De Syrische president Assad tijdens een ontmoeting met de Russische minister van Buitenlandse Zaken in Damascus Reuters

Het Syrische regime is niet te spreken over het Nederlandse voornemen om het land voor het Internationaal Gerechtshof te dagen vanwege foltering. Minister Blok van Buitenlandse Zaken kondigde die stap gisteren aan.

"De Nederlandse regering volhardt erin om de agenda van zijn Amerikaanse meester te dienen", aldus het ministerie van Buitenlandse Zaken van Syrië tegenover staatspersbureau Sana. Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) is gevestigd in Den Haag. De Syriërs verwijten Nederland het internationale recht te misbruiken.

Damascus zegt ook dat Nederland geen recht van spreken heeft op het gebied van mensenrechten omdat de Nederlandse overheid terroristen zou hebben gesteund. Mogelijk doelen de Syriërs daarmee op het leveren van uniformen en pick-uptrucks aan de rebellengroep Jabhat al-Shamiya. Die groep is ook door het Nederlandse Openbaar Ministerie aangemerkt als terroristisch.

Verdrag tegen foltering

In een brief aan de Tweede Kamer liet minister Blok gisteren weten dat hij Syrië juridisch wil aanpakken vanwege misdaden tijdens de nu al ruim negen jaar durende burgeroorlog. Het regime heeft volgens hem gemarteld, ziekenhuizen gebombardeerd en chemische wapens gebruikt. "De bewijzen zijn overduidelijk. Dit kan niet zonder gevolgen blijven."

Bekijk hier een toelichting van minister Blok:

Blok: We laten de martelingen niet ongemerkt passeren

Een logischer stap zou normaal gesproken zijn om niet naar het Internationaal Gerechtshof te stappen, dat onenigheid tussen lidstaten van de VN behandelt, maar naar het Internationaal Strafhof (ICC). Dat kan rechtszaken beginnen tegen individuen. De Veiligheidsraad heeft echter de macht een dergelijke vervolging tegen te houden; een optie waarvan Rusland - een bondgenoot van Assad - tot nu toe gebruik heeft gemaakt.

Nederland probeert Syrië daarom nu op een andere manier aan te pakken. Syrië heeft in 2004 het VN-verdrag tegen foltering ondertekend en daar spreekt Nederland Syrië nu op aan.

Voordat de zaak voor kan komen bij het ICJ, moet Nederland er eerst in onderhandelingen met Syrië proberen uit te komen, al lijkt de kans daarop gezien de Syrische reactie nihil. Als de twee landen het onderling niet eens worden, kan het ICJ een arbitrageprocedure beginnen.

Hoewel het proces jaren in beslag kan nemen, wilde Blok er toch aan beginnen, schreef hij: "Als we geen eerste stap zetten, gebeurt er nooit iets. We zijn dit verplicht aan de slachtoffers en moeten aan de wereld laten zien dat we dit niet zomaar laten passeren."

STER reclame