Militanten van Islamitische Staat in Syrië (foto: november 2015) Hollandse Hoogte

Nederlandse diplomaten stonden jihadisten bij in Syrië  

tijd van publicatie
Geschreven door
Ben Meindertsma en Nicole le Fever

Nederlandse diplomaten hebben twee jaar geleden informatie uitgewisseld met Turkije en het Vrije Syrische Leger met als doel vier mannelijke Nederlandse jihadisten uit Syrië "gecontroleerd" naar Nederland te halen en ze hier te vervolgen.

Dat blijkt uit een reconstructie van de NOS op basis van mailwisselingen van ambtenaren van Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid die de NOS heeft gekregen in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur en uit gesprekken met betrokkenen.

'Gecontroleerde terugkeer verstandig'

De acties speelden tijdens de vorige kabinetsperiode. Uit de stukken blijkt dat ambtenaren op het ministerie van Buitenlandse Zaken twee jaar geleden een andere kijk hadden op het helpen van jihadisten dan het huidige kabinet. Het kabinet is nu tegen elke vorm van hulp aan Nederlandse jihadisten in Syrië. Toen vond men het uit veiligheidsoverwegingen verstandig om Syriëgangers "gecontroleerd naar Nederland te halen".

Toen ambtenaren een stap verder gingen door voor te stellen om met Syrische Koerden te praten over vrijlating van twee vrouwen, greep toenmalig justitieminister Blok in en werd het beleid aangescherpt. Volgens Buitenlandse Zaken hebben de acties van diplomaten niet "geleid tot terugkeer van Nederlandse jihadisten uit Syrië" en is uiteindelijk nooit aan strijdende partijen gevraagd om vrijlating van Nederlanders.

D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma wil opheldering van de minister. "Ik zit met mijn oren te klapperen", zegt hij in een reactie op het nieuws. Sjoerdsma zegt dat in meerdere debatten is gevraagd of Nederland bezig was met het terughalen van mensen en of er contacten waren om mensen terug te halen. "Dan was altijd het antwoord: we halen ze niet terug en er zijn geen contacten", zegt hij. "Ik voel mij niet ingelicht."

'Ongeacht wat ze gedaan hebben'

Als eind 2016 duidelijk wordt dat steeds meer Syriëgangers terug willen naar Nederland, stuurt een senior beleidsmedewerker van de Directie Veiligheidsbeleid een lijvig memo naar zijn leidinggevenden. Hij stelt voor dat Buitenlandse Zaken ook jihadisten gaat helpen die in Syrië zitten, en geen ambassade kunnen bereiken omdat ze bijvoorbeeld worden vastgehouden door het Vrije Syrische Leger of de Koerden.

"Met het oog op de nationale veiligheid is het van belang deze personen (...) actief bijstand te verlenen om ze onder begeleiding te laten terugkeren naar Nederland", betoogt hij. Volgens hem is het bovendien de taak van Buitenlandse Zaken iedereen te helpen "ongeacht wat ze gedaan hebben".

Consulair activisme

De top van het ministerie van Buitenlandse Zaken reageert positief op het advies. Onder de directeuren van het ministerie is er brede steun voor "iets meer consulair activisme". In april 2017 ontvangen alle ambassades een vertrouwelijke instructie uit Den Haag over terrorisme. Daarin wordt expliciet gesteld dat op afstand bijstand kan worden geleverd aan Nederlanders die IS-gebied al hebben verlaten, maar zich nog niet fysiek hebben gemeld op een ambassade of consulaat, als dit bijdraagt aan de controle op deze personen.

Met het oog op de nationale veiligheid is het van belang deze personen (...) actief bijstand te verlenen om ze onder begeleiding te laten terugkeren naar Nederland

Uit een memo van een senior beleidsmedewerker aan zijn leidinggevenden

Het is een kleine wijziging, die volgens Buitenlandse Zaken op dat moment binnen het kabinetsbeleid valt. Het kabinet zwijgt er dan ook over in de richting van de Tweede Kamer. "Wanneer een uitgereisde Nederlandse jihadist zich zelfstandig meldt bij een Nederlandse vertegenwoordiging buiten het strijdgebied" kan deze worden geholpen, schrijft het kabinet in dezelfde maand aan de Kamer.

Ondertussen wordt het eerder genoemde "consulair activisme" op Buitenlandse Zaken in de praktijk toegepast. In het voorjaar van 2017 belt de vader van een Syriëganger naar Buitenlandse Zaken. Hij vertelt dat zijn zoon in Syrië wordt vastgehouden door het Vrije Syrische Leger. Samen met nog een jihadist zou hij terug willen naar Nederland. Nederlandse diplomaten in Ankara zoeken contact met een contactpersoon bij het Vrije Syrische Leger. Om de identiteit van de mannen te bevestigen wordt er een foto uitgewisseld, en de Turken worden geïnformeerd dat de mannen de grens over willen steken.

De twee mannen zijn niet de enigen. Bij in totaal vier jihadisten sturen diplomaten een bericht naar de Turkse autoriteiten, om te melden dat er Nederlanders onderweg zijn naar de Turkse grens. Volgens Buitenlandse Zaken hebben de acties van de diplomaten er niet aan bijgedragen dat de mannen de grens over konden steken.

Abrupt einde

Aan deze praktijk komt abrupt een einde in september 2017. In dezelfde week dat D66-Kamerlid Sjoerdsma in de Tweede Kamer vraagt of Nederland nu wel of niet terugkeerders helpt, worden op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid alle acties bij Buitenlandse Zaken "bevroren".

Op dat moment zijn ambtenaren van Buitenlandse Zaken druk bezig met een nieuwe zaak, van twee Nederlandse vrouwen die vast worden gehouden in een Koerdisch vluchtelingenkamp. Op verzoek van het OM, die de vrouwen in Nederland wil vervolgen, onderzoeken ze hoe ze de vrouwen naar het Nederlands consulaat in Irak kunnen krijgen. Ze stellen voor de Koerden te vragen of ze de vrouwen naar Irak willen brengen. Het bericht staat klaar om te verzenden, alleen de politieke top moet er nog mee instemmen.

Dat blijkt voor toenmalig minister Blok van (toen nog) Veiligheid en Justitie een brug te ver. De ambtenaren op Buitenlandse Zaken worden teruggefloten, en voortaan moet alles wat niet binnen de "reguliere consulaire kaders" valt op het hoogste niveau worden besloten.

Er wordt afgesproken dat Buitenlandse Zaken op dit dossier alleen handelt op verzoek van Veiligheid en Justitie. "Bij inzet buiten de consulaire kaders moet vervolgens meer rekening worden gehouden met eventuele politieke implicaties." Zo zouden contacten met de Syrische Koerden de diplomatieke banden met Turkije kunnen schaden, vanwege vermeende banden van de Koerden met de Turks-Koerdische terreurbeweging PKK.

Geen woord gelogen

Om misverstanden te voorkomen, neemt demissionair minister Blok van Veiligheid en Justitie naar aanleiding van de zaak even later nog een helder besluit: "Geen actie wordt ondernomen gericht op, of ondersteunend aan het terughalen van deze groep uit niet-IS-gebied in Syrië en Irak".

Een maand later treedt het huidige kabinet aan. Een ambtenaar van Buitenlandse Zaken doet nog een poging om het besluit van Blok teruggedraaid te krijgen. "Ambtelijk Buitenlandse Zaken en Justitie & Veiligheid, eigenlijk merendeel van ambtelijke veiligheidsketen wil dat ze teruggehaald worden (veiliger, controleerbaarder, etc.)", stelt hij.

Maar het nieuwe kabinet besluit anders. "De Nederlandse overheid biedt geen bijstand aan Nederlandse uitreizigers om het strijdgebied te verlaten", schrijft de nieuwe minister Grapperhaus in antwoord op de Kamervragen van Sjoerdsma. Daar is op dat moment geen woord van gelogen.

NOS op 3 legde in onderstaande video bloot wat het dilemma is voor Nederland: moeten we IS'ers terughalen of niet?

STER reclame