In Nederland overlijden net als in andere westerse landen meer mensen door het coronavirus onder etnische minderheden. Toch is dat verschil kleiner dan in bijvoorbeeld de VS en Engeland. Dat blijkt uit een analyse van de oversterfte door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het is voor het eerst dat in Nederland cijfers bekend worden die uitwijzen dat het coronavirus etnische minderheden harder treft.

In andere landen bleek al dat sommige bevolkingsgroepen zijn oververtegenwoordigd als het gaat om sterfte door het virus. Onderzoekers rapporteren daarover in onder meer Denemarken, Zweden, Noorwegen, Groot-Brittannië en de VS . Toch zijn de verschillen in Nederland minder groot, constateert Tanja Traag van het CBS.

In de eerste zes weken van de uitbraak overleden in verhouding meer mensen dan daarvoor met een westerse migratie-achtergrond (49%). Zij kwamen veelal uit andere Europese landen.

Onder inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond, bijvoorbeeld uit Turkije en Marokko, lag de oversterfte op 47 procent. Onder mensen met een Nederlandse achtergrond lag het percentage op 38.

Zieke artsen en verpleegkundigen

In Groot-Brittannië trof de ziekte al snel vooral verpleegkundigen en artsen met een Afrikaanse achtergrond. Toen dat begon op te vallen besloten de ziekenhuizen te kijken welke mensen er op de IC liggen en wat hun etniciteit is.

Zo bleek 64,8 procent van de patiënten wit, 13,8 procent Aziatisch, 13,6 procent zwart en 7,8 procent van andere of gemengde etnische achtergrond.

Onderzoekers die data analyseerden in Noorwegen kregen een specifieke groep in beeld: zij zagen dat Somaliërs opvallend vaak besmet zijn met het coronavirus.

In de VS komt de ziekte het hardst aan in de Afro-Amerikaanse gemeenschap. In sommige steden gaat het om 70 procent van de mensen die overlijden.

NOS

Het RIVM, de ziekenhuizen en de GGD's registreren in Nederland niet op etniciteit. Het is dus niet bekend of mensen die in het ziekenhuis zijn opgenomen, vaker uit een bepaalde bevolkingsgroep komen. Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) heeft ook niet de indruk dat er meer mensen met een migratie-achtergrond op de IC's belanden.

Meer tolken in de zorg

Volgens epidemioloog en specialist vluchtelingenzorg Simone Goosen is onderzoek naar de herkomst van patiënten belangrijk. Nu is niet bekend of iedereen goed wordt geïnformeerd over de risicobeperkende maatregelen. Bovendien komen sommige ziekten, zoals diabetes en overgewicht, meer voor bij bepaalde bevolkingsgroepen, zoals Turken en Marokkanen. Gebleken is dat die aandoeningen mensen extra kwetsbaar maken voor covid-19.

Goosen is een warm pleitbezorger van meer tolken in de zorg. Sinds de uitbraak van het coronavirus hebben de tolken veel minder werk. Zij worden nauwelijks nog benaderd door huisartsen en ziekenhuizen om patiënten bij te staan. Dat zou een teken kunnen zijn dat er niet meer mensen met een migratie-achtergrond in het ziekenhuis terechtkomen.

Maar Goosen vreest dat het ook kan betekenen dat mensen die de taal niet spreken, de weg niet weten te vinden naar zorgverleners. Zij krijgt dit soort signalen ook van verloskundigen. Die zien steeds minder Eritrese zwangere vrouwen langskomen voor controle, omdat ze bang zijn voor het virus.

Verspreid over het land

Onder Somaliërs in Nederland leeft overigens niet het gevoel dat er in hun gemeenschap opvallend veel mensen sterven. Ali Ware, vertegenwoordiger van een koepelorganisatie van Somaliërs, heeft daar twee verklaringen voor.

Door het Nederlandse spreidingsbeleid wonen gemeenschappen niet dicht bij elkaar, zegt hij. Somaliërs zijn veel meer verspreid over het land dan in bijvoorbeeld Denemarken en Engeland.

Daarnaast hebben sleutelfiguren in de Somalische gemeenschap vanaf het begin van de uitbraak teleconferenties gehouden om mensen te informeren. "We hebben zo'n 29 van die conferenties georganiseerd samen met de lokale Somalische gemeenschappen in heel Nederland." Daarin ging het vooral over sociale en economische kwesties.

"Er zijn problemen als het gaat om inkomen, of schoolgaande kinderen die niet thuis kunnen leren. Maar ook ouderen die eenzaam zijn en waar eten naartoe moet worden gebracht", vertelt Ware.

Verzorgingsstaat

Godfried Engbersen, hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit, onderschrijft dat het spreidingsbeleid voor asielmigranten heeft voorkomen dat kwetsbare gemeenschappen te veel geconcentreerd worden in te kleine huizen.

Sowieso lopen migranten dankzij de verzorgingsstaat niet meer gezondheidsrisico's dan anderen, denkt Engbersen. "Iedereen heeft recht op zorg, dat is anders dan in de Verenigde Staten". Wel zullen zij meer te maken hebben met de sociaal-economische gevolgen, zoals verlies van werk en inkomen.

Engbersen vindt dan ook dat de huidige crisis zou moeten leiden tot een herwaardering van de verzorgingsstaat. "Wees voorzichtig dat af te bouwen. De grote les van nu is om weer te denken aan nieuwe vormen van bescherming van de 'flexibele schil', met veel mensen die werken met flexibele contracten".

STER reclame