ANP

Eritrese statushouders hebben grote moeite zich aan te passen in Nederland. Ze kunnen hun noden niet duidelijk maken bij instanties, hebben moeite met de taal en zijn nog nauwelijks aan het werk, blijkt uit een studie naar Eritrese statushouders in Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Volgens het SCP is de afstand tussen de Nederlandse samenleving en het platteland waar veel Eritrese statushouders vandaan komen te groot. Daarbij komt dat velen van hen hier getraumatiseerd aankomen.

"Voordat Eritreeërs in Nederland aankomen hebben de meesten een barre tocht achter de rug", schrijft het SCP. "Zij hebben vaak honger en dorst geleden, medevluchters zien overlijden en vrouwen hebben vaak te maken met seksueel geweld."

De periode na aankomst in Nederland, wanneer zij in opvanglocaties verblijven en in afwachting zijn van een beslissing over hun asielverzoek, is voor veel Eritreeërs een periode van verveling. "Ook wordt er massaal geklaagd over het eten. Met name vrouwen voelden zich in en om het asielzoekerscentrum soms onveilig." Ook zijn er vaak zorgen in verband met het moeizame proces van gezinshereniging.

De statushouders moeten de Nederlandse taal leren om zich op het inburgeringsexamen voor te bereiden, maar vinden het lastig om een goede taalschool te kiezen en hebben moeite met de taal.

Ook botsen ze met Nederlandse instanties. "Statushouders kunnen hun noden vaak niet duidelijk maken en klagen over gebrek aan geduld, begrip en begeleiding. Omgekeerd wordt de Eritrese groep ervaren als wantrouwend, weerbarstig en moeilijk te activeren."

Het vinden van een baan gaat al even moeizaam. "Het feit dat voor de beroepen waarmee ze van huis uit wel vertrouwd zijn - bakker, meubelmaker, lasser - in Nederland diploma's worden gevraagd, vormt een hoge drempel."

De problemen staan het leren van de Nederlandse taal en inburgeren in de weg. Dit leidt ertoe dat de sociale contacten van Eritrese statushouders vooral bestaan uit leden van hun eigen groep.

STER reclame