Conservator Shan Kuang van het Allentown Art Museum met de ontdekte 'Rembrandt' Allentown Art Museum

Naar het programma Tussen Kunst & Kitsch kijkt schilderijonderzoeker Milko den Leeuw vaak, hij ziet het als een trainingsspelletje. Met het blote oog bepalen in welke periode en door wie een schilderij is gemaakt: eigenlijk kan het niet. Want om een schilderij aan een kunstenaar toe te kunnen schrijven moet je het minstens voor je neus hebben.

Het Allentown Art Museum in de Amerikaanse staat Pennsylvania maakte gisteren bekend dat een schilderij uit de collectie van het museum een Rembrandt blijkt te zijn. Het schilderij werd twee jaar lang gerestaureerd en onderzocht door experts. Rembrandtkenners in Nederland hebben echter ernstige twijfels over de echtheid van het werk.

Met zijn stichting Authentication in Art probeert Den Leeuw musea, veilinghuizen en kunstliefhebbers duidelijkheid te geven in dit soort kwesties. "Daarbij probeer je eigenlijk zoveel mogelijk redenen te bedenken waarom een werk niet van een bepaalde schilder zou zijn. Als een schilderij binnenkomt hebben mensen vaak hoge verwachtingen, of ze ruiken geld."

"Een getraind oog kan vaak al uitsluitsel geven over een werk", zegt de onderzoeker. "Is het gemaakt door je opa op zolder of niet?" Als er redenen zijn om aan te nemen dat een werk niet gemaakt is door een bepaalde kunstenaar, is er vaak geen aanleiding voor verder onderzoek.

300 brieven

Dat onderschrijft onderzoeker Louis van Tilborgh van het Van Gogh museum. Jaarlijks krijgt het museum zo'n 300 brieven van mensen die denken dat ze een Van Gogh hebben. Maar eens in de paar jaar zit daar een brief bij die het begin is van vervolgonderzoek.

Daarvoor wordt een schilderij of tekening naar het museum gehaald. Een speciaal team gaat met het werk aan de slag en kijkt bijvoorbeeld naar de historie, naar alles wat bekend is over de bezigheden en verblijfplaatsen van Van Gogh. Daaruit kan worden herleid of de herkomst van het schilderij klopt en logisch in de geschiedenis past.

Ook de iconologie is van belang. Daarbij wordt gekeken of de dingen die zijn afgebeeld passen in het oeuvre van de schilder. "Als je een veronderstelde Van Gogh ziet met daarop een olifant, dan weet je dat het niet door hem gemaakt kan zijn. Dat heeft hij nooit geschilderd," vertelt Van Tilborgh. "Een werk met een boer is al veel logischer."

Pas na dat vooronderzoek wordt technisch onderzoek gedaan. Dankzij röntgenstraling, infrarood en elektronenmicroscopen kunnen verschillende pigmenten en bindmiddelen worden onderscheiden. Ook komen de verschillende lagen waaruit een schilderij is opgebouwd tevoorschijn. Daaruit kunnen onderzoekers opmaken of de materialen en de schilderstijl passen bij de kunstenaar.

"Een schilder gebruikt bijvoorbeeld een bepaald soort loodwit," legt Den Leeuw uit. "In een database kun je vergelijken of dat klopt met eerdere werken van dezelfde schilder. Op dit moment wordt er gewerkt aan een platform waarin informatie over schilderijen makkelijker gedeeld kan worden, zodat het makkelijker wordt om te vergelijken."

Optelsom

Voor elke stap in het onderzoek geldt: klopt er iets niet, dan kun je het werk niet aan de veronderstelde kunstenaar toeschrijven. Maar wanneer wel? Volgens Van Tilborgh van het Van Goghmuseum is het altijd een optelsom: "De herkomst moet kloppen, de iconologie, de materialen en hoe de materialen gebruikt zijn."

"En je legt de conclusie voor aan andere experts", zegt Den Leeuw. "Je wil zeker weten dat je niets over het hoofd hebt gezien."

STER reclame