anp

Schepen die bij storm toch dicht langs de Waddenkust willen varen kunnen incidenteel worden tegengehouden. Nederland zou een tijdelijke noodmaatregel kunnen instellen om dat te doen. Dat zegt de Utrechtse professor Internationaal Recht Soons, die vandaag bij een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer is om met Kamerleden over de vaarroutes langs de Wadden te spreken.

De Tweede Kamer wil het Waddengebied beter beschermen tegen containers die in de buurt van de Wadden overboord kunnen slaan. Daarom pleit een meerderheid voor het afsluiten van de zuidelijke route bij storm.

Dat is volgens minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) ingewikkeld, omdat de route niet alleen door Nederlands vaarwater gaat en de Duitsers er ook wat over te zeggen hebben.

Internationaal veranderingen regelen kost veel tijd. Volgens professor Soons heeft Van Nieuwenhuizen daarin gelijk. "Het gaat om internationaal recht, en je kunt niet eenzijdig permanente maatregelen nemen. Maar een tijdelijke oplossing voor incidentele gevallen is er wel."

Een maand geleden verloor het Nederlandse schip OOCL Rauma 43 kilometer boven Ameland zeven containers. Daarin zaten vooral papier en ongevaarlijke lading, blijkt uit antwoorden op Kamervragen van de minister van dinsdag. Dat was niet het geval met de MSC Zoe, die in januari vorig jaar 345 containers verloor. Een ecologische ramp was het gevolg.

Dit zijn beelden die de kustwacht in januari 2019 maakte van de ravage op de MSC Zoe:

Beelden Kustwacht: dit schip verloor 270 zeecontainers

Burgemeesters op de Waddeneilanden maken zich grote zorgen. Kamerleden van D66, CDA, PvdA, GroenLinks, ChristenUnie, Partij voor de Dieren en SP vinden dat er geen risico's meer genomen mogen worden met "zwaarbeladen schepen zo dicht langs de kust".

"Het is tijd dat de minister kiest voor veiligheid en de natuur van het Waddengebied in plaats van voor de markt", aldus PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk.

Ik moet de kapitein nog zien die zo'n bevel zou negeren

Fred Soons, Universiteit Utrecht

Deskundigen van onder meer de Kustwacht, Rijkswaterstaat, de redersbranche en het ministerie gaan straks met Kamerleden in gesprek.

Volgens Soons, die in de jaren 70 en 80 deel uitmaakte van het rampenteam Noordzee, zou Nederland gebruik kunnen maken van de "interventiebevoegdheid". Deze bevoegdheid is vastgelegd in de Wet bestrijding maritieme ongevallen.

Soons zegt dat het erop neerkomt dat "wanneer een schip onder vreemde vlag een onmiddellijk en dreigend ernstig gevaar voor het milieu van de kuststaat vormt, de kuststaat gebruik kan maken van de interventiebevoegdheid, niet alleen in territoriale zee maar ook daarbuiten".

Hij benadrukt dat het waarschuwingssysteem dat de kustwacht nu gebruikt al goed werkt. Zo'n extra tijdelijke maatregel lijkt hem internationaal rechtelijk gezien geen probleem. "Ik moet de kapitein nog zien die zo'n bevel van Nederland zou negeren."

'Minister naar Wadden toe'

Minister van Nieuwenhuizen wil snel met de Duitsers om tafel, zo schreef ze dinsdag in antwoord op Kamervragen. Maar ze wil eerst de uitkomsten van onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) naar de ramp met de MSC Zoë afwachten. Dat onderzoek wordt op zijn vroegst eind april verwacht.

Partijen in de Kamer vinden dat de minister ondertussen wel meer kan doen. De PvdA vindt dat ze naar de Wadden toe moet. "Waddenbewoners maken zich nog steeds veel zorgen over een volgende scheepsramp", zegt Van Dijk van de PvdA. "Dagelijks worden nog plastic en andere spullen van de MSC Zoe gevonden op de stranden. Van Nieuwenhuizen moet die zorgen wegnemen en met de bewoners in gesprek gaan."

STER reclame