Woonwagenbewoners in protestkamp: 'Wij maken geen kans op een plek'

Protest van woonwagenbewoners in Mill Mattijs van de Wiel / NOS
Geschreven door
Mattijs van de Wiel
verslaggever

Het begon met één protestkampje in de gemeente Mill. Inmiddels zijn het er 34, over het hele land verspreid. Woonwagenbewoners hebben de kampen zonder toestemming opgebouwd om aandacht te vragen voor het tekort aan standplaatsen.

In Mill zijn het de broers Willem, Piet en Hein Soering die nu al 24 dagen in drie caravans verblijven op een terrein dat ooit een woonwagenkamp was. "De Raad van State, de hoogste rechter heeft bepaald dat dit een woonwagenlocatie is", zegt Hein. Ze willen dat de wagens hier terugkomen, maar de gemeente weigert dat.

Willem, Piet en Hein Soering Mattijs van de Wiel / NOS

Tussen de caravans staat, onder een partytent, een grote tafel met stoelen eromheen. Er komen voortdurend vrienden en familie langs. "Dat is normaal voor ons", zegt Piet Soering. Het is ook de reden dat het hem niet lukt om in een huis te wonen. "Op het kamp heb je een kleine samenleving waar je met zijn allen leeft, in goede en in slechte tijden. Dat miste ik."

Ook broer Willem probeerde het. "Ik heb in zes huizen gewoond. Het klinkt als een cliché, maar de muren komen op me af. Het is aan een burger-iemand moeilijk uit te leggen, maar ik kan daar niet aarden. Het lukt niet."

Hun probleem is alleen dat ze nergens terecht kunnen met hun woonwagens. In de zomermaanden staan ze op campings maar dat is van oktober tot maart verboden.

Ze probeerden alle drie in verschillende gemeenten een standplaats te krijgen, maar ze zeggen dat ze worden tegengewerkt. "Met deze protestkampen laten we zien hoe groot het tekort is", zegt Willem. "Onze generatie maakt geen kans op een plek."

Het protestkamp in Mill Mattijs van de Wiel / NOS

Dat zou niet moeten. Vorig jaar stelde de Nationale Ombudsman dat het beleid discriminerend is en dat gemeenten te weinig doen tegen het tekort aan standplaatsen. Minister Ollongren zei tegen de gemeenten dat ze ruimte moeten geven aan het woonwagenleven.

Vandaag debatteert de Tweede Kamer met de minister over het zogenoemde beleidskader waarin ze die opdracht aan de gemeenten gaf. CDA-Kamerlid Erik Ronnes wil dat Ollongren de regels verduidelijkt. "Het is niet de bedoeling dat de woonwagenbewoners met het beleidskader in de hand zomaar op elke willekeurige plaats een plek kunnen innemen", zegt hij in het NOS Radio 1 Journaal. Volgens hem komt daardoor de ontwikkelingen van gemeentegrond stil te liggen.

Nederland telt ongeveer 7700 standplaatsen voor woonwagens verdeeld over 260 woonwagenlocaties. Daar wonen nu nog zo'n 35.000 mensen. Driekwart van de gemeenten heeft één of meer woonwagens. Twintig jaar geleden waren er nog 8700 standplaatsen voor woonwagens.

Daar hebben de woonwagenbewoners geen boodschap aan. "Iedereen wordt geholpen in Nederland", zegt Hein Soering. "Migranten worden ook geholpen, waarom worden wij niet geholpen?". Broer Willem: "Wij zijn hardwerkende Nederlandse mensen die gewoon belasting betalen". Alle drie hebben ze een eigen bedrijf. Ze hebben ook geprobeerd de gemeente huur te betalen voor het kamp, maar dat werd geweigerd.

In plaats daarvan heeft de gemeente Mill de broers Soering de wacht aangezegd. De caravans hadden dinsdag al weg moeten zijn. Er staat een dwangsom van 5000 euro per dag op. De volgende stap is een ontruiming. Maar de drie broers zijn niet van plan zich weg te laten sturen. "Dan procederen we verder, en dan komen we terug. We moeten gewoon doorzetten met z'n allen."

STER Reclame