Waarom koopkrachtcijfers weinig zeggen over jouw koopkracht

ANP
Geschreven door
Pien van Engen
redacteur Economie

Morgen is het weer zover, dan is het Prinsjesdag. Op de derde dinsdag van september presenteert het kabinet de Rijksbegroting voor het komende jaar, beter bekend als de Miljoenennota. Het is een dag vol tradities, hoedjes en economische termen als koopkracht.

Een officieuze traditie in de aanloop naar deze dag werd ook dit jaar niet overgeslagen. Enkele stukken lekten al uit. Zo werd vorige week bekend dat de Nederlandse bevolking komend jaar op een koopkrachtstijging van 1,5 procent kan rekenen. Maar let op: die 1,5 procent is een mediaan. Dat betekent dat voor de helft van de Nederlanders de koopkracht met een lager percentage stijgt, en voor sommigen zelfs daalt.

Dit soort nieuws over koopkracht maakt altijd veel los bij politici. "Eerst zien, dan geloven" en "wat heb je aan een paar tientjes" zijn twee van de reacties van de oppositiepartijen. Maar de coalitiepartijen zijn wel blij met de stijging. Voor hen is dit het bewijs dat hun beleid - financieel gezien - positief uitpakt voor de meeste mensen.

Maar voor veel Nederlanders blijft het vaag wat die koopkracht nou eigenlijk is en wat zo'n stijging voor hun eigen portemonnee betekent. En dat terwijl politici er hele dagen over kunnen praten. Wat betekenen die koopkrachtcijfers uit de Miljoenennota nou eigenlijk voor jou?

Als je kinderen krijgt, lever je vaak aan koopkracht in.

Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom CBS

Koopkracht is het deel van je inkomen dat je aan bijvoorbeeld boodschappen, huur of vakantie kan besteden. Dat wordt ook wel het vrij besteedbare inkomen genoemd. Hoe hoger de koopkrachtstijging, hoe meer je dus kan uitgeven.

Bij het berekenen van het koopkrachtcijfer houdt het Centraal Planbureau (CPB) rekening met stijgingen van verplichte uitgaven, zoals de premie van je zorgverzekering en inflatie. Daarom geeft zo'n berekening een beeld van de effecten van voorgenomen beleidsveranderingen van de regering.

Maar dat is alleen als er niets significants gebeurt in iemands persoonlijke leven. "Zogenoemde life events hebben voor veel mensen veel meer invloed op de koopkracht dan beleidsveranderingen", zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Koopkracht hangt - naast de algemene economische ontwikkelingen - dus heel erg af van je persoonlijke situatie.

Wat neemt het CPB bijvoorbeeld wel en niet mee bij het berekenen van de koopkracht?

WELNIET
stijging energieprijzennieuwe baan/promotie
stijging premie zorgverzekeringkinderen krijgen
stijging btwveranderende woonsituatie, zoals verhuizen of samenwonen
verhoging/verlaging toeslagentrouwen/scheiden

Dat verklaart waarom de ene Nederlander er het komende jaar flink op vooruit kan gaan, terwijl de ander juist veel koopkracht moet inleveren. "Als je jong bent, maak je bijvoorbeeld veel meer kans op een promotie dan als je ouder bent", zegt Van Mulligen. "En als je kinderen krijgt, lever je ook vaak koopkracht in. Ouders gaan namelijk vaak minder werken."

Stel je dus voor dat je dit jaar een nieuwe baan krijgt, dan ga je er in koopkracht veel meer op vooruit dan de gemiddelde 1,5 procent. Andersom geldt hetzelfde: verlies je dit jaar je baan, of werk je veel minder uren, dan ga je er in het komende jaar op achteruit.

Zin of onzin?

Van Mulligen zegt dat je als individu eigenlijk niet zoveel hebt aan de berekeningen van het CPB. Ook heeft het overheidsbeleid volgens hem relatief weinig invloed op je koopkracht. "Natuurlijk is het vervelend als de zorgpremie omhoog gaat, maar de loop van je carrière heeft veel meer invloed op wat je onder de streep kan uitgeven."

Voor gepensioneerden kunnen de berekeningen van het CPB wel relevant zijn. "Omdat er in de situatie van gepensioneerden vaak weinig verandert", zegt Van Mulligen. "Zij zijn voor hun koopkracht, het vrij besteedbare inkomen, veel afhankelijker van het overheidsbeleid dan werkenden."

De overheid heeft geen invloed op of mensen trouwen, scheiden of promotie maken.

Patrick Koot, koopkrachtspecialist CPB

De koopkrachtberekeningen zijn dus uiteindelijk vooral belangrijk voor het kabinet zelf. "Zo kan de regering kijken wat de algemene effecten zijn van hun voorgenomen beleid voor de verschillende inkomensgroepen", zegt koopkrachtspecialist Patrick Koot van het CPB. "Als ze dan niet tevreden zijn, kunnen ze hun beleid in augustus nog aanpassen." Oftewel, als de berekeningen niet positief genoeg uitpakken, kan de regering nog snel veranderingen doorvoeren in de aanloop naar Prinsjesdag.

Volgens Koot is het overigens logisch dat er in de berekeningen geen rekening wordt gehouden met zogenoemde life events. "De overheid heeft immers geen invloed op of mensen trouwen, scheiden of promotie maken."

STER Reclame