ANP

Gevangenen krijgen voortaan op hun cel een eigen vaste telefoon. Ook mogen ze van buiten hun cel openen en sluiten met een eigen sleutel. Met beide maatregelen is de afgelopen tijd al ervaring opgedaan. Volgens minister Dekker dragen ze bij aan de vermindering van de werkdruk van het personeel en aan het gevoel van veiligheid van gedetineerden en personeelsleden.

Nu mogen gedetineerden bellen met een centrale telefoon op hun afdeling, maar die moeten ze dus met anderen delen. Volgens Dekker leidt een eigen telefoon in de cel tot meer rust onder gedetineerden, omdat vechtpartijen over het gebruik van de gemeenschappelijke telefoon worden voorkomen.

De telefoon op de cel werkt hetzelfde als die op de afdeling: gedetineerden kunnen met een eigen code bellen en de tijd kan worden beperkt. Bepaalde nummers kunnen worden afgesloten. De telefoon is beveiligd en de gesprekken kunnen worden opgenomen en teruggeluisterd.

Geen sleutelgat aan de binnenkant

Dat gevangenen zelf een sleutel krijgen van de buitenkant van hun cel, leidt er volgens de minister toe dat ze hun bezittingen kunnen afschermen en op die manier diefstal voorkomen. Ook hoeft dan niet steeds een bewaarder mee te lopen als een gedetineerde naar binnen wil. Aan de binnenkant van de cel zit geen sleutelgat, dus de gevangene kan de cel niet van binnenuit openen en dichtdoen.

Zowel de eigen telefoon als de eigen sleutel geldt niet voor de extra beveiligde inrichting in Vught, de terroristenafdelingen en de "penitentiair psychiatrische centra". De maatregelen worden de komende tijd geleidelijk ingevoerd in alle overige gevangenissen.

Er is ook geëxperimenteerd met bijvoorbeeld vrij luchten, maar volgens Dekker levert dat te weinig meetbaar effect op voor het verminderen van de werkdruk en het vergroten van de veiligheid.

STER reclame