Een vlag wappert bij een restaurant op de Piazza Navona in Rome, begin mei EPA

Europese leiders zijn het nog niet eens over het herstelfonds dat de EU er na de coronacrisis weer bovenop moet helpen. Vandaag spreekt de Duitse bondskanselier Angela Merkel onder anderen met Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie. Morgen gaat premier Rutte langs bij Merkel in Berlijn. Allemaal om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen.

Vier landen, bekend als de frugal four (de vrekkige vier) - of zoals ze zelf liever zeggen: de verstandige vier - willen lidstaten liever geen subsidies, maar leningen geven. Die landen zijn Nederland, Oostenrijk, Denemarken en Zweden. En minister Hoekstra van Financiën wil dat landen in ruil voor zulke leningen hun economie hervormen.

De houding van Nederland leidt vooral in het door corona zwaar getroffen Italië tot verontwaardigde reacties. Economen zien het niet zitten om noodlijdende landen zich dieper in de schulden te laten steken en ook het Nederlandse bedrijfsleven springt in de bres voor de getroffen landen. Vorige maand benadrukte VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer nog maar eens dat Nederland jaarlijks voor 60 miljard naar Zuid-Europese landen exporteert. Als dat zou wegvallen, zou dat ook een grote klap zijn voor de Nederlandse economie.

Italië zorgenkind

Zuid-Europese landen gaan zwaar gebukt onder de crisis. Economen en politici maken zich vooral druk over Italië. De derde economie van Europa is kwetsbaarder voor de effecten van de coronacrisis dan veel andere landen. Volgens de Europese Commissie is de recessie in Italië het diepst van alle EU-landen: er wordt 11,2 procent krimp verwacht.

Zo is het aandeel van de zwaar getroffen horeca- en toerismesector van de economie in Italië twee keer zo groot als in Nederland. Daarnaast hebben alle niet-essentiële bedrijven voor anderhalve maand hun deuren moeten sluiten.

"Nederland heeft bovendien een diensteneconomie", zegt Rabobank-econoom Maartje Wijffelaars. "Die leent zich veel beter voor thuiswerken. In Italië werken veel mensen in fabrieken. Thuiswerken is dan geen optie."

Daarnaast kon Nederland stimuleringsmaatregelen lanceren. Zuid-Europese landen konden dat veel minder. En daar zit volgens de Nederlandse regering precies het probleem. Als deze landen buffers hadden, dan was de economische situatie niet zo slecht geweest, zo is de gedachte. Maar volgens economen zit het probleem van Italië niet per se in de begroting.

NOS

Het probleem van de Italiaanse overheidsfinanciën is de grote staatsschuld. "Mensen denken dat dit komt doordat Italië te veel uitgeeft. Dat is niet zo. Het is een erfenis uit de jaren 80", zegt Alexandre Afonso, politiek econoom van de Universiteit Leiden. "Al sinds de jaren 90 geeft de Italiaanse overheid minder uit dan wat er aan belastinggeld binnenkomt, als je de rente op de staatsschuld niet meerekent."

Toch is het Italië niet gelukt de gigantische staatsschuld drastisch te verlagen. Toen ruim tien jaar geleden de kredietcrisis toesloeg, nam die juist weer toe. Dit is vooral te wijten aan de amper groeiende economie van Italië.

ANP

Volgens Afonso heeft de lage Italiaanse groei niets te maken met de vooroordelen die er volgens hem zijn. "Veel mensen in Nederland denken dat Zuid-Europeanen een andere werkethiek hebben. Ze zouden lui zijn en vroeg met pensioen gaan. Maar er wordt in Zuid-Europa gemiddeld meer uren gewerkt. Alleen zijn deze uren minder productief."

Het gebrek aan productiviteit wordt volgens Wijffelaars deels veroorzaakt door de slepende bureaucratie. "Faillissementsprocedures duren bijvoorbeeld zo'n zes tot zeven jaar. Het gemiddelde in de eurozone is anderhalf jaar." De Italiaanse regering kwam gisteravond nog met een nieuw plan om de beruchte ambtelijke molens aan te pakken.

Oud-directeur van De Nederlandsche Bank Lex Hoogduin voegt daaraan toe dat structurele hervormingen nooit echt zijn doorgevoerd. De econoom, die het eurobeleid kritisch volgt, zegt dat vooral het zwakke bestuur in Italië een groot probleem is. "Regeringen zitten vaak niet lang genoeg om nodige hervormingen door te voeren."

Je zou het juist moeten hebben over het deels kwijtschelden van schulden, maar dat is voor de politiek niet te verkopen aan kiezer.

Lex Hoogduin, oud-directeur van De Nederlandsche Bank

Italië heeft de afgelopen dertig jaar volgens Afonso juist enorm veel bezuinigd. "Als de overheid te veel bezuinigt, kun je groei afremmen." Volgens Afonso en Wijffelaars moet de Italiaanse economie daarom worden aangezwengeld, bijvoorbeeld met een steunpakket.

Maar Hoogduin is minder optimistisch. In het pakket wordt vooralsnog niet gesproken over staatsschulden en dat is volgens de econoom een grote fout. "Nog eens leningen geven aan landen die al diep in de schulden zitten, lost niets op. Je zou het juist moeten hebben over het deels kwijtschelden van schulden, maar dat is voor de politiek niet te verkopen aan kiezers." Nederland moet daarom ook gewoon strikte voorwaarden aan die giften koppelen, volgens Hoogduin.

Niets doen geen optie

Ook Wijffelaars en Afonso zien nog kans om de Italiaanse economie te laten groeien en zo de staatsschuld te verlagen. Maar dan zouden de leningen wel giften moeten worden. Anders kan het steunpakket averechts werken.

Niets doen aan de economische situatie in Zuid-Europa is volgens alle drie geen optie. De economische gevolgen zouden voor zowel Nederland als Italië groot zijn. De Europese economieën zijn met elkaar verweven, dat gaat verder dan de export en import. Het instorten van de Italiaanse economie kan volgens de Rabobank grotere gevolgen hebben dan schattingen laten zien.

Op 17 en 18 juli komen de Europese ministers bijeen. Het is de vraag of er na maanden van overleg een akkoord komt en of de maatregelen in het steunpakket landen als Italië uit de brand helpen.

STER reclame