Een jongetje in een sloppenwijk in de Filipijnen EPA

Gigantische ongelijkheid tussen rijk en arm, maar extreme armoede neemt af

time icon
Geschreven door
Leen Kraniotis
redacteur economie

Het zijn confronterende cijfers waar Oxfam Novib vandaag mee kwam. De 26 rijkste mensen op aarde hebben samen meer vermogen dan de armste helft van de wereldbevolking, 3,8 miljard mensen.

De rijkdom in de wereld is extreem scheef verdeeld en daar moet volgens de ontwikkelingsorganisatie wat aan veranderen. Wat betekenen deze cijfers in de praktijk? We zetten het op een rijtje.

Die 26 rijksten komen vooral uit Amerika en China. En de arme helft van de wereldbevolking leeft vooral in Sub-Sahara-Afrika en in Azië, met name in India.

Gezamenlijk heeft de armste helft van de wereld 1370 miljard dollar aan vermogen. Die 3,8 miljard mensen bezitten dus gemiddeld per persoon 360 dollar. Dan gaat het om het geld dat iemand heeft plus de waarde van zaken als een huis en land, minus schulden.

Rijken rijker, maar armen ook armer?

De kloof tussen arm en rijk is immens. Maar dit betekent niet dat de armen steeds armer worden. In het rapport heeft Oxfam Novib het vooral over de verschillen in vermogen tussen arm en rijk. Maar vermogen is eigenlijk het geld dat je overhoudt als je al je uitgaven al gedaan hebt.

Eigenlijk is het inkomen van mensen een belangrijkere maatstaf voor de armoede op de wereld. En in dat opzicht is de situatie de afgelopen tientallen jaren fors verbeterd.

NOS / Wereldbank

De meest gangbare definitie van extreme armoede wereldwijd is: rondkomen van minder dan 1,90 dollar per dag. Het gaat dan om een dollar die jaarlijks wordt gecorrigeerd voor inflatie en wisselkoersen. In 1990 leefde nog 36 procent van de wereldbevolking onder die armoedegrens, in 2015 was dat spectaculair gedaald naar 10 procent.

De Wereldbank hanteert ook nog twee hogere armoedegrenzen, van 3,20 en 5,50 dollar per dag, voor wat welvarender landen. En er vallen ook steeds minder mensen wereldwijd onder die twee grenzen.

NOS / Wereldbank

Maar of je nou naar vermogen of inkomen kijkt, de verschillen in welvaart vertalen zich in onder meer grote gezondheidsverschillen. Zo is de levensverwachting in de rijkste buurten van de Braziliaanse miljoenenstad Sao Paulo bijvoorbeeld 79 jaar. In de armste buurt van dezelfde stad is dat maar 54 jaar. En in Nepal heeft een kind uit een arme familie een drie keer zo hoge kans om voor de vijfde verjaardag te sterven als een kind uit een rijke familie.

Ook is er sprake van extreem ongelijke kansen. Zo heeft in Kenia een jongen uit een rijke familie een kans van een op drie om na de middelbare school door te studeren. Een meisje uit een arme familie heeft maar een kans van een op 250.

Door die ongelijkheid kunnen getalenteerde kinderen niet tot bloei komen. "Briljante potentiële doktoren, leraren en ondernemers houden zich nu bezig met het houden van geiten en het halen van water", aldus Oxfam Novib.

Meer belasting, onderwijs en zorg

Volgens Oxfam Novib is de oplossing voor ongelijkheid 'simpel': Overheden moeten meer belasting heffen op vermogens, hoge inkomens en bedrijfswinsten. En dit geld moeten ze vervolgens besteden aan gezondheidszorg en onderwijs, want daar hebben vooral de armste mensen veel aan.

Als de rijkste één procent een half procent meer belasting zou betalen op vermogen, dan heb je genoeg geld voor onderwijs voor alle 262 miljoen kinderen zonder een opleiding en ook voor zorg om het leven van 3,3 miljoen mensen te redden, zegt Oxfam Novib.

Van alle belasting wereldwijd komt nu maar 4 procent van vermogensbelasting. En in de rijke landen is het hoogste belastingtarief voor inkomens gemiddeld gedaald van 62 procent in 1970 naar 38 procent in 2013. In ontwikkelingslanden is de hoogste inkomstenbelasting gemiddeld slechts 28 procent.

Gratis

Om de situatie echt te verbeteren, zou gezondheidszorg en onderwijs geheel gratis moeten worden aangeboden door overheden, vindt Oxfam Novib. En dat kan volgens de organisatie best, ook in armere landen.

Zo begon Thailand in 2002 met de invoering van gratis gezondheidszorg voor iedereen, gefinancierd door een inkomstenbelasting. Daardoor ging de babysterfte omlaag en daalde het ziekteverzuim. De kosten van dit zorgsysteem zijn relatief laag: 80 dollar per inwoner in 2011. Er is ook nog een private zorgsector, maar meer dan 80 procent van de zorg wordt door de overheid geleverd.

In 1990 leefde nog 55 procent van de wereldbevolking van minder dan 3,20 dollar, in 2015 was dat gedaald naar 26 procent. Het percentage onder de 5,50-dollargrens daalde in dezelfde periode van 67 naar 46 procent.

Maar ja, nog steeds heeft dus bijna de helft van de wereldbevolking dagelijks minder dan 5,50 dollar te besteden. En dat is wrang, als tegelijkertijd de rijkste mens op aarde (Jeff Bezos) 112 miljard dollar bezit.

STER Reclame