EPA

China trekt de perskaarten in van alle journalisten van drie grote Amerikaanse kranten. Het gaat om medewerkers van The New York Times, The Wall Street Journal en The Washington Post. De kranten spreken van een ongekende aanval op de persvrijheid.

De Amerikaanse verslaggevers moeten hun perskaarten binnen tien dagen inleveren. Omdat hun visa zijn gekoppeld aan de perskaarten, moeten ze hoogstwaarschijnlijk ook het land verlaten. Ook mogen ze niet meer werken vanuit de semi-autonome steden Hongkong en Macau.

China reageert hiermee op het Amerikaanse besluit van eerder deze maand om de werkvergunningen van tientallen Chinese journalisten in te trekken. Het aantal vergunningen voor vijf Chinese staatsmedia is teruggeschroefd van 160 naar 100. De Chinese regering noemt dat een onredelijke onderdrukking voor de Chinese journalisten, die niet onbeantwoord kon blijven.

Chinese propaganda

Volgens de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, zijn de Chinese en Amerikaanse maatregelen niet te vergelijken. "De Chinese journalisten hoorden bij de Chinese propaganda. We zien dit als buitenlandse missies die de Amerikaanse wet ondermijnen."

Ook de getroffen Amerikaanse kranten veroordelen de Chinese maatregel. Hoofdredacteur Matt Murray van The Wall Street Journal noemt het een ongekende aanval op de persvrijheid in tijden van crisis.

Zijn collega bij The New York Times Dean Baquet spreekt van een grote fout, zeker midden in de wereldwijde uitbraak van het coronavirus. "De gezondheid en veiligheid van de wereldbevolking is afhankelijk van onpartijdige berichtgeving over de twee grootste economieën, die nu beide vechten tegen dezelfde epidemie."

Vorige maand besloot China om drie correspondenten van The Wall Street Journal uit te zetten als straf voor een opiniestuk over het coronavirus. Peking noemde dat artikel racistisch.

STER reclame