'Zorgelijke trend': Even slim maar geen gelijke kansen op school

ANP

Kinderen die dezelfde talenten hebben, krijgen op school steeds minder vaak dezelfde kansen. De Inspectie voor het Onderwijs ziet het verschil tussen kansarme en kansrijke kinderen toenemen en noemt die trend zorgelijk. Vandaag presenteert de inspectie zijn jaarlijkse rapport De Staat van het Onderwijs aan minister Bussemaker. 

Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen in groep 8 bijvoorbeeld vaker een hoger advies voor de middelbare school dan de uitslag van hun Cito-eindtoets aangeeft. Bij kinderen van laagopgeleide ouders is dit andersom: zij krijgen juist een lager advies dan hun eindtoets aangeeft. 

Verschillende loopbanen

De inspectie volgde gedurende veertien jaar kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders. Ze hadden een vergelijkbaar IQ, waarmee ze in principe een vmbo-advies hadden moeten krijgen. De helft van de kinderen van hoogopgeleide ouders begon echter hun middelbare school op havo- of vwo-niveau. Slechts een kwart van de kinderen met laagopgeleide ouders kreeg zo'n hoger advies.

Bij het afronden van hun vervolgopleiding heeft 55 procent van de kinderen met hoogopgeleide ouders een hbo- of wo-diploma. Bij kinderen met laagopgeleide ouders is dit maar 26 procent. Even slimme leerlingen eindigen hun onderwijsloopbaan dus op verschillende niveaus.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

De ongelijkheid in het onderwijs moet worden gekeerd

Leerkrachten

Vanaf 2014 hebben leerkrachten een grotere rol gekregen bij het geven van schooladviezen in groep 8. Nu is het advies van de leraar bindend, in plaats van de uitslag van de Citotoets. De inspectie constateert dat leraren onbewust een te hoog of juist een te laag advies geven. 

Ook kiezen ze er vaker voor om maar een schooltype te adviseren, dus alleen havo of alleen vmbo. Nog maar een op de zes leerlingen krijgt een dubbel advies, zoals havo/vwo. Dit was vier jaar geleden nog ruim een op de vier.

Socioloog Herman van de Werfhorst, die onderzoek doet naar sociale verschillen in het onderwijs, vreest dat het persoonlijke oordeel van de leraar te veel invloed heeft. "Adviezen van leraren kunnen onbewust gekleurd zijn en daardoor betwist worden. Een objectieve toets zoals de Citotoets moet weer belangrijker worden."

Ouders

Van de Werfhorst onderstreept ook de rol van ouders. “Hoogopgeleide ouders leggen meer druk op leerkrachten als ze het niet eens zijn met het advies. Ze zijn mondiger en veeleisender dan laagopgeleide ouders, die eerder de inschatting van de leraar volgen.” 

Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen daarnaast vaak meer begeleiding van huis uit. Zij gaan vaker naar huiswerkbegeleiding en volgen aparte trainingen voor toetsen.

Het advies van de leraar is vanaf 2014 belangrijker dan de uitslag van de citotoets ANP

Op de middelbare school worden de verschillen tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders alleen maar groter. Van de Werfhorst schrijft dit onder andere toe aan het verdwijnen van brede scholengemeenschappen. “Er zijn steeds meer scholen die alleen havo en vwo aanbieden. De vmbo-scholen worden apart gehouden. Als blijkt dat een leerling een hoger niveau aankan, wordt doorstromen moeilijk."

Scholen willen ook liever niet dat leerlingen als ze op de middelbare school zitten een niveau hoger gaan doen. Dan haalt een leerling misschien slechtere cijfers en dat kan slecht uitpakken voor de resultaten van een school. 

Van de Werfhorst vindt dat toetsuitslagen weer zwaarder moeten wegen. Daarnaast pleit hij voor brede scholengemeenschappen, zodat leerlingen door kunnen stromen als ze dat aankunnen.

Vanochtend overhandigt de inspectie het rapport (.pdf) aan minister Bussemaker. 

STER Reclame