ANP
NOS Nieuws Politiek

Campagne tegen nepnieuws: 'Blijf kritisch en nieuwsgierig'

Blijf kritisch en nieuwsgierig. Onder dat motto start de overheid vandaag een campagne om mensen te waarschuwen tegen nepnieuws.

Spotjes online en de site Blijfkritisch.nl moeten mensen helpen om nepnieuws in deze verkiezingstijd beter te herkennen. Door nieuwe technologie is het steeds moeilijker om te zien of een filmpje of een foto echt is of niet. En de dreiging van desinformatie door bepaalde landen is volgens het kabinet "reëel".

"Verkiezingen zijn natuurlijk het hart van de democratie. Het is belangrijk dat die eerlijk en vrij verlopen. Vrije meningsuiting is ook cruciaal", stelt minister Ollongren van Binnenlandse Zaken. "Nepnieuws en desinformatie kunnen soms ontwrichtend werken. Check nieuws daarom en kijk waar het vandaan komt, wie heeft er belang bij?"

Alert

Eerder zei het kabinet al werk te willen maken van de bewustwording van nepnieuws, nadat de Tweede Kamer om actie had gevraagd. Volgens kabinet hebben nepnieuwscampagnes in ons land nog geen grote impact gehad, maar bij onder meer de Amerikaanse en Franse verkiezingen en rond de brexit is desinformatie verspreid. Die kwam volgens kabinet onder meer uit Russische hoek.

Minister Ollongren stuurde in 2017 een waarschuwende brief naar de Tweede Kamer over Russisch nepnieuws, digitale aanvallen en Russische inlichtingenofficieren die de Nederlandse besluitvorming willen beïnvloeden. Het risico op eenzijdige info is in ons land nog klein maar kabinet vindt toch dat mensen alert moeten zijn.

De campagne is onderdeel van een "brede aanpak die mediawijsheid wil bevorderen" en loopt tot na de verkiezingen van het Europees Parlement op 23 mei. De Provinciale Statenverkiezingen zijn woensdag over een week, op 20 maart.

Vage campagne

"Het is eigenlijk wel geworden wat ik had verwacht: een vage campagne", reageert nepnieuws-expert Peter Burger van de Universiteit Leiden. Dat komt omdat de overheid geen stempel wilde drukken op wat wel en niet echt is. Tegelijkertijd erkent hij ook dat het aanwijzen van nepnieuws heel gevoelig kan liggen.

Door deze vorm kan het ook weer weinig kwaad, denkt Burger: "Het zal zo niet averechts werken, het kan mensen helpen om te beseffen dat ze niet alles moeten vertrouwen." Wat hem betreft is een publiekscampagne niet de juiste vorm om te wijzen op dit thema: hij ziet meer een langetermijnoplossing door lessen mediawijsheid te geven op scholen.

Wel vindt Burger het goed dat de overheid aan de UvA heeft gevraagd om onderzoek te doen naar de effecten sociale media en zoekmachines in aanloop naar de Staten- en Europese verkiezingen dit jaar. "We weten hier nu te weinig over", zegt hij.

Tegen een stootje kunnen

In februari was er in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over desinformatie. Naast Burger was onder meer ook Madeleine De Cock Buning aanwezig, voorzitter van het Commissariaat voor de Media (CvdM). Zij haalde een onderzoek van het CvdM aan, waaruit juist bleek dat Nederlanders door een divers media-aanbod "wel tegen een stootje kunnen" als het om nepnieuws gaat.

Ze wijst er verder op dat een sterke positie van de journalistiek voor Nederland van groot belang is om dit zo te houden.

STER reclame