Facebook-topman Mark Zuckerberg in Brussel in februari dit jaar. AFP

Het was een belangrijke belofte van Facebook in de aanloop naar de Europese verkiezingen van vorig jaar: onafhankelijke wetenschappers zouden toegang krijgen tot Facebook-data. Zo zouden ze kunnen onderzoeken hoe nepnieuws zich op het platform verspreidt. Nu, een jaar later, hebben de onderzoekers die toegang maar zeer beperkt gekregen. Dat blijkt uit gesprekken die de NOS had met een groot deel van de Europese deelnemende wetenschappers.

"De belofte dat ze veel data zouden delen, met grote wetenschappelijke waarde voor wetenschappers, is nog niet waargemaakt", zegt Rebekah Tromble, voorheen van de Universiteit Leiden en inmiddels werkzaam in Washington. Jean-Phillippe Cointet van de Franse universiteit Sciences Po ziet dat ook zo: "Met wat we tot nu toe hebben gekregen, lijkt het me heel onwaarschijnlijk dat iemand de vraag kan beantwoorden of Facebook verantwoordelijk is voor de verspreiding van fake news."

Onze correspondent sprak de betrokken onderzoekers en zet alles voor je op een rij:

'Achterkant van Facebook' toch niet inzichtelijk voor wetenschappers

Facebook en andere sociale media liggen al langer onder vuur, omdat ze te weinig zouden doen tegen de verspreiding van nepnieuws op hun platforms. Zeker is dat bijvoorbeeld rond het brexitreferendum in Groot-Brittannië en de Amerikaanse verkiezingen van 2016 online veel nepnieuws werd verspreid, maar het is onduidelijk welke invloed dat nepnieuws had en hoeveel mensen ermee werden bereikt. Dat soort vragen zouden wetenschappers willen beantwoorden.

Facebook wilde ze die kans geven. "We zien het als de beste manier om het vertrouwen van mensen in democratie te vergroten", zei Richard Allen net voor de Europese verkiezingen van vorig jaar. Hij was destijds hoofd beleid voor Facebook in Europa en hij nodigde Europese media, waaronder de NOS, uit op het Europese Facebook-hoofdkantoor om te laten zien hoe het bedrijf nepnieuws bestreed.

Daarover maakten we vorig jaar deze reportage:

Facebook: 'Wij zijn niet geïnteresseerd in de chats tussen familie en vrienden'

Wetenschappers aan twaalf universiteiten wereldwijd zouden in de maanden daarna toegang tot de data moeten krijgen. Bij die universiteiten zat ook de Universiteit van Amsterdam (UvA). Maar het duurde lang voordat er daadwerkelijk data binnenstroomden. En de data die kwamen, gaven maar weinig inzicht.

"Ik wil onderzoeken of er mensen zijn die in zo'n bubbel van desinformatie zitten, dat ze die desinformatie zien als informatie", zegt Judith Möller van de UvA. "Stel dat jij leest: spuit maar bleekmiddel in je aderen, dan doe je dat niet. Maar als je keer op keer hoort dat het een goed idee is en als andere informatie niet meer bij je binnenkomt, dan ga je het misschien op een dag toch doen."

Ongeveer een maand geleden kreeg Möller als één van de door Facebook gekozen wetenschappers toegang tot de data, maar haar vragen kan ze er niet mee beantwoorden. "We kunnen alleen zien: dit was de informatie die werd verspreid en die is zo vaak geliket of gedeeld. Maar we zien niet wie de desinformatie gekregen heeft. En of die persoon ook echte informatie kreeg. Voor goed onderzoek is dat juist wat we willen weten."

Hoe hoger je komt in de hiërarchie van het bedrijf, hoe groter de bezwaren zijn aan de kant van Facebook.

Claes de Vreese, Universiteit van Amsterdam

"De data voldoet zo goed aan de Europese privacywetgeving, dat je er helemaal niets meer mee kan", zegt ook Jean-Phillippe Cointet van Sciences Po. Om te voorkomen dat de wetenschappers konden achterhalen welke gebruikers achter bepaalde data schuil gingen, werden alleen de gegevens gegeven van artikelen die meer dan honderd keer op Facebook werden gedeeld.

Er werd ook nog eens zogeheten 'ruis' aan de gegevens toegevoegd. Nepgegevens die de privacy van de gebruikers garandeert, maar het werk van de wetenschappers alleen maar moeilijker maakt. Cointet: "We begonnen erg enthousiast aan het project, maar hoe meer we naar de data kijken, hoe meer we denken: hier kun je geen serieuze resultaten van verwachten."

"Als je rechtstreeks contact hebt met de mensen bij Facebook die de data moeten leveren, dan merk je dat die bereidheid er echt wel is," zegt Claes de Vreese, ook van de Universiteit van Amsterdam. Hij is voorzitter van het Europese deel van Social Science One, een organisatie die het contact tussen Facebook en de wetenschappers organiseert.

"Hoe hoger je komt in de hiërarchie van het bedrijf, hoe groter de bezwaren zijn aan de kant van Facebook. Vooral bij de juristen, die wijzen op de Europese privacyregels. Die regels zijn er om ons te beschermen, maar nu worden die regels gebruikt door Facebook om de data niet te delen."

Dat ziet ook Rebekah Tromble vanuit de Verenigde Staten. "De juristen in dit soort grote bedrijven hebben een natuurlijke neiging om heel voorzichtig te zijn. Ze willen in de eerste plaats het bedrijf beschermen. Als er ook maar enig risico is, zullen ze geen toestemming geven."

Cambridge Analytica

Facebook heeft ook wel reden tot voorzichtigheid. Het Cambridge Analytica-schandaal hangt nog als een donkere schaduw boven het bedrijf. Persoonlijke data van miljoenen Facebook gebruikers werden misbruikt om politieke advertenties te verkopen.

Bij wetenschappers is er begrip voor die lastige positie. "Er zijn nu nog maar weinig wetenschappers die zeggen: laat mij maar een beetje in die data rondsnuffelen om te kijken wat ik ontdek", zegt Claes de Vreese. Maar Facebook voert de privacyrichtlijnen wel erg strikt door. "Iedereen snapt dat daar voorwaarden aan verbonden zijn, maar ze kunnen wel degelijk data delen, als ze mensen maar vooraf informeren. Ze zouden daarin veel verder kunnen gaan dan ze nu doen. Ze gebruiken de privacywetgeving als een soort excuus, zo voelen wij dat in ieder geval, om dit project te vertragen."

"Wat mij nog het meest verbaast", zegt de Franse wetenschapper Cointet, "is dat Facebook nog steeds data deelt via andere overeenkomsten. Bedrijven kunnen meer zien dan wij met onze wetenschappelijke dataset."

Reactie Facebook

Facebook zegt in een reactie dat het wel degelijk zijn best doet om de data vrij te geven voor de wetenschap. "In de afgelopen twee jaar hebben we meer dan 11 miljoen dollar en meer dan twintig fulltime medewerkers op dit werk ingezet. (...) We blijven data delen ten behoeve van onafhankelijk academisch onderzoek, waarbij we altijd de privacy van gebruikers in acht blijven nemen. In de komende maanden hopen we weer een update te geven."

STER reclame