrijven maken steeds vaker keuzes, die lang niet iedereen waardeert. Zoals Facebook en Twitter de verspreiding van een rammelend artikel van de New York Post onlangs beperkten. Dat leidde tot een storm van kritiek van met name Republikeinse zijde. "De vrijheid van meningsuiting botst dan met het beschermen van het publiek tegen desinformatie", zegt Möller. "Ook al doen ze nog zoveel, het zal niet genoeg zijn."

De kluwen van politiek machtsmisbruik, propaganda en misinformatie is zo ingewikkeld geworden.

Hoogleraar platformsamenleving José van Dijck

Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de UvA, vergelijkt het beleid van de platforms met een "zwalkend schip". "Er staat nog wel iemand aan het roer en er is wind in de zeilen, maar alles is erop gericht het schip intact te houden."

De vraag is dus ook óf ze het wel aankunnen. "De kluwen van politiek machtsmisbruik, propaganda en misinformatie is zo ingewikkeld geworden dat de sociale media platforms niet in staat zijn dit alleen op te lossen", zegt hoogleraar platformsamenleving José van Dijck. "Er is in de geschiedenis niet eerder een kanaal geweest dat zo'n enorme selectie- en distributiemacht had als Facebook nu heeft."

STER reclame