Hollandse Hoogte | Flip Franssen

Het proces van een misbruikslachtoffer tegen het Kleinseminarie van de Heilige Geest in Weert krijgt dit najaar toch nog een vervolg. Begin dit jaar leek zijn civiele rechtszaak tegen het internaat vast te lopen toen de rechtbank in Roermond bepaalde dat de zaak verjaard was.

Inmiddels heeft het gerechtshof in Den Bosch bepaald dat Arnold-Jan Prinsen verschillende getuigen mag horen voor de rechter-commissaris. Die getuigen zouden de kern van zijn verwijt kunnen bevestigen: dat de leiding van de congregatie wist dat een van de paters een pedoseksueel was, maar niets deed om kinderen als Prinsen te beschermen. "Voor het eerst komt er nu gerechtelijk onderzoek naar misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk", stelt zijn advocaat Liesbeth Zegveld.

Tonnen omzet verloren

De inmiddels 66-jarige man zegt in 1964 te zijn misbruikt door een pater in Weert. Pas in 2015 kwam hij erachter dat de leiding van het internaat al in 1961 op de hoogte was van een andere misbruikzaak door dezelfde pater. In de ogen van Zegveld zou de gebruikelijke verjaringstermijn van dertig jaar in dit geval daarom niet moeten gelden.

Prinsen raakte door zijn ontdekking vier jaar geleden psychisch in de knoop en dat kostte hem naar eigen zeggen tonnen omzet in zijn tandartspraktijk. Daarvoor houdt hij de congregatie in Weert verantwoordelijk. Die spreekt de feiten inmiddels niet meer tegen, blijkt uit de uitspraak van het hof, maar beroept zich op de verjaring.

STER reclame