Koningin Beatrix bekijkt De Vaandeldrager in 1991 tijdens een tentoonstelling ANP

De Franse bankiersfamilie Rothschild wil het schilderij De Vaandeldrager op de markt brengen voor 165 miljoen euro. Dat schrijft NRC. Het Rijksmuseum zou het doek willen kopen.

Maar de Franse overheid wil het liefst dat het meesterwerk in Frankrijk blijft en heeft daarom geen exportvergunning afgegeven. "Franse musea hebben nu een recht van eerste koop en 30 maanden de tijd om het geld bij elkaar te krijgen", zegt Auke van Hoek van het gespecialiseerde advocatenkantoor Bergh, Stoop en Sanders. "Na die tijd kan een nieuwe exportvergunning worden aangevraagd."

NRC schrijft dat de invloedrijke Franse kunsthistoricus Didier Rykner ervan uitgaat dat het werk van Rembrandt naar het Rijksmuseum gaat, omdat het Louvre in Parijs, dat ook belangstelling heeft, geen sponsors kan vinden.

De Franse regering zou een grote bijdrage kunnen leveren om het schilderij in Frankrijk te behouden. Maar de regering van Macron ligt onder vuur vanwege de gele-hesjes-protesten, die onder andere worden gehouden tegen hoge belastingen. Hierdoor lijkt het onwaarschijnlijk dat de regering een miljoenenbedrag op tafel wil leggen voor een schilderij. Maar in tweeënhalf jaar kan er nog veel veranderen. Ook zouden rijke Fransen kunnen inspringen.

Het is niet aan de orde en we gaan niet op de zaken vooruitlopen.

Het Rijksmuseum tegen de NOS

Volgens Rykner heeft de familie Rothschild zich vorig jaar samen met een advocaat van het Rijksmuseum gemeld bij de Franse overheid en gezegd dat ze het schilderij wil verkopen. Daarop besloot de overheid om voorlopig geen exportvergunning af te geven. "Wat heeft het ministerie de afgelopen negen maanden gedaan? Niets", schrijft Rykner in een Frans kunsttijdschrift.

Als het Rijksmuseum het schilderij wil aanschaffen, zou het in ieder geval 30 maanden moeten wachten. Het museum wil niet ingaan op een mogelijke aankoop van het schilderij. "Het is niet aan de orde en we gaan niet op de zaken vooruitlopen", aldus het museum tegen de NOS. Ook het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dat waarschijnlijk voor een groot deel zou moeten meebetalen om het schilderij naar Nederland te halen, wil op een mogelijke aankoop nog niet ingaan.

De familie Rothschild had ook de Rembrandt-werken Marten & Oopjen in bezit. Toen voor die werken een exportvergunning werd afgegeven en het Rijksmuseum de schilderijen wilde kopen, ontstond daarover ophef in Frankrijk. Uiteindelijk kochten de Nederlandse en Franse staat de twee portretten gezamenlijk voor 160 miljoen euro.

STER reclame