De kust van Norfolk NOS

De 'zandmotor', het experimentele kustbeschermingsproject ten zuiden van Den Haag, heeft een Brits neefje gekregen aan de kust in Norfolk. Hiermee hebben Nederlandse bedrijven voorlopig voorkomen dat een belangrijke gasterminal en twee dorpjes in zee verdwijnen.

"Ik herinner mij de storm van 2013 nog heel goed", vertelt Pauline Porter (68) terwijl ze over het strand van Walcott loopt. "Ik was net zoals iedereen geëvacueerd. In totaal zijn er zeventig huizen ondergelopen, waaronder die van mij en mijn man. Hierdoor moest ons huis helemaal opnieuw gebouwd worden en konden we er pas na tien maanden weer in."

Sinds die desastreuze decembernacht aan de kust van Norfolk, zo'n 180 kilometer ten noordoosten van Londen, was de maat vol. Een belangrijke gasterminal van Shell en Perenco in Bacton, waar 30 procent van de totale gashoeveelheid het land binnenkomt, stond in plaats van twintig, nog slechts tien meter van de klifrand verwijderd.

Als de erosie op de ene plek wordt tegengehouden, wordt het op een andere plek erger.

Jaap Flikweert

"Dat was het moment waarop wij werden ingeschakeld", vertelt de Nederlandse Jaap Flikweert van ingenieursbedrijf Royal HaskoningDHV tijdens de opening van de Britse zandmotor. "Toen wij in 2014 benaderd werden, was de urgentie voor een langetermijnoplossing heel groot."

Maar de oplossing was niet eenvoudig, vertelt Flikweert. "Het probleem met de Britse kust is dat als de erosie op de ene plek wordt tegengehouden, het op een andere plek erger wordt. In dit geval zou dat dus gaan om de dorpen Bacton en Walcott, waar de bewoners langzaam landinwaarts worden gedreven."

De oplossing voor dit probleem bleek op Nederlandse bodem te vinden. In Den Haag werd in 2011 een experimenteel kustbeschermingsproject gestart, de zandmotor. Door een gigantische hoeveelheid zand zo neer te leggen dat het door de wind en zee wordt verplaatst, wordt de kust op een natuurlijke wijze beschermd tegen de Noordzee.

Dit blijkt ook te werken voor het Britse neefje in Norfolk, dat qua schaal tien keer zo klein is. Maar het is alsnog een enorme klus geweest, legt Flikweert uit op het Britse strand. "Er is in totaal 1.8 miljoen kubieke meter zand nodig geweest om dit te realiseren. Dat is qua inhoud even groot als de Rotterdamse Kuip, maar net iets minder dan Wembley", waarna gelach van zowel Britse als Nederlandse bezoekers volgt.

Hieronder een voor- en na-afbeelding van de kust in Norfolk:

Ook de Nederlandse aannemer Van Oord heeft een grote rol gespeeld in het project. De baggeraar heeft al het benodigde zand van de zeebodem gezogen en op de juiste plek opgespoten. In totaal heeft het project zo'n 22 miljoen euro gekost.

Toekomst

Maar ondanks de zandbank zullen de dorpen Bacton en Walcott niet voor altijd beschermd blijven tegen de afbrokkelende kust, licht Flikweert toe. "De aankomende twintig jaar wordt de kust goed beschermd, maar uiteindelijk zullen mensen moeten verhuizen, dat is onvermijdelijk."

Porter, die inmiddels 21 jaar in Walcott woont, is vooral blij met de komst van de zandmotor. "Het is zo'n grote rol gaan spelen in mijn leven. De angst om geëvacueerd te worden was enorm. Ik heb zelfs een vlag in de tuin hangen, en het eerste wat ik 's ochtends doe als ik wakker word, is kijken welke kant de wind op staat. Nu die angst is weggevallen, is de hele gemeenschap zo opgelucht, iedereen voelt zich veiliger. Dus verhuizen staat voorlopig niet op het programma."

STER reclame