NOS
NOS Nieuws Binnenland

Tienerschool in opkomst, 'in Nederland wordt het schoolniveau vroeg bepaald'

Vmbo, havo of toch vwo? Kinderen van twaalf jaar staan na het afronden van de basisschool voor deze beslissing. Met behulp van het schooladvies en het resultaat van de eindtoets wordt bepaald welk niveau past. Maar soms komt die keuze te vroeg. Steeds meer leerlingen kiezen daarom voor de 'tienerschool'.

Het begon als pilot met zes scholen, nu zijn dat er al vijftien. Volgend jaar starten er nog eens tien nieuwe scholen, blijkt uit cijfers van Het Lerend Netwerk 10-14 Onderwijs.

Tienerscholen zijn speciale scholen waar de keuze voor een opleidingsniveau kan worden uitgesteld . Op de scholen starten kinderen op hun tiende. Pas als ze veertien zijn wordt duidelijk welk niveau ze uiteindelijk gaan volgen in het voortgezet onderwijs. Leerlingen kunnen als ze 10 zijn al kennismaken met vakken van de middelbare school, bijvoorbeeld als het kind uitblinkt in een bepaald vak.

Hoe bevalt de tienerschool? We vroegen het aan de leerlingen van het Tienercollege in Emmeloord:

'Als je iets makkelijk vindt mag je gewoon vragen om iets moeilijkers'

De scholen vertonen veel gelijkenissen met eerdere initiatieven. Neem de 'middenschool', een idee uit de jaren 70. Het was het stokpaardje van oud-PvdA-minister Jos van Kemenade. Van hun twaalfde tot zestiende zouden kinderen van alle schoolniveaus met elkaar in de klas moeten zitten. Zijn idee kwam uiteindelijk niet van de grond.

Op de tienerscholen krijgen kinderen meer tijd om zich te ontwikkelen, voordat het schooladvies gegeven wordt. Dat levert voordelen op voor bijvoorbeeld laatbloeiers of kinderen uit lagere sociale milieus die meer tijd nodig hebben.

Het huidige kabinet wil meer experimenteren met dit soort initiatieven. Minister Slob hoopt dat dit de kansenongelijkheid verkleint, iets waarvoor de onderwijsinspectie al jaren pleit.

Hoe jonger het kind, hoe sterker de invloed van de sociaaleconomische status van ouders op die kinderen

Sara Geven, onderwijssocioloog

Internationaal gezien wordt in Nederland het schoolniveau vroeg bepaald, zegt onderwijssocioloog Sara Geven, die wel kans van slagen ziet in de tienerscholen. "In landen als Noorwegen en Zweden gebeurt dit later, vaak als kinderen pas zestien zijn."

Hoe jonger het kind, hoe sterker de invloed van de sociaaleconomische status van ouders op die kinderen", weet Geven. "Sommige leerlingen die vanuit huis uit minder middelen hebben, hebben ook meer tijd nodig om hun talenten tot hun recht te laten komen op school."

De Onderwijsraad waarschuwde begin dit jaar al in een rapport al voor het relatief vroege keuzemoment in het Nederlandse schoolsysteem. Ook signaleert de raad dat het steeds moeilijker wordt voor kinderen om op de middelbare school nog van niveau te veranderen. Dat komt doordat scholen steeds vaker schoollocaties koppelen aan één schoolsoort, zoals een aparte vmbo-locatie of een gymnasium.

Kritische vragen

Onderwijssocioloog Herman van de Werfhorst benadrukt dat het initiatief groter moet worden, wil het echt een verschil maken. "Het is maar de vraag of zo'n kleine groep scholen impact gaat hebben op de kansengelijkheid op samenlevingsniveau."

Bovendien is nog niet onderzocht welke kinderen nou naar deze scholen gaan. Sara Geven denkt dat er mogelijk minder bekendheid is bij ouders uit lagere sociale milieus over deze scholen.

Ook wijst Van de Werfhorst op het feit dat de tienerscholen voor kinderen uit hogere sociale milieus onaantrekkelijk zijn. "De kinderen die goed kunnen leren, gaan toch vaak naar categorale scholen, zoals een gymnasium. Hun ouders willen niet het risico lopen dat een kind toch afglijdt naar de havo. Als die scholen blijven bestaan, blijft er een tweedeling tussen kinderen."

Opstartproblemen

Hoe idealistisch het ook klinkt, de tienerscholen kampen wel met nog wat opstartproblemen. Op de scholen werken leraren uit het basis- en voortgezet onderwijs samen, maar niet elke basisschoolleraar is bevoegd om ook de vakken uit het voortgezet onderwijs te geven. Ook hebben de leraren verschillende cao's. Het ministerie zegt de scholen te willen helpen bij deze problemen.

De belangenorganisaties van het primair en voortgezet onderwijs, de PO-Raad en de VO-Raad, volgen de ontwikkelingen op de voet. De PO-Raad vindt het heel belangrijk dat dit soort initiatieven mogelijk kunnen bijdragen aan het versoepelen van de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs. Ook de VO-Raad denkt dat de scholen leerlingen de kans geven om goed te ontdekken wat ze willen en kunnen.

Minister Slob komt eind november met een rapportage over de lopende pilots. In 2020 volgt een uitgebreid onderzoek naar de resultaten.

STER reclame