Portret van een jonge vrouw, voor (l) en na (r) de restauratie EPA

Rembrandtkenners zetten vraagtekens bij de claim van Amerikaanse onderzoekers dat een aan een leerling van Rembrandt toegeschreven schilderij door de meester zelf is gemaakt. De onderzoekers van de New York University (NYU) leiden dat af uit de penseelvoering op het werk, die "volledig" overeen zou komen met andere werken van Rembrandt.

Portret van een jonge vrouw werd in 1961 nagelaten aan het Allentown Art Museum in de Amerikaanse stad Allentown. Twee jaar geleden besloot het museum dat het tijd was voor een schoonmaak en restauratie.

De wetenschappers in New York verwijderden het vernis en de lagen verf die bij eerdere restauraties zijn aangebracht. Toen kregen ze het vermoeden dat het wel eens een echte Rembrandt zou kunnen zijn. Daarna werd het met röntgenstralen, infraroodapparatuur en een elektronenmicroscoop onderzocht.

Commerciële truc

De Nederlandse Rembrandt-autoriteit Ernst van de Wetering is hard in zijn oordeel over de claim. Hij spreekt van een commerciële truc, bedoeld om zo veel mogelijk mensen naar het museum te trekken waar het werk hangt.

Van de Wetering gaf jarenlang leiding aan het Rembrandt Research Project, waarin echte Rembrandts en aan hem toegeschreven schilderijen uitgebreid werden onderzocht, ook dit Portret van een jonge vrouw uit 1632. De conclusie was dat het niet van Rembrandt zelf kon zijn.

Het museum dacht, we maken er een heisa van en dan komen er heel veel mensen kijken.

Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering

Van de Wetering blijft daarbij. "Rembrandt werkte heel sterk met licht en schaduw. De van het licht afgewende helft van het gezicht is te licht weergegeven", zegt hij. Ook kloppen de proporties niet. Zo zit volgens hem de mond te hoog en is de kin te groot.

"Dit werk maakt geen enkele kans", zegt hij. "Het museum dacht, we maken er een heisa van en dan komen er heel veel mensen kijken. Het is een commerciële truc en de pers zou er eigenlijk geen enkele aandacht aan moeten besteden."

Prematuur

Rembrandt-kenner Jan Six is zeer verbaasd dat iemand alsnog tot de conclusie komt dat het om een echte Rembrandt gaat, nadat het in de jaren 70 door het Rembrandt Research Project was afgewezen. Hij vindt het oordeel van echtheid prematuur zolang de technische rapporten niet openbaar zijn en experts het werk niet hebben kunnen bestuderen. Hij wil het zelf graag zien.

Six was de afgelopen dagen in Madrid voor de opening van een Rembrandt-tentoonstelling daar. De 'ontdekking' in de VS werd onder collega's uitvoerig gesproken. Ook die zijn volgens Six nog niet overtuigd.

Opwinding

Pieter Roelofs, hoofd schilder- en beeldhouwkunst in het Rijksmuseum, vindt het mooi dat nieuws over Rembrandt nog altijd veel opwinding veroorzaakt. Het is volgens Roelofs heel goed mogelijk dat het werk uit het atelier van Rembrandt komt en ook uit de periode 1631-1633 toen Rembrandt zich net vanuit Leiden in Amsterdam had gevestigd. Voor een definitief oordeel zou hij technische bewijzen willen zien.

Werken uit Rembrandts atelier zijn grofweg in drie categorieën te verdelen: werken die Rembrandt zelf heeft gemaakt, werken die Rembrandt met een leerling heeft gemaakt en werken die door een leerling zijn gemaakt en waarbij Rembrandt alleen bij de afronding betrokken is geweest.

Onder welke categorie dit werk valt, kan hij niet zeggen. Net als Six wil hij eerst het rapport van de Amerikaanse onderzoekers zien, voordat hij een conclusie trekt.

STER reclame