De bemanning van Apollo 13 vlak na de landing op 17 april 1970 NASA

"Houston, we've had a problem..." De kalme woorden van astronaut Jim Lovell zijn nogal een understatement. Het is 13 april 1970, 21:07 uur in Houston, en een deel van zijn ruimteschip is geëxplodeerd, op 330.000 kilometer van de aarde.

De bijna fatale missie van Apollo 13, die vandaag een halve eeuw geleden werd gelanceerd, is nog steeds legendarisch - mede dankzij de Hollywoodverfilming met Tom Hanks uit 1994. Achteraf noemde NASA de rampvlucht een 'succesvolle mislukking', maar het scheelde weinig of de maanreizigers hadden het niet overleefd. De komende jaren stuurt NASA opnieuw astronauten naar de maan. Is hun ruimteschip veiliger?

De eerste nog onbemande vlucht in NASA's nieuwe maanprogramma Artemis moet in de loop van 2021 plaatsvinden. Of dat gaat lukken is nog niet zeker. Door het coronavirus zijn veel ruimtevaartprojecten vertraagd, maar de voorbereidingen voor Artemis I gaan vooralsnog door.

De vlucht wordt de ruimtedoop voor de in Europa gebouwde servicemodule van het nieuwe ruimteschip Orion. Ook de Apollo-capsules waarmee astronauten in de jaren 60 en 70 naar de maan reisden, hadden zo'n servicemodule. Die zorgt voor de temperatuurregeling, zuurstof en water en heeft een raketmotor.

Precies met zo'n servicemodule ging het bij Apollo 13 rampzalig mis. Een zuurstoftank explodeerde, de tweede liep leeg en in enkele uren zaten de drie astronauten zonder stroom, water en zuurstof in hun commandomodule. Door in ijltempo naar de maanlander over te stappen wisten ze te overleven.

Bekijk hier bewaard gebleven beelden uit de rechtstreekse tv-uitzending over Apollo 13 van de NOS uit 1970, en twee Polygoonjournaals over de bijna fatale vlucht:

Een ongeluk zoals met Apollo 13 zou met NASA's nieuwe ruimteschip nooit kunnen gebeuren, verzekert Philippe Berthe van ruimtevaartorganisatie ESA. Hij is een van de projectmanagers voor de Europese servicemodule van Orion. "We hebben niet hetzelfde systeem om stroom op te wekken als Apollo. Voor Orion gebruiken we zonnepanelen. Dit specifieke probleem zou zich nooit kunnen voordoen."

Dit probleem misschien niet, maar kun je zonnepanelen beschermen tegen inslagen van rondvliegend ruimteafval en micrometeorieten, kleine steentjes die met meer dan 40.000 kilometer per uur door de ruimte schieten?

Dat is eigenlijk onmogelijk, zegt Rob van Hassel van Airbus Defense and Space in Leiden. Daar worden de zonnepanelen van Orion in elkaar gezet. "De vraag is: moet je ze daartegen beschermen?"

In de assemblagehal in Leiden zijn de voorbije decennia tientallen zonnepanelen voor satellieten en ruimtesondes gemaakt. Daardoor weten de bouwers dat de schade van micrometeorieten en ruimteafval beperkt is. "Als een micrometeoriet door een zonnepaneel valt, maakt hij maar een heel klein gaatje van een paar tiende milliliter tot een paar millimeter breed. De impact is eigenlijk nihil." Dat bleek bijvoorbeeld bij een inslag in een paneel van de Sentinel-1-satelliet.

Een botsing met grotere objecten kan grotere gevolgen hebben. Een ongeluk zoals in 1997 bijvoorbeeld, toen een Russisch ruimtevrachtschip een zonnepaneel van ruimtestation Mir vernielde.

Als Orion zoiets zou overkomen, is er wel echt een probleem. Maar daarom heeft Orion ook vier zonnepanelen, zegt van Hassel. "In het ergste geval mis je een deel van een paneel, of zelfs een heel paneel, maar daar houdt het wel mee op. Met één of twee panelen minder kunnen de astronauten nog gewoon thuiskomen."

Dat wil niet zeggen dat de astronauten met hun Orioncapsule en NASA's nieuwe maanraket, het Space Launch System, geen enkel risico lopen, benadrukt Philippe Berthe van ESA. "De missies in de jaren 60 en 70 waren enorm risicovol. Ze waren erop gericht als eerste de maan te bereiken, en er werd meer risico genomen dan nu. Maar er is altijd een risico op een fataal ongeluk. Bij de start van het space shuttle-programma werd gerekend op hooguit één fatale vlucht op 500 missies, maar het ging op 135 vluchten twee keer mis."

Orion is een stuk veiliger dan de shuttle. Bepaalde cruciale systemen zijn dubbel ingebouwd. Naast de hoofdmotor zijn er bijvoorbeeld nog acht extra motoren die de taak van de hoofdmotor kunnen overnemen. En onderdelen die ESA en NASA niet dubbel konden inbouwen, zijn aan extreme tests onderworpen.

Het gaat niet alleen om veiligheid, zegt de ESA-manager. Veiligheid en betrouwbaarheid zijn twee verschillende dingen. "Een missie kan mislukken als het doel, bijvoorbeeld de maan, niet bereikt wordt. En dan is er veiligheid. Dan gaat het over het omkomen van de bemanning of personeel op de grond. Een missie kan veilig zijn zonder enorm betrouwbaar te zijn. Maar wij willen het allebei natuurlijk."

STER reclame