AFP

De rechtbank in Rotterdam geeft de Staat nog drie maanden de tijd om concrete stappen te nemen in het terughalen van een Syriëganger die in vluchtelingenkamp Ain-Issa in Noordoost-Syrië zit. Anders is het proces tegen haar voorbij. De uitspraak kan grote gevolgen hebben voor tientallen andere vrouwen die ook in Syrië verblijven.

Het gaat om Ilham B. uit Gouda die sinds maart 2016 in Nederland wordt vervolgd omdat ze naar het kalifaat reisde en zich aansloot bij terreurorganisatie IS. Haar advocaat had gevraagd om het stopzetten van de zaak, omdat B. al jaren "onder de bedreiging van strafvervolging leeft" en "inmiddels meer behoefte heeft aan duidelijkheid". Tegen haar is een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd.

Nederland deed te weinig

De rechtbank eist al twee jaar dat het Openbaar Ministerie er alles aan zou doen om ervoor te zorgen dat de vrouw naar Nederland zou worden gehaald, door haar via de Koerdische Autonome Regio naar het Nederlandse consulaat-generaal in Erbil te brengen, zodat ze uiteindelijk het proces tegen haar kan bijwonen.

Maar nu ziet de rechtbank dat de afgelopen twee jaar niet gebleken is dat Nederland moeite gedaan heeft om de vrouw terug naar Nederland te krijgen. Volgens de rechter is het daarom onredelijk dat de vervolging nog langer voortduurt. Het OM vroeg zes maanden tijd, maar de rechter geeft justitie drie maanden. Nederland heeft altijd het standpunt gehad dat het jihadstrijders niet terughaalt uit het buitenland.

Mogelijk grote gevolgen

De uitspraak van de rechter kan grote gevolgen hebben. Als de staat de Syriëganger niet binnen drie maanden ophaalt, zou ze zonder kans op vervolging terug kunnen naar Nederland. Omdat de zaak tegen haar dan stopt, kan ze niet meer vervolgd worden voor hetzelfde feit.

Volgens advocaat André Seebregts, die de zaken van vijf vrouwen in een soortgelijke zaak aanhangig heeft gemaakt, moet de staat nu echt iets gaan doen. "Het springende punt is dat de vrouwen niet worden gehaald, en zonder de vrouwen is er geen rechtszaak. Ook voor hen geldt dat er dossiers zijn en dat er helemaal niets gebeurt. Ze worden hier niet naartoe gehaald."

Seebregts zegt dat er twee opties zijn. "Of de overheid gaat zich nu echt serieus inspannen om de vrouwen op te halen waardoor de vrouwen een rechtszaak krijgen. Of ze doen het niet, en dan wordt de zaak beëindigd."

Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid zegt dat het kabinet de uitspraak bestudeert. "Op een later moment zullen we de Tweede Kamer informeren over de uitkomsten."

STER reclame