Lege tribunes op Paul Ricard Getty

Fransen hebben geleerd van fiasco, maar het publiek blijft weg bij de GP

tijd van publicatie

Gevreesd werd voor een verkeerschaos en een chaos werd het. De Grand Prix van Frankrijk in 2018 was vooral de grand prix van de files. Die waren zo hardnekkig dat zelfs coureurs vaststonden en duizenden toeschouwers besloten de auto om te keren nog voor ze het circuit hadden bereikt.

Dit jaar moest en zou het beter gaan. Verslaggever Louis Dekker was een jaar geleden op en rond Circuit Paul Ricard en is er dit weekeinde opnieuw. Hij ziet dat de Fransen geleerd hebben van het fiasco, maar de tribunes - als ze er überhaupt nog staan - zijn wederom niet vol.

"Het is leuk dat ze de stoeltjes blauw, wit en rood hebben gemaakt, in de kleuren van de Franse vlag. Maar als er mensen op gaan zitten, moet je niet meer zien in welk land je bent. Dit doet pijn aan je ogen", zegt Dekker.

Verkeerschaos richting Le Castellet in 2018 NOS

Na negen jaar afwezigheid keerde de Formule 1 afgelopen jaar terug in Frankrijk. Niet in Magny-Cours, in het hart van Frankrijk, maar op Circuit Paul Ricard, in de Provence. Hemelsbreed slechts twaalf kilometer verwijderd van de Middellandse Zee. Maar de toeschouwers hebben niks aan hemelsbrede afstand; die moeten via de weg.

Eenbaanswegen

"Daar zit het probleem", zegt Dekker, "Het circuit ligt op een plateau en er zijn gewoon geen grote wegen. Er lopen wat kronkelige weggetjes rond het circuit en slechts eenbaanswegen ernaartoe. Als een auto stilstaat, een toeschouwer de route vraagt of de weg wordt geblokkeerd door een agent, staat het verkeer vast."

"Donderdagavond bijvoorbeeld, tegen half negen, was er niks meer te doen op het circuit en toch had ik, op weg naar mijn hotel in Toulon, ruim een kwartier vertraging. Dat blijft opmerkelijk. Zo lang er geen incidenten zijn, is het niet zo erg, maar er hoeft maar een iemand een probleem met zijn auto te hebben, of het loopt vast."

In Toulon merkt Dekker dat de belangstelling voor de race na het debacle van vorig jaar is gezakt. "Ik heb veel mensen gesproken die er geen zin meer in hebben. De hoteleigenaar dacht zelfs dat de race pas volgend weekeinde zou zijn..."

"De Fransen hebben het geprobeerd en gezien wat voor ellende het veroorzaakte. Mensen willen niet nog eens een vermogen betalen en zes uur in de auto zitten om niks te zien."

Veel minder toeschouwers

Over de kaartverkoop van dit jaar doet de organisatie geen uitspraken, heeft Dekker gemerkt. "Ze zeggen: 'we gaan dit weekeinde eerst kijken hoe het loopt'. In de wandelgangen hoor je geruchten over vijftig tot zeventig procent minder verkochte kaartjes."

"Duidelijk is ook dat ze de capaciteit hebben teruggeschroefd. Tijdelijke tribunes die er vorig jaar wel stonden, zijn nu niet opgebouwd."

Kom met de motor of op de fiets.

Het mobiliteitsplan voor de GP van Frankrijk

De organisatie zette vorig jaar juli al een team aan het werk om een verkeersplan te maken voor dit weekeinde. Na zeven maanden werk is de oplossing volgens Dekker goed bedoeld, maar ook een tikkeltje naïef.

"Er zijn shuttlebussen, maar die vertrekken vanuit Le Ciotat. Dat ligt aan de kust, ruim dertig kilometer van het circuit af. Als je met je gezin vier dure kaartjes hebt gekocht, moet je of aansluiten op de eenbaansweg of je auto op meer dan een half uur afstand parkeren voor de shuttlebus. Dat is ook niet gebruiksvriendelijk."

De shuttlebus naar het circuit vertrekt in Le Ciotat NOS

Een andere oplossing die het mobiliteitsplan noemt: kom op een tweewieler. "Ze roepen op om met de motor of de fiets te komen. Maar op de fiets moet je een halve Touretappe afleggen. Je kunt je afvragen of het lekker is om eerst een colletje van de tweede categorie over te moeten met je rugzakje voor je de GP kan zien."

Zandvoort niet zo erg

Wegen die dichtslibben met Formule 1-fans, het zijn zorgen die uiteraard ook in en om Zandvoort leven. Maar zo erg als het in Zuid-Frankrijk is, hoeft het aan de Noordzeekust bij lange na niet te worden, meent Dekker.

"Verkeersexperts in de Formule 1, mensen die alle circuits en de infrastructuur eromheen kennen, zeggen dat het nauwelijks te vergelijken is met Zandvoort. Het grote voordeel is het treinstation en dat er steden met een grote capaciteit in de buurt liggen, zoals Haarlem en Amsterdam. De enige overeenkomst is dat een klein incident, op de weg of het spoor, grote gevolgen kan hebben."

Ook door de ervaring die het heeft met topdrukte, is Zandvoort in het voordeel ten opzichte van Paul Ricard. "Ze hebben al zo veel ellende meegemaakt met andere races, dat ze weten wat ze te wachten staat. In Zandvoort kennen ze de kwetsbaarheden en dan kun je er rekening mee houden. De Fransen hebben het vorig jaar onvoorbereid gedaan."

STER Reclame